Chantal Kuipers, Wild

“Jij bent wel een wilde he?” hij kijkt me brutaal aan.
Vlug haal ik me schouders op. Ik vind mezelf helemaal niet wild maar dat ga ik hem nog lang niet vertellen.
“Ligt eraan wat je definitie van wild is” schalks kijk ik terug. Ik houd meer van het spel dan van de winst.
“Ik denk dat jij voor alles openstaat, dat er met jou veel lol te beleven is” ik kan een gaap nauwelijks onderdrukken. Het is grappig dat ik altijd die suggestie kan opwekken.

Niemand, behalve mijn moeder,  weet dat ik het liefst met grote mokken thee in mijn ondergoed op de bank een boek zit te lezen.
“Oh zo bedoel je” ik bijt op mijn lip. Routineus wind ik een lok haar om mijn vinger. God weet wat mannen daar geil aan vinden maar ook deze keer werkt het.
“Ik ben een beest in bed als jij dat wilt” zijn hand glijdt over mijn heup. En ondanks dat hij iets te kaal en iets te zwaar is, heeft hij een bepaalde flair die weinig mannen bezitten.

Ondanks deze slechte versierpoging moet ik lachen. Zijn zelfvertrouwen is zowel opwindend als een afknapper.
“Dat klinkt anders ook best wild” ik klap een beetje van zoveel mannelijk geweld.
“Ga je met me mee naar mijn huis?” zijn hand is nu op mijn billen. Met een vastberadenheid die ik niet ken bevoelt hij mijn kont. Een lichte tinteling schiet door mijn lijf heen.
“Heel graag” en ik voel mijn zelfvertrouwen wegebben bij zoveel mannelijkheid. Ik houd van dit spel maar hij speelt het beter. Ik herken mijn meerdere gelijk.

Met een zelfverzekerd gebaar leidt hij mij door de straten van Groningen. In de verte herken in mijn Martinitoren. Waar ik ook heenreis, altijd is dit mijn baken. Mijn haven. Mijn thuispunt.

We stoppen bij een oud gebouw. Een straatlantaarn werpt een schimmig licht op de afvalzakken voor zijn deur.
“Tja, studenten he?” hij duwt me hardhandig tegen het portiek. Zijn warme tong zoekt de mijne. Hij smaakt naar bier en iets zoetigs dat ik niet herken. Het is niet onaangenaam.
“Tweede verdieping” hijgt hij en hij trekt me mee het donkere portiek in. Ik stoot mijn teen tegen een oude fiets. Tranen springen in mijn ogen.

Zijn hand loodst me door het trapportaal op weg naar zijn appartement. Zijn huis ruikt naar een combinatie van magnetronmaaltijden en zware aftershave.
“Mijn huis, jouw huis” hij strekt zijn armen uit. Ik onderdruk een lach. Het is een lief gebaar voor iemand die me alle hoeken van de kamer wil laten zien.

Zoenend bereiken we zijn slaapkamer. Het duister van de nacht dringt door de spleten van het gordijn heen. Loom laten we ons op bed vallen. Zijn hand kriebelt mijn buik. Het is een fijn gevoel.

Drie seconden laten hoor ik zijn zware ademhaling naast de mijne. Met zijn ogen gesloten ligt de mooie meneer naast mij. Grinnikend trek ik de deken over ons heen. De zwaarte van de nacht voert me mee naar dromenland.

De volgende ochtend voel ik zijn warme handen over mijn billen glijden. Met een ruk draai ik me om.
“Dus dit is jou idee van wild?” grijns ik, zijn grijze ogen flonkeren in het ochtendlicht.
“Ik kan slapen als een os. Dat is ook best wild toch?” hij kust mijn schouderblad.
“Een wild beest ja” en in de ochtendgloren vrijen we het laatste restje avond weg.

Terwijl we samen uitpuffen, kriebelt hij mijn haren.

Zachtjes grom ik. Misschien niet als een wilde leeuw, maar op zijn minst als een tevreden huiskat.

 

Reageer ook