Fragment uit nieuwe boek Katie Fforde

katie_fforde_een_verleidelijk_voorstel.jpg
De dames zijn dol op lezen en vooral voor chicklits maken we tijd. Damespraatjes mag met toestemming van de uitgever een fragment publiceren uit het nieuwe boek van chicklit schrijfster Katie Fforde: Een verleidelijk voorstel. Dames even lekker zitten en lezen ……

‘Wie is die oom Eric de Ellendeling ook alweer? Je hebt het me vast
verteld, maar ik kan mijn eigen familie niet eens uit elkaar houden,
laat staan die van een ander.’
Sophie legde haar theelepeltje op het schoteltje en keek met een
peinzende blik over de tafel naar een van haar twee beste vriendinnen.
‘Dat verbaast me niks, Mands. Hij is familie van mijn vader, maar ik heb
hem zelf ook nog nooit ontmoet. Misschien wel als kind, maar dat kan ik
me niet meer herinneren. Ik weet eerlijk gezegd ook niet of het een
echte oom is of een oudere neef. Ze zijn een tijd gebrouilleerd geweest,
maar dat is kennelijk bijgelegd.’
Ze zaten in hun stamcafé aan hun favoriete tafeltje bij het raam,
vanwaar ze de voorbijgangers konden gadeslaan en commentaar konden
leveren op hun kleding. Sophie veegde afwezig met haar servet wat
gemorste koffie op.
‘Maar waarom moet jij voor hem zorgen? Je bent pas tweeentwintig. Geen
leeftijd om als een ouwe vrijster voor vrijgezelle familieleden te
gaan zorgen.’ Uit de vinnige manier waarop Amanda met haar lepeltje een
patroon in het schuim van haar cappuccino trok, bleek dat ze het er niet
mee eens was.
Sophie kneep geërgerd haar ogen samen. ‘Je leest te veel historische
romans, Mandy. Maar je hebt gelijk, het klinkt alsof de ongebonden
dochter bij de rijke oom moet intrekken om zijn erfenis veilig te
stellen.’ Ze fronste. ‘Maar zo zit het niet.’

Haar vriendin nam haar sceptisch op. ‘Echt niet!’ verweerde Sophie zich.
‘Dus je familie gebruikt je niet alweer als invalsloofje? Nu zijn eigen werkster op vakantie gaat?’ Sophie haalde haar schouders
op. ‘Ze is geen werkster. Ze is zijn huishoudster. Een soort verzorgster. Werkster klinkt zo akelig.’
Amanda keek Sophie recht aan.‘Maar waarom moet jíj dat doen? Kan iemand
anders van je familie het niet doen? Je moeder, bijvoorbeeld.’
‘O, Amanda, je weet toch hoe dat gaat! De anderen willen niet. En ik heb
op het moment toch even geen werk.’ Sophie besefte dat haar vriendin
het erger vond dan zijzelf dat ze een oud familielid moest gaan
verzorgen. Misschien liet ze zich ook wel te veel commanderen door haar
familie. ‘Ik zal zorgen dat hij me ervoor betaalt.’
‘Hij kijkt wel uit. Dan had hij allang professionele hulp ingeschakeld. Dan zou hij geen beroep op zijn familie doen. Het moet wel
een krent zijn. Jullie noemen hem vast niet voor niets Eric de
Ellendeling.’
Sophie dacht even na. ‘Nogmaals, ik heb hem nooit ontmoet, maar ik heb
begrepen dat hij erg gierig is. Mijn ouders hebben ooit geld van hem
te leen gevraagd toen ze in geldnood zaten, maar werden de deur gewezen.
Hij had gezegd dat ze niet moesten denken dat hij een of andere
suikeroom was.’ Ze lachte. In gedachten zag ze de verontwaardigde
gezichten van haar ouders voor zich.‘Maar dat is alweer jaren geleden.’
‘Als hij zich professionele hulp kan veroorloven, moet hij inderdaad
behoorlijk krenterig zijn als hij jou vraagt.’
Sophie beet op haar lip. Amanda hoefde niet te weten dat haar moeder
haar waarschijnlijk had aangeraden omdat oom Eric niet het eeuwige leven
had en mild gestemd diende te worden. Hij vertikte het hun geld te
lenen, maar misschien zou hij hun wel zijn vermogen nalaten. Hij had
immers geen andere familie meer. En Sophies ouders kwamen altijd geld
tekort.

Amanda kende Sophie al vanaf de basisschool en wist hoe Sophies ouders
met hun jongste kind omgingen. ‘Wedden dat je moeder heeft gezegd dat jij
het wel wilt doen?’
‘Mooi niet!’ Sophie keek haar vriendin met een twinkeling in haar ogen
aan.‘Jij denkt wel dat ik me laat rond commanderen, maar ik krijg
vaker mijn zin dan zij denken. Als mensen denken dat je dom bent, kun
je dat uitbuiten.’ Ze vond dat ze haar gelaten houding moest
verklaren.‘Het lijkt misschien dat ik over me heen laat lopen, maar als
ik iets echt niet wil, doe ik het niet.’
Amanda zuchtte. ‘Oké. Maar ik snap nog altijd niet waarom jouw familie
denkt dat je dom bent.’
Sophie haalde haar schouders op .‘Omdat ik niet gestudeerd heb, denk ik.
En omdat ik de jongste ben. Het is meer uit gewoonte. Zonder titel tel
je in onze familie niet mee. Bovendien zien ze het nut van mijn
talenten niet in.’ Ze zuchtte. ‘Al profiteren ze er wel van.’
Amanda snoof. ‘Ik ben benieuwd wat Milly ervan vindt.’
Milly, de derde van het trio dat op school bekendstond als
‘Milly-Molly-Mandy’ – tot ergernis van Sophie, die het vreselijk vond
om Molly te worden genoemd – woonde in New York. Ze was een paar jaar
ouder dan de andere twee en als leider van het vriendinnenclubje nog
kritischer dan Amanda.
‘Ik heb Mills er nog niet mee lastiggevallen, maar ik ga haar gauw
bellen. Oké, maar ik moet nu echt gaan. Ik moet nog achter leuke
plastic glazen voor de kinderen aan. De gasten komen al om één uur.’Ze
trok een gezicht.‘Mijn moeder wil per se onze oude speelkamer inrichten
voor de kinderen. Dat vinden ze volgens haar veel leuker, maar ze wil
gewoon geen last van hen hebben.’
‘Zie je wel! Je helpt je moeder weer met haar feest en toch behandelt ze
je als een tweederangs burger.’
Sophie grinnikte. ‘Dat heeft niet met klasse te maken, maar met hersens!
Klasse is het probleem dan ook niet. Maar mijn eindexamenresultaten
wijzen wel uit dat ik het nu eenmaal niet van mijn hersens moet hebben.’

‘Nu klink je net als je moeder!’ ‘O ja? Niet best.’ ‘Dat komt ervan.
Maar wat die kamer voor de kinderen betreft, heeft je moeder wel gelijk. Kinderen vinden feestjes voor
volwassenen alleen maar vervelend.Vooral als jouw vader hen ook nog gaat
uithoren of ze wel Latijn in hun pakket hebben.’
Sophie trok een wenkbrauw op. ‘Dat soort feestjes is ook vervelend als
je een meter zeventig bent. Jij blijft niet voor niks thuis. Anders dan
vorig jaar.Trouwens, hij zal je niet meer vragen of je Latijn hebt
gedaan, want hij weet dat je bij mij op school hebt gezeten.Wij konden
geen Latijn kiezen.’
Het was duidelijk dat Amanda zich schuldig voelde. ‘Als jij wilt dat ik
kom, dan kom ik. Vroeger hadden we altijd lol op het zomerfeest van je
ouders.’
‘Ja, maar toen schminkten we elkaar nog en spoten we elkaar nat met de
tuinslang.’ Ze zuchtten allebei bij de herinnering, waarna Sophie
vervolgde: ‘Je hoeft niet te komen, hoor. Ik red me wel in mijn eentje.
Ik ben gewend aan mijn familie. Ik kan ze wel aan.’  Ze fronste licht.
Ze was niet helemaal eerlijk tegen Amanda geweest. Het kostte haar de
laatste tijd steeds meer moeite zich aan de pikorde binnen haar familie
aan te passen. Vooral nu ze zo haar best deed hun sjofele huis om te
toveren in een chic onderkomen zou ze wel een schouderklopje kunnen
gebruiken.
Sophie vond de feestwinkel in een zijstraat van het oude stads-centrum.
Omdat het uitverkoop was, sloeg ze wat extra spullen in: klein
vuurwerk, schmink en een paar glitterpruiken. Vervolgens liep ze de
heuvel op naar het grote Victoriaanse huis waar ze woonde.
Ze had zich al vaak afgevraagd waarom haar ouders, die altijd klaagden
over geldgebrek, niet kleiner gingen wonen of een deel van het huis
verbouwden tot appartement. Als ze op zolder een eenvoudige badkamer en
keuken zouden laten maken, zouden ze het kunnen verhuren en jarenlang
een extra bron van inkomen hebben. Maar in plaats daarvan rommelde hun

gezin – Sophie, haar oudere broer Michael en haar ouders – maar wat aan
en bleef iedereen ruziën over de enige badkamer in huis, terwijl ze de
ongebruikte kamers volstouwden met spullen.
Sophies moeder, die haar academische carrière had opgegeven om
kunstenares te worden, had zich veel ruimte toegeëigend voor een
atelier en een plek om haar schilderijen op te slaan. Haar vader, die
wel academicus was, was een dwangmatige boekenverzamelaar. Hij had
behoefte aan een werkkamer én een bibliotheek. Michael, ook academicus,
wilde hetzelfde. Sophie had een keer voorzichtig voorgesteld om een van
de bibliotheekkamers te splitsen zodat zij een plek zou hebben om te
naaien, maar dat voorstel was hooghartig van de hand gewezen. ‘Kunst’
was iets creatiefs, terwijl naaien gewoon handenarbeid was, en dus
onbelangrijk. Pas toen Sophie vijftien was, ging haar zus Joanna het
huis uit en had Sophie haar kamer ingelijfd voor haar naaimachine en al
die andere spullen die ze nodig had voor haar creaties.
Nu waren alle kamers op de benedenverdieping uitgeruimd voor het feest
van haar ouders, hetgeen veel van Sophies talent vroeg. Het huis had
charme en karakter, maar de tapijten waren versleten, de muren
vertoonden vochtplekken en Sophie had de tafels met kleden moeten
bedekken om de kringen die nonchalante academici met hun hete
koffiebekers hadden achtergelaten aan het oog te onttrekken.
De keuken was overgenomen door de cateraars, Linda en Bob, voor wie
Sophie regelmatig als serveerster werkte. Het was een grote ruimte, met
het type losse elementen dat tegenwoordig zo modern was, maar die
simpelweg niet waren vervangen toen strakke keukens in de mode kwamen.
Sophie overwoog wel eens het antieke keukengerei op rommelmarkten te
verkopen en te vervangen door modernere spullen, zodat ze er ook nog een
leuk zakcentje aan zou overhouden. Maar modern keukengerei zou niet in
hun gezellige maar enigszins verwaarloosde huis passen.
Nu zette ze haar tas op het aanrecht. ‘Oké. Citroenen, limoenen, chips en lekkers voor de kinderen. Hebben jullie nog iets anders
nodig?’

‘Volgens mij niet,’ zei Linda. Ze haalde de citroenen en limoenen uit
de tas. ‘De salades zijn klaar, ik heb de zalm en koude vleeswaren
gegarneerd en alles wat warm moet worden opgediend staat in de oven.We
liggen netjes op schema.’
‘Kan ik misschien nog iets anders doen?’ Sophie zag aan de lichaamstaal
van haar vriendin dat ze nog wel wat hulp kon gebruiken. Bovendien was
ze het gewend mee te helpen als haar ouders een feest gaven. Ook als ze
geen feest gaven trouwens. Ze maakte zich graag nuttig, anders dan de
mannen in de familie, die altijd enigszins verontwaardigd reageerden als
iemand hen vroeg iets te doen wat op huishouden leek. Haar moeder, die
kennelijk vond dat ze genoeg werk had verricht nadat ze een deel van de
tuin onder handen had genomen (haar artistieke gevoel had zich verzet
tegen een bepaalde kleurencombinatie), lag uitgeblust in bad te weken.
‘Misschien kun jij de glazen even naar de eetkamer brengen? Je broer
heeft ze opgehaald bij de slijter. Ze zien er niet al te schoon uit, dus
als je ze nog even zou willen opwrijven, graag.’
‘Oké.’ Sophie pakte een schone theedoek, gooide hem over haar schouder
en droeg de dozen met glazen naar de eetka- mer. De kamer had
openslaande deuren die uitkeken op de tuin; het was de mooiste
oktobermaand sinds mensenheugenis, en ze hoopte maar dat de gasten het
terras op konden en zouden genieten van de wilde tuin.
Net als het huis, had de tuin zijn charme als je niet al te veel op de
details lette. Hij stond vol enorme struiken die jarenlang niet waren
gesnoeid en massa’s felroze, laatbloeiende phloxen die werden
afgewisseld door oranjerode crocosmia’s – die haar moeder op het
laatste moment naar de riek hadden doen grijpen.
Nu voegde haar moeder zich bij Sophie in de eetkamer, waar ze de glazen
stond op te wrijven boven een kom heet water. Haar gezicht glom en ze
was nog een beetje rozig van het bad.

‘Ach, lieverd, dat hoeft toch niet! Ze zijn schoon genoeg. Ik heb liever
dat je wat bloemen in de hal zet. Er zit namelijk een vreselijke
vochtplek tegenover de voordeur die me niet eerder was opgevallen.
Misschien kunnen we daar een grote vaas bloemen voor zetten? Zo’n gekke
creatie van jou zou daar perfect zijn.’
‘Hmm, dan heb ik wel een tafel nodig waar ik de vaas op kan zetten. O,
ik weet het al. Boven staat nog een stevige kartonnen doos. Daar
wikkel ik wel een lap stof omheen. Laat dat maar aan mij over, mam.’
‘Dank je, lieverd,’ zei haar moeder. Ze streek een paar ontsnapte
haarlokken achter haar oren en ging weer naar boven, vermoedelijk om
zich klaar te maken voor het feest.
Sophie ging op zoek naar de snoeischaar.
Sophie had weinig tijd gehad om zich op te tutten voor het feest. Ze had
de grootste zolderkamer ingericht voor de kin- deren – waartoe iedereen
jonger dan vijfentwintig jaar werd gerekend – en was van de ene kleine
crisis (geen schone handdoeken) in de andere gerold (geen
toiletpapier). Ze trok snel een witte blouse aan – die was toevallig
schoon – en een zwart rokje. Ze wist dat haar moeder haar liever niet in
een spijker- broek zag.Vervolgens holde ze naar beneden om haar ouders
en haar broer te helpen met het serveren van de drankjes. Niet dat haar
broer die uiteindelijk ook serveerde. Als er iemand binnenkwam met wie
hij wilde praten, pakte hij twee volle glazen en trok zich vervolgens
met zijn slachtoffer terug in de studeerkamer om daar het gesprek
rustig te kunnen voortzetten.
Algauw was het feest in volle gang. Terwijl de gasten zich verzamelden op
het terras en de hapjes werden geserveerd, wenste Sophie dat ze boven
was bij de kinderen. Ze was het zat steeds maar te moeten uitleggen dat
ze veel jonger was dan haar slimmere oudere broer en zus, dat ze niet
naar de universiteit was geweest en dat ook niet van plan was, en dat
ze volmaakt tevreden was met wat ze deed. Dank u wel. (Ze bleef
beleefd.)

Soms had ze de neiging het verhoor te onderbreken en te zeggen dat ze
het liefst kleermaakster wilde worden, maar dat vonden haar ouders geen
geschikt gespreksonderwerp – ze zou er wel ‘overheen groeien’ – en dus
hield ze zich in. Heimelijk ergerde ze zich groen en geel, en ze wist
dat Milly en Amanda dat maar al te graag zouden horen.
Sophie overwoog net met een schaal chocolademousse naar boven te glippen
toen ze door een kennis van haar moeder op haar schouder werd getikt.
Ze had de vrouw, die samen met haar moeder een schildercursus had
gevolgd, al een paar keer ontmoet.
‘Zou je een schoon glas voor me willen halen? Dit is vies.’
Er kon geen glimlachje vanaf, laat staan een alstublieft of dankjewel,
en Sophie, die persoonlijk alle glazen had opgewreven en zich niet kon
voorstellen dat er nog een exemplaar uit een donkere kast was
opgeduikeld, voelde zich beledigd. Niettemin glimlachte ze stijfjes. Ze
verdween met het vieze glas naar de keuken, spoelde het om en droogde
het af, en liep ermee terug naar de vrouw.
‘O, en een witte wijn, alsjeblieft. Maar liever geen chardonnay,’ zei
de vrouw. ‘Graag een beetje een goede wijn.’
Pas toen de vrouw de wijn had die ze wenste en Sophie met slechts een
hooghartig knikje was bedankt, besloot ze het onbetaalde serveerwerk
voor die dag voor gezien te houden en naar boven te glippen.
Ze griste de schaal chocolademousse en een handvol lepels mee, wetende
dat er genoeg papieren bordjes op de kinderkamer stonden. Ze zou de
mousse delen met wie er zin in had, een spelletje doen met de kinderen
en Milly bellen in New York.
‘En toen,’ vervolgde Sophie met haar mobiel tussen haar oor en schouder
geklemd terwijl ze de speelkaarten uitdeelde, ‘dacht een of andere ouwe
taart dat ik een serveerster was. Nota bene op het feest van mijn eigen
ouders! En dat terwijl ik haar al zo vaak heb ontmoet. Ik had het
helemaal gehad en ben naar boven gevlucht. Veel leuker hier.’

‘Het moet niet gekker worden.’ De stem van haar vriendin aan de andere
kant van de Atlantische oceaan klonk schor.
‘O, sorry, Milly! Ik heb je toch niet wakker gebeld? Ik wilde je al
eerder bellen en heb helemaal niet bij het tijdsverschil stilgestaan.’
‘Geeft niet, ik ben nu toch wakker. Ik lag nog een beetje te doezelen.’
Er volgde een korte, kostbare stilte, waarin Sophie haar vriendin haar
ogen bijna hoorde uitwrijven en ging zitten voor een stevige
roddel. ‘Dus geen leuk volk op het feest?’
‘Als je met volk mannen bedoelt, nee. Het is het jaarlijkse zomerfeest
van mijn ouders. Beetje laat, maar toch. Je weet wel, die feesten waar
Amanda en jij vroeger ook altijd bij waren. Ik ben nu boven bij de
kinderen. Ik moest een speciale speelkamer voor hen inrichten. Ik heb
geen zin meer om als personeel te worden behandeld. Mijn familie is al
erg genoeg. En als de gasten dan ook nog beginnen…’
‘Sophie, je bent toch ook serveerster?’
‘Dat weet ik wel! En daar ben ik ook trots op. Maar deze vrouw was zó
onbeleefd. Ik zou me ook aan haar geërgerd hebben als ik wél aan het
werk was geweest. Ik heb de kinderen opdracht gegeven een paar pakjes
speelkaarten te zoeken. We gaan dadelijk Racing Demon spelen. Dat wordt
lachen.’
Dat Milly Racing Demon allesbehalve ‘lachen’ vond was duidelijk. Er viel
een korte stilte, gevolgd door het geritsel van een dekbed, waarna
Milly zei: ‘Moet je horen, waarom kom je eigenlijk niet naar New York? Ik
heb het je al zo vaak gevraagd, maar nu zou het perfect uitkomen. Je
werkt toch niet meer als kinderoppas? Je bent toch vrij? Het is nu
heerlijk hier en over een maand is het al Thanksgiving.’
‘Dat lijkt me geweldig. Maar ik ben aan het sparen voor een cursus.’
‘O. Wat wil je gaan doen?’
‘Dat weet ik nog niet precies. Óf kleermaakster worden óf een
bedrijfje oprichten. Enfin, wat me het verstandigste lijkt zodra ik
genoeg geld bij elkaar heb.’
‘Willen je ouders je studie niet betalen?’ Milly deed geen

poging haar verontwaardiging te verbergen. ‘Je hebt ze een fortuin
bespaard door niet naar de universiteit te gaan.’
‘Dat is waar, maar ze weigeren te betalen voor zoiets “recreatiefs”
als een cursus boekbinden of glas-in-lood maken. Ik ben bang dat
kleermaken daar ook onder valt. Een kunstopleiding daarentegen…’
voegde ze er snel aan toe, de gedachten van haar vriendin radend. ‘Een
eigen bedrijfje kan waarschijnlijk ook niet door de beugel. Ze
begrijpen mensen die voor zichzelf werken niet.’ Ze zuchtte. ‘En zelf
hebben ze het natuurlijk ook niet breed.’
‘Kom dan naar New York. Dat hoeft echt niet zoveel te kosten. Er zijn
redelijk goedkope vluchten en je kunt bij mij logeren.’
‘Eh…’ Sophie had oom Eric nog niet ter sprake gebracht, omdat ze wist
dat Milly net zo zou reageren als Amanda. Maar ze moest eerlijk zijn
tegenover haar vriendin. Bovendien zou ze het toch te horen krijgen. ‘Ik
moet voor een oude oom gaan zorgen. Maar dat vind ik niet erg, hoor. Ik
krijg ervoor betaald.’ Ze kruiste haar vingers, want dat stond
allesbehalve vast.
Zoals verwacht kwam Milly’s oordeel over Sophies familie als een storm
over de Atlantische oceaan geraasd. ‘O, Sophie! Je moet je niet door je
familie laten dwingen dingen te doen waar alleen zij iets aan hebben en
jij niet. Je weet hoe ze zijn.’
‘Vertel mij wat.’
‘Zij bepalen altijd wat goed voor jou is, terwijl ze je de ruimte zouden
moeten geven je eigen dromen na te jagen. Het wordt tijd dat je zelf
het heft in handen neemt en je talenten gaat ontplooien.’
Sophie aarzelde. ‘Uit welk zelfhulpboek of televisieprogramma heb je
die wijsheid?’ In gedachten zag Sophie Milly een bedenkelijk gezicht
trekken.
‘Oké. Misschien is het een cliché, maar dat wil nog niet zeggen dat
het niet waar is.’
‘Dat is waar. Ik zal proberen meer weerwoord te geven en me niet als een
deurmat laten gebruiken.’

‘Je bent geen deurmat, Sophie. Zij zijn bazig, jij wilt altijd iedereen
helpen en het naar de zin maken.Weet je wat? Ik ga proberen een baantje
voor je te regelen waarvoor je geen verblijfsvergunning nodig hebt.’
‘Dank je, Milly. Ik zal even door de vingers zien dat jij je nu ook
bazig gedraagt. Hoe ben jij eigenlijk aan een verblijfsvergunning
gekomen?’
‘Dat heeft mijn baas voor me geregeld. Ik heb unieke eigenschappen.’
‘Zoals bazigheid?’ ‘Maar ik doe het voor jouw bestwil!’ hield Milly vol.
‘Dat zeggen ze allemaal,’ zei Sophie. ‘Sophie?’ zei een van de
twaalfjarigen, die geduldig wachtte tot ze de kaarten had uitgedeeld.‘ De kleintjes vervelen zich. Zullen we
gaan kaarten?’
‘Is goed,’ zei Sophie. ‘Mills, ik moet ophangen. Ze hebben me nodig. Ik
bel je nog wel.’
‘En ik ga een baantje voor je zoeken. Het wordt hartstikke leuk. Ik zal
je alles laten zien, tot de beste winkels aan toe. Het wordt geweldig.
Ik mail je nog,’ zei Milly, die nu klaarwakker klonk.
‘Cool! Fijn dat je me wilde aanhoren. Hoe laat is het nu bij jou?’
‘Net iets voor tien uur in de ochtend. Maar het is zondag.’ ‘O, dan hoef
ik me dus niet schuldig te voelen.’ Sophie hing met een zucht op en
richtte haar aandacht op haar neefjes en nichtjes en de kinderen van de vrienden van haar ouders.
‘Oké, jongens. Hebben jullie allemaal genoeg kaarten?’
Een van de oudere ‘kinderen’ had een paar flessen wijn mee naar boven
gesmokkeld en Sophie een glas ingeschonken. Ze mocht dan misschien de
‘minst pientere’ (niemand zei met zoveel woorden dat ze dom was) van
de familie Apperly zijn, ze was wel veruit de vriendelijkste en de
mooiste. Daarom zat ze nu, met haar toffeekleurige haar hoog opgestoken
in een knot en haar lange benen gekruist, in kleermakerszit op de grond.

Nadat ze voor serveerster was aangezien, had ze snel haar zwarte rokje
en witte blouse verruild voor een spijkerbroek en een topje met V-hals,
die ze had afgezet met paarlemoeren knoopjes die ze op de kop had getikt
op een rommelmarkt.
‘Zullen we eerst even de spelregels doornemen?’ opperde Sophie.
Dat nam nogal wat tijd in beslag omdat een aantal kinderen het spel nog
nooit had gespeeld. Bovendien waren sommigen erg jong en onervaren, en
moesten ervaren Racing Demonspelers met een handicap spelen. Eindelijk
konden ze aan het spel beginnen. Handen en kaarten vlogen heen en weer
en kreten van verontwaardiging en triomf wisselden elkaar af. Na de
eerste ronde troostte Sophie de jongste speler.
‘De volgende ronde,’ legde ze uit, met haar arm om de zesjarige die
bijna in tranen was,‘hoef jij maar tien kaarten op te gooien. Alle
anderen moeten er twaalf weggooien en je grote broer zelfs veertien,
omdat hij net gewonnen heeft.’
‘Sophie!’ beklaagde de grotere broer in kwestie zich. ‘Volgens mij
verzin je dat ter plekke.’
‘Klopt! Ik ben de baas.’
Er werd wat gemopperd, maar omdat Sophie hun lievelingsnichtje was en
ze allemaal een beetje verliefd op haar waren, bleef een algehele
opstand uit.
‘Oké, vul de glazen maar. Toby, jij mag wat wijn door je limonade doen,
alleen ik mag het puur drinken,’ verklaarde ze.
‘Dat is niet eerlijk!’ wierp Toby tegen, gesteund door de anderen.
‘Dat weet ik.’ Sophie veinsde medelijden. ‘Hard, hè?’ Hoe makkelijk in
de omgang ze ook was, ze wilde het niet op haar geweten hebben dat haar
neven en nichten ziek werden van de drank.
Sophie speelde verder totdat de jongste speler, die nog maar vijf
kaarten hoefde op te gooien, uiteindelijk won. Ze stond voldaan op,
klopte haar spijkerbroek af en ging naar beneden, na eerst te hebben
gecontroleerd of er nergens meer alcohol-

houdende drank stond waar haar neven en nichten zich op zouden kunnen
storten.
Zoals ze had gehoopt, stonden er alleen nog maar groepjes familie
verspreid door het huis en waren de cateraars al aan het opruimen.
Sophie begon glazen te verzamelen, deels uit gewoonte, deels omdat ze
wist dat niemand anders van de familie het zou doen.
‘Lieverd!’ zei haar moeder, terwijl ze in het voorbijgaan een arm om
haar jongste kind heen sloeg. Ze zag er mooi en artistiek uit, maar
maakte een licht aangeschoten indruk.‘Ik heb je vanmiddag nauwelijks
gezien. Heb je een oogje op de kleintjes gehouden?’
‘Sommigen zijn allesbehalve klein meer,’ zei Sophie. ‘Maar ik was
inderdaad boven.’
‘Wat ben je toch een lieve meid.’ Sophies moeder streelde haar over haar
haren, waardoor ze nog verder uit de speld zak-ten. ‘Altijd zo leuk met
kinderen.’
‘Ik ben blij dat ik me nuttig heb kunnen maken,’ zei Sophie. Ze
probeerde zich niet beledigd te voelen door het slappe complimentje. ‘Ik
denk dat ik Linda en Rob even ga helpen in de keuken.’
‘Kijk dan gelijk of er nog champagne is,’ zei een levendige stem vanuit
de hal. ‘Ik heb met een doodsaaie vriend van papa staan praten en heb al
eeuwen niks meer gedronken.’
Het was Sophies oudere zus Joanna, met wie ze thuis het beste kon
opschieten.Terwijl de anderen Sophie behandelden alsof ze een beetje
simpel was, deed Joanna in elk geval niet alsof ze nog een kind was.
Sophie haalde een fles champagne en twee schone glazen en liep ermee
terug naar haar zus, die zich in de serre had teruggetrokken om
stiekem een sigaret te roken.‘Zal ik de fles voor je openmaken?’ vroeg
Sophie.
‘Kind, ik opende al flessen champagne toen jij nog niet geboren was,’
zei haar zus, terwijl ze haar sigaret weglegde.
‘Wat? Sinds je vijftiende? Dat meen je niet!’ Joanna negeerde haar
opmerking.‘Wil jij ook?’

‘Ik wil eerst even meehelpen met opruimen. Ze zijn allemaal doodmoe in
de keuken en hebben vanavond nog een ander feest.’ Sophie zweeg even.
Ze twijfelde of ze er al om kon lachen. ‘Zal ik jou eens wat vertellen?
Die ouwe taart die mama van de schildercursus kent, dacht dat ik een
serveerster was! Ze vroeg me een schoon glas te halen en klaagde ook nog
over de wijn.’
Joanna haalde haar schouders op. ‘Dat komt omdat je je al- tijd zo
behulpzaam opstelt. Ik zal wat champagne voor je bewaren. De neven en
nichten kunnen elk moment met hun kroost vertrekken. Kletsen we daarna
even lekker gezellig bij. Ik begrijp trouwens niet waarom je je hebt
laten overhalen om voor Eric de Ellendeling te gaan zorgen.’
En omdat Sophie het zelf ook niet begreep, trok ze zich terug in de
keuken. Hoe sneller alles aan kant was, hoe sneller ze zich kon
ontspannen en rustig iets kon drinken met haar zus.

Bestelinformatie
Auteur: Katie Fforde
Uitgeverij: Van Holkema & Warendorf
Aantal pagina’s: 352
Uitvoering: Paperback
ISBN: 978 90 475 1553 1
Prijs € 17,99

Win dit boek bij damespraatjes.nl
Damespraatjes mag een aantal exemplaren weggeven van het boek van Katie
Fforde.
Stuur een mail naar [email protected]

<!–
document.write( '‘ );
//–>
Dit e-mail adres is beschermd
door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen
bekijken

<!–
document.write( '’ );
//–>
en geef de titel van het vorige boek van Katie Fforde
en wie weet maak jij kans op dit boek.

Reageer ook