9 dingen die je als niet-skier op wintersport kunt doen

Nog steeds kunnen we hartelijk lachen als er over mijn wintersport avonturen wordt gesproken. Hoe goed ik was op het oefenweitje, zo verstijfde ik letterlijk als de echte skihellingen in beeld kwamen. Ik ben een angsthaas op skies en niet zo maar eentje. Er zijn skileraren geweest die met mij hand in hand achteruit de hoge bergen af moesten skiën omdat ik niet meer naar beneden durfde. Het was hel!

Ik heb me dan ook voorgenomen om me nooit, maar dan ook nooit meer op ski’s te begeven. Als er echter iemand is die vraagt of ik mee wil op wintersport, dan ben ik de eerste die ja zegt. En wel om de volgende redenen.

1. In de zon zitten. Thuis zit ik flink veel binnen vanwege mijn werk. Op wintersport probeer ik zoveel mogelijk naar buiten te gaan en niets kan op tegen een paar uurtjes zonnen tussen de besneeuwde alpen. Zo heb ik heel wat boeken weg gelezen en cappuccino’s gedronken.

2. Wandelen. Lekker van terrasje naar terrasje. Vaak sprak ik met mijn vrienden af op de plek waar zij lunchen of koffiedrinken. Soms kun je met de skilift naar boven en ook weer naar beneden. Ik wandelde altijd op gewone schoenen, maar er bestaan ook sneeuwschoenen. Ze zien er best hilarisch uit, maar zeker het proberen waard.

3. Zwemmen en wellness. Veel wintersport hotels hebben een sauna of wellnesscenter. Ook voor mensen die wél skiën is het heerlijk om de spieren even helemaal door en door warm te laten worden. Omdat je alle tijd hebt als je niet skiet kun je natuurlijk ook wel een heerlijke massage boeken.

4. Een helikoptervlucht. Skiën en alles wat er bij komt kijken is super duur. De rest van je gezelschap geeft een vermogen uit aan skipassen, ski’s, skikleding etc. Dan kun jij jezelf toch wel op een helikoptervlucht trakteren. Hoe waanzinnig mooi is het om over de besneeuwde bergtoppen te vliegen en kilometers ver te kunnen kijken.

5. Schaatsen. Heb je zelf geen schaatsen bij je? Vermoedelijk kun je die huren op dezelfde plek als waar de ski’s worden verhuurd. Is er geen meertje waarop het kan, vraag dan waar de dichtstbijzijnde (overdekte) schaatsbaan is.

6. Husky tours. Zelf heb ik dit nog nooit gedaan, maar het staat zeker op mijn lijstje. Vrienden van ons hebben dit in Canada gedaan en het was een onvergetelijke ervaring.

7. Noorderlicht. Ga je in de periode oktober tot en met maart naar de meer noordelijke landen op wintersport, dik kans dat je het Noorderlicht kunt spotten. Landen waar het te zien is zijn onder andere: Noorwegen, Canada, IJsland en Schotland. Ook dit staat op mijn bucketlist.

8. Spelen in de sneeuw. Lekker een ochtendje met de kinderen ravotten, sneeuwpoppen maken of sneeuwhutten bouwen, heuveltje afrollen door de sneeuw. Laat je lekker helemaal gaan. Sneeuwpoppen voor gevorderden: misschien is ijssculpturen maken iets voor jou. Vergeet niet om foto’s te maken.

9. Apres ski. Bij dit onderdeel van de wintersport vakantie ben ik in mijn kracht. Lekker beginnen met Apfelstrudel en heisse Sjoko, waarna ik via de Gluhwein een goede bodem leg voor de heerlijke Oostenrijkse wijnen later op de avond bij het eten. Om een uurtje of 9 kruip ik dan compleet afgeknoedeld mijn bed in en kijk uit al weer uit naar de volgende ochtend in het zonnetje.

Heb jij nog leuke niet-ski tips? Ze zijn van harte welkom!


Reageer ook