Ka wil geen broodje halfom

“Zo meisje, zeg het maar.” Voor me staat Dirk, eigenaar van Broodje Dirk. Aan Dirk zijn buik te zien is hij niet vies van zijn eigen broodjes. Zijn smoezelige witte T-shirt zit er strak omheen. Zijn gulp staat open. In de vitrine liggen grote hompen kaas. En glimmende klonten vlees. Met een oog dicht staart Dirk me aan. Hij wacht op antwoord, zoveel is me duidelijk. Ik zeg dat ik nog even moet nadenken en een geblondeerde vrouw in een legging die achter mij staat, duwt me opzij. “Dirk, sgat, ik hep sjin in een broodje hallufom. Lekkor veel”, schalt ze in plat Amsterdams door de broodjeszaak.

Ik gruwel als Dirk met zijn grote handen pekelvlees en gekookte lever met spekjes op het broodje propt. In zijn linker mondhoek zie ik een sliertje spuug. Mijn collega staat met zijn handen op zijn rug naar het bord te kijken waarop Dirk heeft geschreven welke broodjes hij in huis heeft. “Zal ik een broodje ossenworst of leverworst nemen?”, vraagt mijn collega mij. Ik haal mijn schouders op. Ineens schuifelt er achter de toonbank een oudere dame naast Dirk. Haar haar keurig gekapt, zwart hemdje met wit opengewerkt vest aan. Het is Trudy, de moeder van Dirk zo vertelt mijn collega mij. Trudy grijpt met haar duim en wijsvinger uit een grote pot een zure bom. Kwakt m op een bordje en stiefelt ermee naar achter. Het wordt steeds drukker in de broodjeszaak, maar niemand registreert het bizarre tafereel dat ik aanschouw. “Weet je het al?”, stoot mijn collega mij aan, “ik trakteer, ik moet je wel in leven zien te houden. Zonder jou red ik het niet”, slijmt hij. Ik zeg dat ik nog even moet nadenken.

Lees ook: Ka krijgt multifocale lenzen

Naast de koelkast voor het raam, zit een man in een oranje overall. Muts op. “Dirk. Dirk! Ik pak ff een biertje. De twaalf zit immers in de klok”, grijnst de stratenmaker. Dirk steekt zijn duim op. Diezelfde duim die hij net in zo’n klont vlees stak.

“Ka, kom op, beslis nou, we moeten terug”, prikt mijn collega ongeduldig in mijn arm. Zonder met zijn ogen te knipperen bestelt hij een broodje grilworst en een bolletje komijnekaas. “Goeie keuze, konijnenkaas”, buldert Dirk. Ongemakkelijk lacht mijn collega mee om Dirks flauwe grap. “En meisje, weet jij het nou ook eindelijk? In elk geval moet er boter op, want dat kun je wel hebben”, vindt Dirk terwijl hij mij van top tot teen bekijkt. “Een broodje kroket”, hoor ik mezelf zeggen. Mijn collega trekt zijn wenkbrauw op. Weet dat ik eigenlijk nooit gefrituurde happen naar binnen schuif. Dit is een noodgeval. Op mijn bolletje moet iets dat in heel heet vet is geweest en dat Dirk niet met zijn dikke worstenvingers heeft aangeraakt. Mijn collega snapt er niks van. “Hallo”, tik ik tegen zijn voorhoofd, “jij wil toch dat ik in leven blijf?”

Het zal allemaal reuze charmant zijn, zo’n familie broodjeszaak dat al jaren van zoon op zoon is gegaan, maar volgende keer haal ik gewoon weer een scharrelbroodje met linksdraaiende humus bij die relaxte hipster met knot. Voor iedereen beter.

Karin van Leeuwen (44 jaar) schrijft vanuit uit haar eigen bedrijf De Gooise Pen en is drukker dan ooit. Heeft twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft blogs voor Damespraatjes. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee boenders Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool om een spinning-, pump-, of bodybalanceles te volgen. Sinds kort is ze regelmatig op het voetbalveld te vinden om het team van haar oudste te coachen.


1 reactie

Dani -

Als ik zo’n man in een broodjeszaak zou zien staan.
Is mijn trek in een broodje gelijk weg en ik ook hahaha.
Leuk geschreven verder 😀

Reageer ook