Ka is gek op ochtendtaferelen

Elke ochtend zie ik ze zitten. Zij in haar babyblauwe duster, hij in een wit hemd. Bril op het puntje van zijn neus, bladerend door de ochtendkrant. Als ze opstaat houdt ze de koffiekan zwijgend omhoog. Hij knikt, zij schenkt. Ze schuift bij hem aan tafel. In gedachten verzonken roert ze in haar beker. De suiker moet allang zijn opgelost. Toch blijft ze roeren. Verstoord kijkt hij op; het getingel van het lepeltje tegen het porselein irriteert hem. Verschrikt stopt ze en staart uit het raam.

Elke ochtend ziet ze een vrouw op een snelle fiets. Steeds probeert ze te schatten hoe oud ze is. Veertig? Vijfenveertig? Moeilijk. De fietster trapt best snel en ziet er sportief uit. Vaak draagt ze een azuurblauw shirt, dat mooi bij haar donkere haar staat. Het ziet er wat killetjes uit, maar ze zal het wel niet koud hebben. Ze is nog jong. Haar man ontdekte haar het eerst. Het viel hem op dat ze een paar keer per week voorbij sjeesde. Rode wangen, verbeten blik. Soms zag hij tranen over haar wangen. Van de wind vermoedde hij.

Ze ruimt de ontbijtspullen op. Leest over zijn schouder mee in de ochtendkrant. Dood en verderf. Het enige dat ze nog graag leest is het stripje van Garfield. Geinig beest is dat toch. Ze knoopt haar ochtendjas iets strakker dicht en sloft de keuken uit.

Ik laat het oude echtpaar achter me en verheug me op het gezin dat woont op de dijk op nummer 68. Dat is nog ongeveer een kwartier fietsen. Ik trap door. Zing hard mee met de liedjes die ik hoor. Als ik bij nummer 60 ben, minder ik vast vaart.

De vrouw houdt een steelpan vast dat op het gas staat. Eén hand in haar zij. Haar man dendert de trap af, stropdas nog ongeknoopt om zijn nek. Ze draait zich om, kust hem. Aan tafel zitten hun twee zoons. Zwijgend staren ze naar hun tablet, hun mond vol brood. De man gaat zitten, schenkt gehaast een glas sinaasappelsap in. Zijn vrouw staat naast hem met het hete pannetje, pakt er een gekookt ei uit. Hij tikt ermee op tafel, pelt en strooit er zout op. De drie mannen blijven zwijgend aan tafel zitten, de vrouw verlaat de keuken. Ik houd van het ochtendtafereel op nummer 68.

Maar het meest houd ik van het ochtendtafereeltje dat ik zag toen ik mijn snelle fiets uit de schuur pakte. Ik zag nog net hoe Tom de keuken inslenterde. Hij had zijn pandabeer-ochtendjasje aan. Hij leunde op het aanrecht waarop twee grote bekers met chocolade muesli klaarstonden met daarvoor een briefje. Ik had erop geschreven wat hij moest doen. Hij boog voorover en las mijn kattebelletje. Zijn vingers wezen de woorden aan. In gedachten hoorde ik hem ze in mootjes hakken en spellen voordat hij ze uitsprak. Ik wist precies wanneer hij ‘ik hou van jullie guys, tot straks’ las, want toen glimlachte hij. Hij deed de deur van de koelkast open, pakte de melk en schonk zijn beker vol. Roerde met een lepel.

Toen hij naar de kamer liep, zag ik twee pandabeer-oortjes op zijn hoofd.

Karin van Leeuwen (45 jaar) is eigenaar van tekstbureau De Gooise Pen. Heeft meer dan twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft blogs voor Damespraatjes. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee mannen Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven (momenteel is ze druk met een boek!) is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool voor spinninglessen en krachttrainingen. Alledrie haar mannen atletieken en Bob en Tom doen daarnaast aan freerunning.


Reageer ook