Ka knettert er vrolijk op los

Vanaf het moment dat mijn mannen konden praten en luisteren, al doen ze dat laatste nog steeds niet, ben ik op mijn hoede met wat ik zeg. Want voor je het weet papegaaien ze je na. Zo zagen ze jaren terug een man met een enorme buik. Maar echt een enorme buik. Met open mond keken ze er naar. “Hoe kan dat mam?”, vroeg mijn oudste in shock. Ik vertelde hem dat die meneer zijn helm had ingeslikt. Mijn kleinste bleef erin. Een helm ingeslikt? Hoe dan!!!

Ik heb spijt als haren op mijn hoofd dat ik dat stomme grapje maakte. Want tot op de dag van vandaag vragen mijn mannen aan rondbuikige heren of het zeer deed om een helm in te slikken. En zo’n man met zo’n enorme buik weet ook wel dat die kinderen dat niet zelf hebben verzonnen, maar dat die ontzettend geestige moeder hen dat heeft in gefluisterd. Regelmatig ren ik dus voor mijn leven. Gelukkig vertraagd zo’n helm en win ik het altijd.

Zo hoor ik ook regelmatig wat opa en oma allemaal zeggen. Sterker: mijn mannen voeren een toneelstukje op en komen zelf ook niet meer bij. “Nou en toen stond oma bij de auto en wij zaten er allemaal al in”, steekt mijn oudste van wal. “Opa zat ook al in de auto. Logisch want het regende echt kapot hard. En oma stond dus nog in de regen. Ze kreeg haar paraplu niet in want het waaide ook nog eens heel hard”, vervolgt mijn kleinste het sappige verhaal. Ik heb er allang beeld bij. “Nou en toen werd oma boos. Ze zei dat woord dat wij niet mogen zeggen. Nou ja, ik moet het nu wel even zeggen, maar ze zei dus godsamme, help me dan ook even.” Mijn mannen rollen van de bank van het lachen.

Niet zelden ben ik zelf onderwerp van hun gesprek. Wij zijn namelijk nogal van het laten waaien van winden. Deed mijn oma ook. Stond ze bij de groenteman, die had je honderd jaar geleden nog gewoon, dan checkte ze of de sperziebonen in orde waren en dan ppprrrrrrtttt liet ze gewoon een knetter. Ze verblikte of verbloosde niet ging gewoon door met de sperzieboneninspectie. Ik schaamde me kapot. Jaren later ben ik werkelijk alle schaamte voorbij en toeter ik er vrolijk op los onder het mom: als ik het niet doe, krijg ik buikpijn. Dat is ook allemaal wel zo, maar soms, soms breekt het zweet me uit.

Bijvoorbeeld als er een vriendje van mijn oudste is en ik mijn oudste hoor opscheppen over mij. Hij schept namelijk nooit op over hoe goed ik kan opruimen, het huishouden redder en de was doe, nee, zijn opschep-paradepaardje is hoe ontzettend hard ik kan scheten laten. Niet veel later zie ik dat vriendje met open mond naar mij staren.

Verontschuldigend grijns ik naar dat vriendje, als de dood dat hij het die avond tijdens het diner aan zijn keurige Gooise ouders die natuurlijk nooit scheten laten gaat vertellen. “Sja”, haal ik mijn schouders op, “mijn oma zei het al: beter in de wijde wereld, dan in een nauw gat.” Terwijl mijn oudste pijn in zijn buik heeft van het lachen, kijkt zijn vriendje mij met een heel zuinig mondje aan. Ik voel een keiharde knetter opkomen, maar knijp mijn billen samen. Misschien niet zo’n goed idee nu. Dan maar even buikpijn.

Karin van Leeuwen (43 jaar) schrijft vanuit uit haar eigen bedrijf De Gooise Pen en is drukker dan ooit. Heeft twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft blogs voor Damespraatjes. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee boenders Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool om een spinning-, pump-, of bodybalanceles te volgen. Sinds kort is ze regelmatig op het voetbalveld te vinden om het team van haar oudste te coachen.


Reageer ook