Ka bij de tandarts

Snel poets ik mijn tanden. Ik kijk in de spiegel naar mezelf. Waarom? Waarom poets ik mijn tanden? Ik hoef niet naar de tandarts, mijn kleinste is de bok. Ik ben zenuwachtig. Als geen ander weet ik hoe het is in de tandartsstoel. Mijn tanden ogen mooi, maar god wat is het een zwak zootje. Aan alle kanten gestut, diverse wortelkanaalbehandelingen overleefd, gevuld wat gevuld kon worden. En ik heb nog even te gaan. Mijn kleinste heeft ook geen best gebitje.

Ka

“Mijn tand kriebelt”, huilt hij diep in de nacht. “Huh? Waar ben ik? Wat voor een dag is het”, denk ik. “Maham”, klinkt een ijselijke kreet. Ik sprint, nu opeens klaar wakker, naar het bed van mijn kleinste. Zijn wang is rood. Hij houdt zijn handje tegen zijn wang. Als ik in zijn mond kijk, zie ik dat zijn achterste kies donker is. Ik sidder. Verdorie!

Maandag. Zijn klasgenootjes kijken verbaasd op als ik de klas binnenkom. Mijn kleinste is blij me te zien. Als ik hem vertel waarom ik er al ben, betrekt zijn gezicht. Ik haal mijn grootste uit de klas en ga naar de tandarts. Mijn kleinste jammert. Hij wil niet. Zijn tand kriebelt niet meer. Echt niet. Ik ben onverbiddelijk, hoewel ik het liefst een zwaai aan het stuur wil geven om richting cafeetje te gassen. “Hee, man. Hoe is het?”, assistente Loes is blij mijn kleinste te zien. Mijn kleinste denkt daar heel anders over

“Zo”, zegt tandarts, “vertel maar: wat is er aan de hand?” Mijn kleinste ligt als een plank in de stoel. Zijn voeten geflext. “Niks”, zegt ie terwijl hij aanstalte maakt de stoel te verlaten. Tandarts krijgt mijn kleinste zo ver dat hij zijn mond open doet. “Valt mee. Een beetje verkleurd. Ik ga het eraf schrapen met een haakje.” Een haakje? Mijn kleinste veert op. “Hoe ziet dat haakje eruit?”, vraagt hij. Enigszins verbaasd door zijn vraag laat de tandarts het zien. Mijn kleinste gaat akkoord. “Ik ga nu een watje in je mond doen.” Wederom veert mijn kleinste op. “Waarom moet er een watje in? Gaat dat watje er weer uit? Hoef ik dat niet in mijn mond te houden? En blijft dat watje hier?” Ik grijns. Ben trots om hem. Niets voor lief aannemen. Doorvragen. De tandarts wist het zweet van zijn voorhoofd. Watje zit erin. Haakje is gepakt. “En nu ga ik met een spuitje een laagje over je kies spuiten.” Een spuitje? Spuiten?! Voor de derde keer veert ie op. “Ik wil geen spuihuit”, veegt hij zijn tranen met de mouw van zijn Snoopy-shirt weg. Ik krimp ineen. Mijn oudste staat op en stelt zijn broertje gerust. “Doet geen zeer, echt niet. Voel je niks van.” Op zijn hoede laat hij zich voor de zoveelste keer in de stoel zakken. Na een stief kwartiertje is het klaar. Hij krijgt een slok water van Loes. Op zijn buik en achterstevoren glijdt ie van de tandartsstoel af en neemt een sprint naar de deur. Wegwezen.

Het gaat ongetwijfeld een warme band worden tussen tandarts en mijn kleinste. Ik verheug me er niet echt op. Ik praat nog even met Loes en de tandarts. Zeg mijn boenders dat ze Loes gedag moeten zeggen. “Doei Loes”, klinkt het. Dan maakt mijn kleinste een schijnbeweging, duwt de deur een beetje open en schreeuwt: “Bye bye meneer tandarts.”

Ik weet het zeker: het verbaasde hoofd van tandarts krijg ik nooit meer van mijn netvlies.

Karin
Karin van Leeuwen (41) jaar is in between jobs, maar drukker dan ooit. Heeft twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft nog steeds veel. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee boenders Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool om een spinning-, pump-, of bodybalanceles te volgen. Sinds kort is ze regelmatig op het voetbalveld te vinden om het team van haar oudste te coachen.

De andere blogs van Karin op Damespraatjes vind je hier

Lees hier de persoonlijke blog van Karin: www.kaleeuw.blogspot.com


2 reacties

Giselle Ecury -

Oeps – door een errormelding mocht ik niet verder…

[…] plus TWEE voortanden kregen een vulling! Maar deze man verdoofde me, was uiterst zorgvuldig, behandelde me zó geweldig, dat het helemaal niet naar meer was om naar de tandarts toe te moeten. Vanaf dat moment had ik bovendien eigenlijk nooit meer een gaatje! Helaas overleed hij veel te vroeg, maar de man van een vriendin bleek eveneens goud waard.
De moraal: Een goede tandarts is echt héél belangrijk. Hopelijk komt het met dat zwakke gebitje van je kleinste toch nog goed!

Giselle Ecury -

Wat een leuk verhaal! Vroeger was het voor mij bepaald geen pretje naar de tandarts te moeten. Mijn moeder, zelf dochter van een tandarts, heeft wat afgezien. En nog kon zij niet voorkomen dat ik jarenlang een tandarts had, die mijn gaatjes niet goed genoeg uitboorde. Op mijn 18e had hij me naar huis gestuurd met een: “We wachten wel tot het een gaatje is!” na constatering van een zwakke plek op één van mijn voortanden. Voor mijn vader het moment mij naar een goede vriend te sturen, hoogleraar Käyser in Nijmegen. ALLES moest opnieuw uitgeboord worden, plus TWEE voortanden kregen een vulling! Maar deze man verdoofde me, was uiterst zorgvuldig, behandelde me zó geweldig, dat het helemaal niet naar meer was om naar de tandarts toe te moeten. Vanaf dat moment had ik bovendien eigenlijk nooit meer een gaatje! Helaas overleed hij veel te vroeg, maar de man van een vriendin bleek eveneens goud waard.
De moraal: Een goede tandarts is echt héél belangrijk. Hopelijk komt het met dat zwakke gebitje van je kleinste toch nog goed!

Reageer ook