Ka gaat bijna dood

Ik twijfel. Zal ik de rode of de zwarte nemen? De verkoopster kijkt me vol verwachting aan. Ik grijns. Houd mijn kin vast, wrijf met mijn wijsvinger over mijn gezicht. Mmm. Ik wrijf nog eens. Ik voel iets. Een stekeltje. Zou ik een splinter op mijn kin hebben? Ik hak de knoop sneller door dan ik eruit ben. Me complimenterend met mijn keuze, vouwt ze de rode beha in een roze vloeipapiertje.  

Ik ram als een malle op mijn laptop als Tommie opeens achter me staat. Hij slaat zijn armen om mijn nek, hangt als een aapje op mijn rug. “Lieve mama, wat ben je aan het doen?” Ik vertel hem dat ik schrijf. Hij geeft kusjes in mijn nek, kamt met zijn vingers mijn haar. Mijn hoofd trekt hij net iets te hard achterover. “Hee. Je hebt zilveren haren.” Ik zucht. Ik heb zoveel deadlines dat ik niet eens een afspraak met de kapper kan maken. “Ja, mijn haar moet hoognodig worden geschilderd schat. Het bladdert af.” Mijn jongste haalt zijn schouders op. “Ik vind je mooi, mama. Maar ook oud. Je bent een oude moeder.” Ik schiet in de lach als ik naar het serieuze gezichtje kijk. Ik voel me jonger dan ooit. Mijn geest beweegt soepel in mijn lijf ook al takelt dat hier en daar wat af. Een nacht doorhalen kan prima, maar dan moet ik daarna wel minimaal drie dagen vrij hebben om de kreukels glad te strijken, en dat was een aantal jaar geleden niet nodig. En ik kan steeds slechter tegen sommig geluid. De verwarmingsketel die aanslaat blijf ik met mijn oren volgen tot ‘ie afslaat. Hoge tonen werken op mijn zenuwen.

Als ik eindelijk in de kappersstoel zak en mezelf in de spiegel zie, kreun ik. Thuis ben ik altijd in de veronderstelling dat mijn haar leuk zit, maar in de salon voel ik me een Tokkie. Mario legt zijn handen op mijn schouders en kijkt me in de spiegel aan. “Zo sis, wat gaan we doen?” Tussen zijn vingers houdt hij afgestorven haarpunten. Die van mij. Hij tuit zijn lippen. “Vijfenveertig he? Het wordt tijd dat je je haar korter gaat dragen.” Mijn wenkbrauwen schieten over mijn voorhoofd. “En zeker hennarood verven?” snoef ik.

“Je bent een oude moeder.” Op de fiets denk ik na over Tommies woorden. Herinner me de juf uit de eerste klas. We vonden haar oud. Snel reken ik uit dat ze toen begin dertig was, piepjong dus. Ook zie ik opeens weer voor me hoe mijn vader de kop van de grote Abraham-koek afbrak. Dat was pas oud. Over vijf jaar mag ik het hoofd van een Sarah-koek afhappen. Dan ben ik pas vijftig. Begin ik net. The best is yet to come, verzekerde iemand me nog niet zo lang geleden.

Gedachteloos wrijf ik over mijn kin. Mijn vinger schuurt over iets hards. Ik pak een spiegel, inspecteer en krijg een hartverzakking. De tweede keiharde zwarte haar. Met een pincet trek ik ‘m eruit. Beelden van zoenende tantes met een prikkende snor en lippenstift op hun tanden schieten uit mijn geheugen tevoorschijn alsof ik daar zojuist een puistje uitkneep.

Ik sta met één been in het graf. Ik ben de controle kwijt over mijn aangezicht.

Karin van Leeuwen (45 jaar) is eigenaar van tekstbureau De Gooise Pen. Heeft meer dan twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft blogs voor Damespraatjes. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee mannen Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven (momenteel is ze druk met een boek!) is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool voor spinninglessen en krachttrainingen. Alledrie haar mannen atletieken en Bob en Tom doen daarnaast aan freerunning.


Reageer ook