Waargebeurd: Psychose dwong Maartje om van parkeerdek te springen

Het is nu zes jaar geleden, maar Maartje wordt nog dagelijks geconfronteerd met de gevolgen van haar bijna fatale sprong. Opgejaagd door stemmen in haar hoofd dook ze van de derde verdieping van een parkeergarage. “Ik stond op de tweede etage, maar de stem zei dat ik hoger moest, omdat ik anders niet kon vliegen.” Ze laat haar arm zien. Een litteken van haar elleboog tot haar pols herinneren haar dagelijks aan die verschrikkelijke dag in mei. Ze is gebutst en beschadigd maar kan het gelukkig nog navertellen.

Maartje is een vrolijke verschijning. Ze praat veel en gebruikt haar handen om haar verhaal te illustreren. Haar blauwe ogen schitteren en verraden haar emoties. “Jarenlang werkte ik als doktersassistente in een drukke praktijk. Ik zat als een spin in het web en patiënten kenden mij en wisten dat ze op me konden rekenen. Net als de huisarts voor wie ik werkte. Het gebeurde regelmatig dat ik overwerkte of op dagen terugkwam dat ik eigenlijk vrij was als er weer eens een griepepidemie was uitgebroken en het razend druk was in de praktijk.”

‘Je kunt vliegen’
Naast haar werk heeft Maartje thuis haar handen vol aan haar autistische dochter. “Omdat ik niet de juiste zorg voor haar kon vinden, raakte ik ontmoedigt. Die ontmoediging sloeg op een goed moment om in depressieve gedachten en die leidden uiteindelijk tot een psychose.” Het was een warme maandag in mei en Maartje hoorde stemmen in haar hoofd. Een stem was overheersend en zei haar dat ze kon vliegen. De stem dirigeerde haar naar een parkeergarage midden in de stad. Maartje nam de trappen en stond op de tweede verdieping. Het was niet hoog genoeg om te vliegen, waarschuwde de stem. Ze liep de trappen naar de derde etage op, nam een aanloop, spreidde haar armen en stortte neer op het asfalt.

Schaamte
Tien dagen later werd ze wakker. Haar rechterarm was verbrijzeld, haar bekken gebroken en ze was bont en blauw. “Ik ben acht keer geopereerd aan mijn arm maar nog steeds verga ik zo nu en dan van de pijn. Ik schaamde me in het ziekenhuis voor mijn psychose, maar dat was nergens voor nodig. Er werd niet over gesproken als ik dat niet wilde.”

Hulp vragen
Inmiddels gaat het goed met Maartje. Omdat ze niet meer kan werken, zoekt ze bezigheden die ze wel kan doen. “Dat heeft lang geduurd. Vlak na mijn psychose was ik alleen maar gefocust op wat ik niet meer kon. Bovendien was ik onzeker, was bang dat mensen me raar zouden vinden. Nu durf ik om hulp te vragen als het even niet gaat. Ook heb ik ontdekt dat ik een talent heb voor schilderen en heb me aangesloten bij een amateurschilderclub. Een keer in de week ga ik daar naar toe en de andere kunstenaars kennen mijn achtergrond niet en dat vind ik fijn. Het geeft me voldoening en een goed gevoel als ik daar ben geweest.”

Sterker
Soms maakt Maartje zich zorgen om de toekomst en is ze bang dat ze weer in psychose belandt. “De kans is aanwezig hoewel ik ‘m zeer klein acht. Het is zo bizar en nauwelijks uit te leggen aan mensen die het nooit hebben meegemaakt. Het heeft me veel ellende gebracht, maar uiteindelijk ben ik sterker uit de strijd gekomen. En ben ik tevreden met kleine dingen en succesjes. Mijn leven hoeft niet meer groots en meeslepend te zijn. Het is goed zo.”


Reageer ook