Ka krijgt ontbijt op bed

Terwijl ik langs het water fiets, door prachtige weggetjes met veel groen en natuur, bedenk ik me dat er ergens iets mis is gegaan in de wereld. Ik heb het over Moederdag. Op zich is daarmee niets misgegaan, prima dag, mij hoor je er verder niet over, maar wel over de volgorde van Moederdag en Vaderdag. Ik denk dat het handiger had geweest als we eerst met z’n allen Vaderdag hadden gevierd en daarna pas Moederdag.

Vaders zijn doorgaans namelijk een stuk makkelijker. De Man in elk geval wel. Ontbijt? Nou, je pakt brood, prakt er wat tussen, zet koffie klaar. Breng maar naar boven. Moeders maken er wat meer werk van. Ik in elk geval wel. Die zorgen voor een sapje. Een warm broodje. Jam. Gekookt eitje. Koffie met warme welk. Een bloemetje in een vaasje. Dat werk.

Het was gisteren ook een heel gedoe gisteren in huis. Mijn oudste en jongste hadden namelijk bedacht dat ze een ontbijt op bed wilden verzorgen. Dit plan vatten ze rond half acht ’s avonds op, toen er geen supermarkt meer open was. De Man verschoot van kleur. Heel even maar. Er werd een spoedvergadering ingelast voor het slapen gaan. Mij werd op mijn hart gedrukt dat ik niet uit bed mocht komen voordat ze mij van een ontbijt hadden voorzien. De Man baalde. Want hij is de enige in huis die niet van vroeg opstaan houdt. Mijn boenders en ik zijn early birdies.

Om kwart over zes slopen ze de slaapkamer in. De Man bromde wat en draaide zich weer om. Ze trippelden de trap af. Ik rook koffie. Ik was zo slim geweest de koffiepot klaar te zetten zodat ze alleen maar het knopje in hoefden te drukken. En toen kwamen ze boven. Zo trots als een pauw. Met in hun hand een dienblad. Met daarop mijn lievelingskopje met koffie, een bord met brood en een briefje waarop mijn kleinste een bloemetje had getekend.

Ik wreef in mijn ogen. Riep dat het er prachtig uitzag. Ik was ontroerd. Keek naar die twee jongetjes in hun onderbroek en hemd die mij verwachtingsvol aankeken. Ik nam een slok koffie en verslikte me. Wat was die sterk, hoe kon dat nou? “Ja”, verklaarde mijn oudste, “het duurde zo lang voordat de koffie klaar was, en toen heb ik m halverwege uitgezet.” Op mijn bord lag een dubbele boterham met plakjes banaan. Het was brood van drie dagen geleden, maar ik liet me niet kennen en kauwde dapper op het gortdroge brood en spoelde het weg met die enorme sterke koffie. De boter hadden ze niet kunnen vinden, dus ze hadden gewoon maar zo de banaan erop gedaan. Het andere broodje, was in de vorm van een hartje. Ontroerend lief. Ik vroeg me af hoe ze dat hadden gedaan. “Nou gewoon”, haalde mijn kleinste zijn schouders op, “met een schaar.”

Ik moffelde de broodjes onder het dekbed toen ze niet keken, hees me in mijn fietskleding en maakte een mooie tocht. Toen ik thuiskwam gooide ik een breekbrood in de oven, kookte eitjes en schonk een sapje in en zette alles op de tuintafel. We knaagden gezellig aan het brood. Mijn drie mannen en ik. Moederdag kon nu al niet meer stuk.

Lees ook:

Karin van Leeuwen (43 jaar) schrijft vanuit uit haar eigen bedrijf De Gooise Pen en is drukker dan ooit. Heeft twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft blogs voor Damespraatjes. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee boenders Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool om een spinning-, pump-, of bodybalanceles te volgen. Sinds kort is ze regelmatig op het voetbalveld te vinden om het team van haar oudste te coachen.


Reageer ook