Ka kan geen week zonder mobiel

Een mobiel. Ik vond het meer dan vijftien jaar geleden volslagen onzin. Waarom zou je continu bereikbaar willen zijn? Wat was er mis met een rinkelende telefoon die, als je er geen zin in had, automatisch oversprong op het antwoordapparaat? Dat, terwijl je op de bank zat, als er werd ingesproken, kon horen wie het was om alsnog snel op te nemen?

Daarmee was veel mis.

Vond ik toen niet. De spanning als de telefoon ging. Zou hij me bellen? Zou hij zeggen dat hij straks naar me toe komt? De teleurstelling als het mijn moeder was die even bij wilde kletsen. Nummerherkenning was al een mooie stap vooruit. Selectief opnemen, er ging een wereld voor me open. Als ik boos was op mijn vriendje en op het display zijn nummer zag verschijnen, dacht ik nuffig: ‘ik neem mooi niet op. Doe eerst maar eens wat moeite voor me’. Gekmakend waren nummers die ik niet herkende. Wie was dat? Wie had me gebeld?

Mijn eerste telefoon was een Nokia. Ik kon er mee bellen en sms’en. Voelde me veilig met het apparaat. Als ik ’s avonds laat op pad was, kon ik als de nood aan man was, dat toch maar mooi laten weten. Sms’jes sturen vond ik een verademing. Als er zo’n klein envelopje op mijn schermpje verscheen, maakte mijn hart steevast een sprongetje.

Toen Steve Jobs in 2007 voor het eerst het woord iPhone uitsprak, had ik geen idee waar hij het over had. Hoezo zou je een telefoon willen hebben waarop je ook je mail kan checken, een routeplanner kunt aanzetten en de openingstijden van een winkel kan vinden? Daar was de computer toch voor uitgevonden?

Vier jaar geleden kreeg ik van De Man een iPhone. Ik stond aan de vooravond van een reis naar Alaska, mijn mannen achterlatend. Hij vond het een veilig idee als ik goed bereikbaar was en jaloersmakende foto’s kon appen. Nooit eerder had hij zo’n gelijk.

Want: ik ben vergroeid met mijn telefoon. Ik doe alles op dat ding. Ik app me suf, volg het nieuws erop. Ontelbare keren was hij mijn lifesaver als ik de weg weer ’s niet kon vinden. Eén van mijn dierbaarsten noemde het laatst zijn window to the world. Zo is het. Ik schiet volledig in de paniek als ik ook maar denk dat ik mijn mobiel kwijt ben. Mijn hele leven is gestopt in dat vernuftig stukje technologie.

Gisteren las ik een persbericht. Johan van Houten (34) heeft ‘de week zonder’ bedacht. In die week wil hij mensen stimuleren na te denken over het gebruik van hun mobiel, internet en social media. Van Houten leefde een jaar offline en kreeg daardoor meer rust. Tijd om boeken te lezen. Bovendien had hij echte gesprekken met vrienden, zonder dat hij zijn woorden moest onderstrepen met emoticons. Durf jij het aan een week zonder je smartphone, facebook, twitter en instagram, vraagt Van Houten mij.

Een week zonder. Een stapel boeken weg lezen. Meer rust. Meer tijd. Echt. Het klinkt allemaal als muziek in mijn oren.

Maar het vooruitzicht dat ik afspraken vergeet omdat vrienden mij niet kunnen appen, dat ik te laat kom op bijeenkomsten omdat ik de weg hopeloos kwijtraak en ik niet kan zien wat trending topic is, maakt me wanhopig.

Het idee alleen al.

Karin van Leeuwen (44 jaar) schrijft vanuit haar eigen bedrijf De Gooise Pen en is drukker dan ooit. Heeft twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft blogs voor Damespraatjes. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee boenders Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool om een spinning-, pump-, of bodybalanceles te volgen. Sinds kort is ze regelmatig op het voetbalveld te vinden om het team van haar oudste te coachen.


Reageer ook