Ka d’r kleinste heeft een vriendinnetje

Mijn eerste dagboek was er een met een slot. Dat kon ik openmaken met zo’n gammel sleuteltje dat ik al heel snel nergens meer kon vinden. Zes jaar zijn en moeten dealen met problemen van dit formaat was vooral niet makkelijk. Ik knipte het bandje tenslotte stuk waardoor het boek vol geheimen niet meer op slot kon voor vreemde ogen.

Ik schreef dagelijks. Mijn vader bracht me naar bed en mocht mijn kamer niet uit voordat hij had beloofd nooit maar dan ook nooit in mijn dagboek te lezen. Laatst pakte ik het boekje. En las. “Lief dagboek. Ik ben vandaag naar school geweest. Dat was leuk. Mijn vriendje Harm is gevallen. Dat vond ik zielig. Nou dat was het. Dag lief dagboek.”

Mijn vriendje Harm. Vriendje? Ik was zes! Ik probeerde me te herinneren hoe ik dat dan zag, die relatie. Had ik vlinders in mijn buik? Wilde ik met hem trouwen? Zoenen? Ik weet het niet meer.

“Mam. Heb je het al gehoord? Tommie is verliefd. Hij gaat kussen. Echt wel,” grijnst mijn oudste. Zijn broertje stompt hem op zijn rug terwijl hij ‘niet, niet, niehiet’ roept. Wacht even. Tom is zeven jaar. Ik knipoog naar hem. Vraag hoe ze heet. Jasmina. Ze heeft dik bruin haar en draagt dat in een vlecht. De twinkeling in zijn ogen als hij over haar vertelt, ontgaat me niet. “Ik ga naar haar toe,” zwaait mijn bonkie.

Bob snoeft als ik hem vraag of hij ook een vriendinnetje heeft. Hoe ik het in mijn hoofd haal. Weet ik dan niet dat meisjes echt gewoon vet stom zijn? Ik grinnik en ga koken. Dikke pasta met gehakt en saus, dat was het verzoek van Tom die ochtend. Ik mik de pasta in het kokende water, roerbak de groenten en braad het vlees rondom bruin.

Ik zie hoe Tom met een rood hoofd van opwinding de tuin in zeilt met in zijn kielzog een meisje. Ik krijg een slap handje van Jasmina. “Mam? Mag ik bij haar eten? Ze eten sinzensoep of hoe dat ook heet. Lust ik dat?” Ik zeg hem dat linzensoep gemaakt is van boontjes en dat hij die lekker vindt. Ik verzwijg dat er een pepertje doorheen zit en dat het op smaak is gebracht met kruiden die hij veel te scherp vindt. “Zie je nou wel. Ik zei toch dat je het lekker zou vinden?” straalt mijn kersverse schoondochter. Als Tom een blik werpt in mijn koekenpan, verschiet hij van kleur. Dikke pasta. Dat was hij even vergeten. “Kan ik een bakje meenemen?” probeert hij. Ik schud mijn hoofd. “Als ik die sinzensoep niet lekker vind, mag ik dan als ik thuiskom nog wat pasta?” dealt hij verder. Ik knik.

Als ik klaar ben met sporten, liggen mijn mannen op bed. De Man vertelt dat Tommie nog wel een bordje pasta heeft gegeten toen bij thuiskwam. “En het zal je verbazen, maar hij zei dat hij de linzensoep lekker vond.”

Het verbaast me helemaal niet. Want ook nu weer bewijst mijn kleinste dat de liefde van de man door maag gaat…

Karin van Leeuwen (44 jaar) schrijft vanuit haar eigen bedrijf De Gooise Pen en is drukker dan ooit. Heeft twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft blogs voor Damespraatjes. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee boenders Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool om een spinning-, pump-, of bodybalanceles te volgen. Sinds kort is ze regelmatig op het voetbalveld te vinden om het team van haar oudste te coachen.

Reageer ook