Kinderopvang op de Boerderij

tractor.jpgHet is exact half tien als ik zie hoe de vrouw die het praktijkexamen ‘gastouder’ komt afnemen, haar auto in de berm voor onze boerderij parkeert.

De zenuwen gieren door mijn lichaam. Vier uur lang komt ze mij ‘observeren’. Gaat ze erop letten of ik pedagogisch verantwoord bezig ben. Of ik mijn twee oppaskindjes genoeg warmte, genegenheid en veiligheid biedt. Of ik grenzen stel, hygiëne bijbreng en ze ondersteun in spraak- en taalontwikkeling.

Vier uur lang gaat ze mij en de kinderen geen minuut uit het oog verliezen. Alleen een ijskoningin zou daar niet tegenop zien! Maar of ik wil of niet, er is geen ontkomen aan. Vanwege een nieuwe wet moeten alle gastouders, sinds September vorig jaar, voldoen aan door de overheid opgestelde opleidings- en kwaliteitseisen. In mijn geval betekent dat het halen van het mbo-diploma ‘Helpende Zorg en Welzijn’. Dit praktijkexamen is mijn laatste onderdeel, de rest is al ‘in the pocket’.

Een keurig geklede vrouw komt uit de auto gestapt. Een bruine leren tas hangt nonchalant over haar schouder. Ik haal diep adem, pers mijn vriendelijkste glimlach tevoorschijn en steek mijn hand uit. Na eerst vijf lastig munten (waarin kleine Frank bijna een scene schopt, omdat hij maar niet kan begrijpen waarom hij nu ineens níet met mijn boer mee mag om de koeien te voeren) vliegt de tijd voorbij.

De vrouw is vriendelijk, ontspannen en geniet zichtbaar van de wijde omgeving. ‘Je zou hier héél veel kindertjes kunnen opvangen!’ roept ze enthousiast terwijl ze om zich heen kijkt. Zelf wordt ik allesbehalve enthousiast van dat idee, maar ik begrijp waar ze op doelt; kinderopvang op de boerderij is intens populair! Zo las ik op de site van de VAK (Verenigde Agrarische Kinderopvang) dat ze kampen met enorme lange wachttijden. Vooral de vele ruimte rondom een boerderij, en het contact met dieren en de natuur zien ouders als grote pluspunten.

Veel boerinnen hebben al overvolle crèches aan huis. Iets dat ik bewonder, maar zelf nooit zal doen. Twee kindjes vind ik leuk, drie misschien ook nog, maar van meer wordt ik gillend gek. Ik ben gewoon niet zo’n moederganstype die met gemak acht kindertjes tegelijk bezighoudt met verftubes en kwasten. Daarnaast geniet ik zelf juist zo van het kleinschalige. Dat de examinator ook dat kan waarderen, blijkt wel als ze mij na afloop het resultatenformulier aanreikt. Geslaagd met het maximaal aantal punten en de bijgeplaatste opmerking ‘Bijzonder lieve gastouder, met heel veel persoonlijke aandacht voor de kindjes.’

Na drieënhalf uur en een bord chili vertrekt ze. Opgelucht haal ik adem. Kleine Frank ook. ‘Mag ik nu met Wim koeien voeren?’

Mariska ten Den is boerin en schrijft prachtige columns over haar leven op de boerderij. Onlangs is haar verhalenbundel Prins op de groene trekker  verschenen. Meer over Mariska kun je lezen op haar website: www.mariskatenden.nl
 
Lees ook haar vorige columns op damespraatjes.nl

Reageer ook