Ginny werkt als leerkracht en staat drie dagen per week voor de klas. “Ik verdien prima, maar het is geen vetpot,” vertelt ze. “Ik vind het heerlijk werk, en ik wil er ook echt mijn energie in stoppen, vooral nu ik in verwachting ben.” Haar vriend Thijmen werkt in de IT en verdient ongeveer tien keer zoveel als zij. Samen krijgen ze binnenkort hun eerste kindje. Het verschil in inkomen is groot, maar dat is niet het punt van strijd. “Thijmen draagt al ruim twee keer zo veel bij aan ons huishouden en aan het huis,” zegt Ginny. “Dat vind ik prima, dat heb ik nooit als oneerlijk ervaren. Maar waar het misgaat, is hoe hij zijn geld uitgeeft en hoe hij vindt dat ik mijn geld mag gebruiken.”
Verschillende ideeën over sparen en uitgeven
Ginny en Thijmen hebben duidelijke verschillen in hoe ze met geld omgaan. “Thijmen surft veel en geeft daar flink wat geld aan uit,” legt Ginny uit. “Nieuwe surfboards, een nieuw surfpak, een weekendje Portugal – het is een dure hobby. Daar heeft hij totaal geen moeite mee.” Zelf heeft Ginny een paar hobby’s waar ze graag wat geld aan zou uitgeven, zoals make-up en theaterbezoeken, maar daarvoor is weinig ruimte. “Ik kan niet zomaar een paar honderd euro besteden zonder dat het voelt alsof het ten koste gaat van onze spaarpot. Terwijl ik zou willen dat er gewoon wat meer ruimte was voor leuke dingen, ook voor mij.” Nu Ginny in verwachting is, groeit het besef dat sparen belangrijk is. “Ik vind dat we iets meer zouden moeten sparen voor de toekomst van ons kindje. Een buffer voor onverwachte dingen, een beetje extra voor later. Maar Thijmen vindt dat niet nodig. Volgens hem is hij al genoeg aan het bijdragen en bepaalt hij zelf wel waar zijn geld naartoe gaat.”
Een gevoel van ongelijkheid
Voor Ginny voelt de situatie oneerlijk. “Het is niet alsof ik vind dat hij moet minderen met zijn surfspullen. Maar het voelt wel oneerlijk dat ik nauwelijks iets kan doen met mijn eigen geld, terwijl hij zo vrij is om alles uit te geven.” Thijmen heeft daar een duidelijk standpunt over. “Hij zegt letterlijk: ‘Als je iets wilt kopen of meer wilt sparen, dan kun je zelf ook meer gaan werken.’ Dat vind ik flauw,” zegt Ginny. “Ik heb altijd drie dagen gewerkt en zeker nu we een kindje krijgen, vind ik dat dat meer dan genoeg is. Het is ook mijn keuze geweest om niet fulltime te werken. Dat betekent niet dat ik geen zeggenschap heb over ons geld of dat ik niet af en toe iets leuks zou moeten kunnen kopen.”
Kleine tegenstellingen groeien
Het verschil in visie wordt duidelijk bij het plannen van uitgaven. “Als we een groot bedrag sparen voor de baby of voor een gezamenlijke reis, voel ik dat Thijmen sneller akkoord gaat dan wanneer ik iets wil uitgeven aan een avondje theater,” zegt Ginny. “Hij vindt dat ik eerst moet sparen of harder moet werken. Dat voelt alsof mijn wensen niet meetellen, terwijl we toch samen verantwoordelijk zijn voor het gezin.” Ze merkt dat dit tot frustraties leidt. “Ik wil niet dat geld een constante strijd wordt, maar ik merk dat ik vaak nadenk over hoe hij zal reageren. Dat maakt het niet ontspannen. Zelfs kleine aankopen voel ik nu bijna als een discussiepunt.”
Het gesprek aangaan
Ginny probeert regelmatig te praten met Thijmen over haar gevoel. “Ik zeg dan: ik waardeer alles wat je doet, ik weet dat je veel meer bijdraagt aan het huishouden en dat is fantastisch. Maar ik zou willen dat we samen beslissen over hoe ons geld wordt gebruikt, ook voor kleine dingen die mij plezier geven.” Helaas levert het niet altijd begrip op. “Hij zegt dat hij al genoeg bijdraagt en dat ik zelf keuzes moet maken als ik iets wil. Maar ik vind dat niet eerlijk. Het gaat niet alleen om uitgeven; het gaat om respect voor elkaars behoeften en wensen. We zijn een team, en ik vind dat we ook als team moeten beslissen wat we sparen en wat we uitgeven.”
Het dilemma van Ginny
Ginny zit in een lastig parket. “Ik wil dat we meer sparen en tegelijkertijd wil ik af en toe iets leuks kunnen doen met mijn eigen geld. Dat lijkt toch niet teveel gevraagd? Maar op dit moment voelt het alsof er voor mij nauwelijks ruimte is.” Ze vreest dat dit verschil in visie op lange termijn spanning kan veroorzaken, zeker nu hun kindje onderweg is. “Het is niet dat we niet kunnen sparen, maar ik wil dat er balans is. Dat hij zijn geld mag uitgeven, maar dat er ook ruimte is voor mij, zonder dat ik me schuldig voel.” Ze twijfelt over hoe ze dit kan oplossen. “Moet ik accepteren dat hij altijd bepaalt wat er gebeurt met geld? Of moeten we afspraken maken die eerlijker voelen, zodat we beiden ruimte hebben voor onze wensen? Ik weet dat ik duidelijk moet zijn, maar ik wil ook dat het geen strijd wordt. Ik wil rust, vooral nu we een kindje krijgen.”
Zoektocht naar een oplossing
Ginny overweegt verschillende opties. “Misschien moeten we een gezamenlijke spaarrekening hebben voor vaste zaken en een privépot voor persoonlijke uitgaven. Dat geeft vrijheid, maar houdt ook structuur. Of misschien moeten we een financieel plan opstellen met duidelijke afspraken over sparen en uitgeven. Dan voelt het niet alsof alles afhankelijk is van wat Thijmen wil.” Het gesprek hierover blijft belangrijk. “Ik wil dat hij begrijpt dat het niet gaat om geld alleen, maar om gelijkwaardigheid en respect. We zijn een team, en we krijgen een kindje. Dan moet het mogelijk zijn om afspraken te maken die voor ons beiden werken, zodat ik ook af en toe iets kan kopen of sparen, zonder dat het een discussiepunt wordt.”
Vraagtekens
Ginny vraagt zich af hoe andere koppels hiermee omgaan. “Is het normaal dat een partner zo vrij kan uitgeven omdat hij meer verdient? Of zou je echt samen beslissingen moeten nemen, ongeacht wie het meeste verdient? Ik weet dat dit veel voorkomt, maar het voelt nu soms zo ongelukkig.” Voor haar is duidelijk dat er verandering moet komen. “Ik wil dat we beide ruimte hebben om keuzes te maken, zodat ik me niet beperkt voel en hij niet het gevoel heeft dat ik hem iets ontnem. Het is zoeken naar balans, en dat is nog niet makkelijk, zeker met een kindje op komst.”
Afbeelding: Freepik
