De laatste brief van Karlijn

“Ik wil het niet meer” zei ik tegen hem. “Ik wil niet meer moeten doen alsof er niets aan de hand is! Ik wil niet alles opgeven!”. Ik zuchtte diep, keek hem nog één laatste keer aan en liep toen weg, hem achterlatend achter de tralies van de San Lucas gevangenis in Costa Rica. Dit is inmiddels vijftien jaar geleden en het doet nog elke dag pijn.

Mijn naam is Saartje, ik ben 37 jaar, ongetrouwd en zonder kinderen. Gelukkig heb ik wel leuke vriendinnen die altijd voor me klaarstaan. Ik heb een leuke baan in de reclame wereld waar ik terecht ben gekomen na mijn studie journalistiek. Ik zou mezelf wel een workaholic willen noemen. Mijn leven is hartstikke leuk hoor, maar soms verlang je naar meer. Niet alleen maar werken, maar ook een arm die je vasthoudt, wat lieve woorden of gewoon goede seks. Tijdens mijn studententijd ben ik een tijdje naar Zuid-Amerika geweest, om stage te lopen, maar ook om lekker te reizen. Hier ontmoette ik Juan-Pablo. Hij was alles wat je zoekt in een man: lekker lijf, macho, mooi teintje, volle bos met donkere haren en ook nog slim! Hij was de man van mijn dromen en dat is hij ook gebleven. Na mijn geweldige tijd in Zuid-Amerika ben ik terug gegaan naar Nederland om mijn studie af te maken. Tussendoor ging ik nog wel terug voor Juan-Pablo en hij kwam wel eens bij mij in Nederland. Hij woonde inmiddels op Costa Rica, een heerlijk eiland met een tropisch temperatuurtje. Geen wonder dat ik hier maar al te graag kwam rond de Kerst, wanneer het in Nederland sneeuwde en vroor. In de zomer kwam hij vaak naar Nederland toe, dan had hij twee weken vrij, aan het einde van de zomer ging ik dan nog even snel naar Costa Rica om hem op te zoeken voor de colleges weer begonnen, maar in 1994 ging het mis. Ik had Juan-Pablo uitgezwaaid op Schiphol na zijn verblijf in Nederland en was nog wat aan het nagenieten van de mooie weken samen en kon niet wachten om weer wat van hem te horen. Na zo’n veertien uur belde hij mij op en hij zei het volgende: “Hallo lieve Saartje, ik wil niet dat je schrikt, maar ik ben opgepakt.” Omdat ik een aantal minuten niet reageerde ging hij verder. “Het is niets schatje, maak je niet druk, ik kom snel weer vrij! Ik wou het je laten weten, zodat je je geen zorgen zou maken.”
“Wat heb je gedaan?” vroeg ik, eindelijk weer in staat om te spreken.
“Het is niets, het is niets! Maak je niet druk, ik bel je zodra ik vrij ben!”

Het zat me niet lekker. Dagen lang heb ik zitten wachten tot hij weer zou bellen. Toen hij na een week eindelijk belde heeft hij het hele verhaal uitgelegd. Hij had drugs gesmokkeld vanuit Amsterdam. Hij was daar een dag naartoe geweest met wat mensen die hij kende, die ook stage hadden gelopen in Costa Rica. Hij had de bolletjes cocaïne in zijn ingewanden willen vervoeren naar Costa Rica, waar andere drugs dan alcohol en sigaretten verboden zijn. Hij had verwacht dat hij zo weer buiten zou staan, of misschien was dat wel wat hij wilde dat ik geloofde zodat ik me niet zo druk zou maken. Niets was minder waar. Hij was veroordeeld tot twintig jaar cel en ik wist dat hij er niet levend uit zou komen. Hij zou worden opgesloten bij de zwaarste criminelen in de San Lucas gevangenis en de beveiliging van de gevangenen is daar nou eenmaal niet zo goed als in Nederland.

Omdat het nog zomer was heb ik gelijk het vliegtuig gepakt en ben naar hem toe gegaan. Ik heb tegen mijn vrienden en familie gezegd dat ik het niet trok zonder hem, zodat ik een goede smoes had om zo snel al achter hem aan te gaan. Maar wat ik daar aantrof was niet de man waar ik van hield. Hij keek verwilderd en agressief uit, terwijl hij eerder juist altijd lief en attent was. Het zal wel te maken hebben gehad met de omstandigheden, maar ik kon er niet tegen. Ik was een meisje van 21 jaar, hoe kon ik in godsnaam omgaan met de bagage die komt kijken een relatie met een man die opgesloten zit in het buitenland? We hadden een lang gesprek, waaruit naar voren kwam dat hij eigenlijk helemaal geen drugs gebruikte en dat hij ook geen geldproblemen had. Hij wilde gewoon de adrenaline voelen die hij zou voelen als hij alles goed had vervoerd. Dan zou hij wanneer hij weer in Costa Rica was wel zien wat hij met de drugs zou doen. Ik geloofde er geen woord van, maar toch liet ik hem in de waan dat het me niet uit maakte, dat ik er voor hem zou zijn. Ik ben nog twee weken in Costa Rica gebleven, waarna ik er een half jaar niet meer kwam. In dat halve jaar hebben we vele brieven gestuurd, waarin hij zijn verschrikkelijke ervaringen omschreef. Ik wilde het eigenlijk niet weten. Ik wilde de pijn niet voelen die hij voelde, alleen maar door zijn eigen schuld. Ik wilde me geen zorgen moeten maken over of hij het einde van de dag wel zou halen. Hij wilde zelf de kick en ondergaat nu het lot er van. Maar hij leefde in ieder geval nog, iedere brief die hij stuurde was een teken van leven en daar was ik blij mee. Ondertussen wist niemand in mijn omgeving van zijn situatie. Ik schaamde me er voor. Ik wilde niet geassocieerd worden met een drugs smokkelaar. Toen mijn ouders mij met Kerstmis dan ook een vliegticket gaven, zodat ik hem kon bezoeken voelde ik een steek van pijn. Ik schaamde me ervoor dat ik ze niet in vertrouwen durfde te nemen. Ik schaamde me dat ik me schaamde voor mijn vriend en ik schaamde me omdat ik tegenover hem niet eerlijk was. Het maakte me een ander mens, ik was altijd juist heel open en had voor niemand geheimen. Het was dus hoog tijd om er een eind aan te maken!

Ik heb het ticket van mijn ouders gebruikt en ben naar Costa Rica gegaan. Het zou raar zijn als ik niet ging en ik vond het een mooie manier om afscheid van hem te kunnen nemen. Toen ik arriveerde ben ik onmiddellijk terug gegaan naar de gevangenis, zodat ik dat achter de rug had. Wat ik aantrof was een mager hoopje ellende, en dat na nog maar een half jaar. Ik wou niet weten hoe hij er over twintig jaar uit zou zien!
“Ik wil het niet meer” zei ik tegen hem. “Ik wil niet meer moeten doen alsof er niets aan de hand is! Ik wil niet alles opgeven voor jouw en je stomme actie!”. Ik zuchtte diep, keek hem nog één laatste keer aan en liep toen weg, hem achterlatend achter de tralies van de San Lucas gevangenis in Costa Rica. Ik ben er daarna nooit meer geweest.

Nu, vijftien jaar later, schrijft hij mij nog steeds elke week een brief, waarin hij vertelt hoe het met hem gaat. Ik lees ze, maar beantwoordt ze sindsdien al niet meer. Hij schrijft voornamelijk dat hij me mist en hoe fijn we het hebben gehad. Het lijkt alsof hij gek begint te worden. Alsof hij het besef van tijd heeft verloren en we vorige week nog samen op het strand van Zandvoort zaten. En misschien lijkt het voor hem wel zo? Misschien lijkt het wel alsof de tijd niet voorbij is gegaan en we gewoon volgende week weer samen aan het strand zullen zitten. Misschien wil ik ook wel dat het zo lijkt, dat we niet ouder zijn geworden en dat hij geen jaren in de gevangenis heeft door gebracht. Ik weet het wel zeker. Ik zou graag willen dat hij al die jaren bij mij heeft door gebracht, dat we samen nu een aantal lieve kindjes hadden met een mooi bruin kleurtje en blauwe oogjes. Ik zou graag willen dat ik in Costa Rica bij hem op de veranda zat in het zonnetje, of samen in ons tuintje in Nederland. In zijn laatste brief stond dat hij wegens goed gedrag eerder vrij werd gelaten. Over precies vijf dagen, vijf uur en vijf minuten is hij weer vrij man. Misschien dat het verleden dan verder gaat waar het gestopt is, vijftien jaar geleden, en we samen kunnen werken aan zijn trauma’s en samen aan een mooie toekomst kunnen gaan werken. Ik zal er in ieder geval zijn om hem op te vangen, want hij blijft de enige man waar ik ooit van gehouden heb.

Terug naar de andere verhalen.

Dames Image Banner 468 x 68

 


2 reacties

In -

Mooi verhaal en mooi hoe subtiel de 5 er aan het einde in terugkomt

Reageer ook