Hoewel Marieke wist dat de middelbare school een spannende periode zou worden, had ze nooit gedacht dat ze haar dochter zó zou zien veranderen. “Sinds ze veel met haar optrekt, heb ik een ander kind,” zegt ze. “Ik herken Bo gewoon niet meer.” Bo is dertien en zit sinds dit schooljaar in de tweede klas. Ze begon op het havo/vwo, maar dat bleek al snel te hoog gegrepen. “Ze moest zó op haar tenen lopen,” vertelt Marieke. “Elke toets was stress, elke onvoldoende voelde als falen. Ze werd steeds onzekerder.”
Samen met haar man James besloot ze dat het anders moest. “We wilden haar zelfvertrouwen terug. School moet geen dagelijkse marteling zijn.” Daarom stapte Bo over naar het vmbo. Een moeilijke beslissing, want het betekende ook afscheid nemen van haar vriendinnen.
Nieuwe start
De zomervakantie stond in het teken van hoop. “We dachten echt: dit wordt haar nieuwe begin,” zegt Marieke. Minder druk, meer ruimte om zichzelf te zijn. In de eerste weken leek dat ook zo te gaan. Bo kwam thuis met verhalen over een meisje uit haar klas: Katlyn. “Ze klikten meteen,” vertelt Marieke. “Ze chillden na school, gingen samen naar de stad, appen dag en nacht.” Voor het eerst in lange tijd zag Marieke haar dochter weer lachen. “Ze was opgelucht. Alsof er een last van haar schouders viel.” Marieke en James waren blij. “We dachten: zie je wel, dit was de juiste keuze.”
Kleine signalen
Toch veranderde er langzaam iets. Eerst subtiel. Bo trok zich vaker terug op haar kamer. Reageerde kortaf. “Als ik vroeg hoe haar dag was, kreeg ik een ‘gewoon’ of een zucht.” Marieke weet dat pubers veranderen. “Ik ben niet naïef. Dertien is geen acht.” Maar dit voelde anders. “Er zat iets hards in haar stem wat ik niet kende.” Op een avond hoorde ze Bo praten met Katlyn via FaceTime. “Ze waren een meisje uit de klas belachelijk aan het maken. Hoe ze praatte, hoe ze zich kleedde. Ik schrok.” Dat was niet de Bo die zij kende. “Mijn dochter was altijd gevoelig. Empathisch.”
Arrogantie
Inmiddels is de sfeer thuis gespannen. Bo reageert brutaal, rolt met haar ogen en noemt regels ‘kinderachtig’. “Als ik iets zeg, krijg ik: ‘Mam, doe normaal’.” Marieke merkt dat haar dochter zich anders presenteert. Stoerder, harder. “Ze praat ineens met straattaal, kijkt neer op anderen.” Via andere ouders hoort ze dat Katlyn bekendstaat als negatief. “Ze zou vaker ruzie hebben, snel anderen afvallen.” Marieke wil niet roddelen, maar de puzzelstukjes vallen op hun plek. “Het voelt alsof Katlyn een soort invloed heeft,” zegt ze voorzichtig. “Alsof Bo zich aanpast om erbij te horen.”
Onzekerheid
Wat het extra moeilijk maakt, is dat Bo juist zo onzeker was. “Ze wilde er altijd bij horen,” zegt Marieke. “En nu lijkt ze alles te doen om niet meer buiten de boot te vallen.” Ze vraagt zich af of dit gedrag een soort bescherming is. “Misschien denkt ze: als ik zelf hard ben, kan niemand mij raken.” Toch voelt het pijnlijk. “Ik mis mijn meisje. Het kind dat ’s avonds nog even op de bank kwam zitten.”
Ingrijpen of loslaten?
Marieke worstelt met de vraag wat ze moet doen. “Ze zitten bij elkaar in de klas. Ik kan moeilijk zeggen: je mag niet meer met haar omgaan.” Dat zou de situatie misschien alleen maar verergeren. James vindt dat ze het moet laten. “Hij zegt: dit waait wel over. Pubers zoeken hun weg.” Maar Marieke twijfelt. “Wat als dit geen fase is? Wat als ze echt verandert?” Ze heeft geprobeerd het gesprek aan te gaan. “Ik heb gezegd dat ik haar anders vind, dat ik me zorgen maak.” Bo reageerde fel. “Ze zei dat ik Katlyn niet ken en dat ik me niet moet bemoeien met haar vrienden.” Dat kwam hard aan. “Ik doe dit uit liefde.”
Spiegel
Soms vraagt Marieke zich af of ze zelf te kritisch is. “Zie ik spoken?” Maar dan is er weer zo’n moment waarop Bo kleinerend doet tegen haar jongere broertje of respectloos tegen een docent praat. “Dat is niet hoe wij haar hebben opgevoed,” zegt ze stellig. Ze probeert ook naar de positieve kanten te kijken. Bo is socialer geworden, durft meer. “Misschien hoort experimenteren met gedrag erbij.” Toch blijft het knagen. “Het voelt niet als groeien, maar als verharden.”
De angst
Wat Marieke het meest vreest, is dat de band tussen haar en haar dochter beschadigd raakt. “Ik wil niet de moeder worden tegen wie ze zich afzet.” Ze herkent haar kind niet meer, zegt ze. “Soms kijk ik naar haar en denk ik: waar is mijn Bo gebleven?” En tegelijkertijd weet ze dat dertien een kwetsbare leeftijd is. “Misschien heeft ze mij juist nu nodig, ook al duwt ze me weg.”
Hoop
Marieke probeert kleine momenten te creëren. Samen een serie kijken, een wandeling maken. “Soms zie ik haar weer even. Dan lacht ze zoals vroeger.” Dat geeft hoop. “Misschien is dit een fase. Misschien moet ik leren loslaten zonder haar los te laten.” Maar makkelijk is het niet. “Ik wil haar beschermen, maar ik kan haar vriendschappen niet kiezen.” Wat ze vooral hoopt, is dat haar dochter zichzelf niet kwijtraakt in de zoektocht naar erbij horen. “Ik gun haar zelfvertrouwen,” zegt Marieke zacht. “Niet een masker.” Of Katlyn echt de oorzaak is, weet ze niet zeker. “Misschien is het te makkelijk om naar één meisje te wijzen.” Maar één ding weet ze wel: “Sinds ze veel met haar optrekt, heb ik een ander kind. En ik hoop zó dat ik haar weer terugvind.”
Afbeelding: Freepik
