Ka maakt haar kleding niet zelf

Het is algemeen bekend dat ik amper gevoel heb voor mode. Dat is helemaal niet erg, want ik heb een talent om me te omringen met mensen die mij er fijntjes op wijzen wat ik aan kan en vooral wat ik niet moet aantrekken. Dat zijn inderdaad mijn mannen, maar ook heb ik sinds kort een prima winkel gevonden waar ik naar binnen hol en vraag of er iets is binnengekomen dat geknipt voor mij is. Steevast verlaat ik de kledingwinkel met tas vol kleding waarvan ik weet dat ik er niet mee voor joker loop.

Dat was vroeger wel anders. Mijn moeder flanste toen zelf kleding in elkaar. Deed ze samen met een buurvrouw. Zaten ze op de grond ‘patronen uit te raderen’ met zo’n wieltje. Driftig zat mijn moeder met spelden in haar mond achter de naaimachine en rammelde er een broek voor mij uit. Dat is knap. Ik kan dat niet. Ik kan nog geen knoop aan mijn broek naaien. Ik had dus echt wel respect voor mijn moeders naaikunst, maar het was het altijd net niet. Omdat de broek uit een goedkoop lappie stof van de markt was gemaakt, of omdat het net de verkeerde kleur was. Gelukkig liep ik niet alleen voor joker; mijn twee buurmeisjes hadden vaak hetzelfde broekje aan want royaal stof inkopen was altijd goedkoper.

Uitgelachen door mijn klasgenootjes werd ik niet, maar ik zag ze heus wel loeren. Ik weet nog goed dat ik op een goede dag een potje lijm uit de kast pakte. De potjes stonden op de onderste plank, ik bukte en scheurde vol uit mijn broek. Dat wil je niet als je zeven jaar bent. Van een continurooster had gelukkig geen hond gehoord, dus tussen de middag holde ik met samengeknepen billen naar huis om een andere broek aan te trekken en hoefde ik godzijdank niet hele dag in die uitgescheurde broek te fröbelen.

Niet alleen was mijn moeder een handige donder met de naaimachine, ook met breipennen kon ze prima overweg. Het was de tijd dat Bob Marley ‘No woman, no cry’ kweelde, en mijn broer een rastatrui wilde. Geen punt. Kon mijn moeder. Bolletje geel, bolletje rood en een bol groene wol. Hoe moeilijk kon het zijn? Fanatiek breidde mijn moeder avonden lang de panden en mouwen om ze vervolgens in elkaar te naaien. Voila.

Het hoofd van mijn broer toen hij zijn rastatrui zag, was onbetaalbaar. De trui was perfect; op een detail na: de kleuren waren in de verkeerde volgorde gebreid. Sindsdien bezit mijn moeder nóg een talent: het uithalen van een rastatrui en van de draden weer bolletjes draaien.

Ik ben blij dat ik het zelf-kleding-maken-gen niet heb. Komt vast omdat ik het gevoel-voor-mode-gen ook niet heb. De natuur regelt dat allemaal uitstekend.

Karin van Leeuwen (44 jaar) schrijft vanuit uit haar eigen bedrijf De Gooise Pen en is drukker dan ooit. Heeft twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft blogs voor Damespraatjes. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee boenders Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool om een spinning-, pump-, of bodybalanceles te volgen. Sinds kort is ze regelmatig op het voetbalveld te vinden om het team van haar oudste te coachen.

Foto van Karin is gemaakt door Sarah Schaap


Reageer ook