fb
Damespraatjes Damespraatjes

Ulrike: “Zijn slaapproblemen moeten niet de mijne worden”

Ulrike: "Zijn slaapproblemen moeten niet de mijne worden"

Ulrike ligt rechtop in bed. Het is 03:47. Weer. Naast haar draait Fons zich voor de zoveelste keer om. Het matras beweegt mee, het dekbed schuift van haar schouder. Ulrike zucht diep. Ze weet dat het geen onwil is, dat hij lijdt onder slapeloze nachten. Maar haar eigen ogen prikken, haar hoofd bonkt. Hoe lang kan ze dit nog volhouden?

Altijd al een slechte slaper

Fons heeft altijd slecht geslapen. Al vroeg in hun relatie merkte Ulrike hoe hij kon blijven piekeren over dingen die volgens haar klein leken. Een opmerking op het werk, een rekening, een afspraak die verzet moest worden. “Hij kan het niet loslaten,” vertelt Ulrike. “Dan ligt hij te draaien en zuchten. Ik probeerde hem te troosten, zachtjes over zijn rug te aaien of met hem te praten. Maar daardoor werd ik wakker, en vaak bleef ik daarna zelf ook liggen malen.” Lange tijd woog ze haar woorden zorgvuldig af, bang dat hij zich nog slechter zou voelen als ze hem confronteerde met haar frustratie. “Ik vond het zo zielig. Hij kon er niets aan doen en ik wilde hem steunen.”

Nieuwe manager, nieuwe zorgen

Maar sinds een paar maanden is het anders. Fons kreeg een nieuwe manager met wie het totaal niet botert. “Hij voelt zich constant gecontroleerd en bekritiseerd,” zegt Ulrike. “Elke dag komt hij gestrest thuis. Hij piekert daar ’s avonds uren over door. En ’s nachts is het nog erger.” Ulrike schuift haar kussen over haar oren. Soms zet Fons midden in de nacht zijn leeslamp aan. Een scherp wit licht dat haar retinas brandt, alsof het dag is. Of hij pakt zijn telefoon en zet een podcast op. Fluisterend, dat wel. Maar fluisterend is soms nog irritanter. “Hij zegt dan: ‘Ik kan niet slapen. Wat moet ik dan?’ En ergens snap ik dat. Maar het voelt alsof zijn nachten automatisch ook míjn nachten worden.”

Het breekt haar op

Overdag merkt Ulrike dat haar energie wegvloeit. Haar concentratie is weg, haar humeur brokkelt af. Op haar werk staart ze soms minuten naar hetzelfde scherm. Het viel een collega op. “Je ziet er moe uit,” zei hij. Dat was het moment waarop Ulrike voor het eerst hardop uitsprak wat er thuis gebeurde. “Het luchtte op, maar ik voelde me ook schuldig. Want ik hield het al maanden voor me, zelfs voor mijn beste vriendin.” Haar collega vertelde dat zij al jaren apart slaapt van haar man vanwege zijn gesnurk. Dat het hun redding was. “Ik schrok. Ik kon me niet voorstellen in aparte bedden te slapen. Dat voelde alsof je afstand neemt van je partner.” Ulrike knikt. “Ik zei: dat kan ik Fons niet aandoen. Maar toen antwoordde zij: ‘Waarom moet jij dit jezelf wél aandoen?’ Die zin bleef hangen.”

Praten helpt niet… nog niet

Ulrike heeft voorzichtig geprobeerd het met Fons te bespreken. Niet verwijtend, maar vanuit zorg. “Ik zei: misschien moet je eens met iemand praten. Over je manager. Over überhaupt je piekeren.” Maar Fons wuift het weg. “Het valt wel mee,” zegt hij. Of: “Ik moet gewoon even door deze periode heen.” Maar wat als die periode langer duurt? Wat als het nog maanden zo doorgaat? “Laat ik het zo zeggen,” zegt Ulrike zacht. “Ik ben bang dat zijn slaapproblemen langzaam de onze worden. Zijn stress is nu mijn stress. Mijn lichaam begint mee te reageren.”

Grenzen schuiven langzaam op

Iedere nacht verschuift de grens een beetje. Eerst alleen draaien. Toen lezen. Toen podcasts. Volgende week misschien de televisie? Wat daarna? Ulrike merkt dat ze zichzelf verliest in zorg voor Fons, maar dat ze steeds minder zorg heeft voor zichzelf. “Als ik zeg dat ik er last van heb, voelt het alsof ik hem in de steek laat. Maar als ik niets zeg, laat ik mezelf in de steek.” Ze denkt terug aan de woorden van haar collega. “Apart slapen hoeft geen statement te zijn van afstand,” zei ze. “Het is een praktische oplossing zodat je overdag wél een leuke partner kunt zijn.” Die gedachte wringt. “Ik wil niet dat we eindigen in aparte slaapkamers,” zegt Ulrike. “Maar ik wil ook niet nog jaren naast iemand liggen die me wakker houdt.”

Hoe verder?

Ulrike overweegt een ultimatum, maar dat past niet bij haar. Ze wil Fons steunen, niet dwingen. Toch vindt ze dat hij stappen moet nemen. Een gesprek met zijn manager. Met HR. Therapie. Wat dan ook. “Ik hoef geen perfectie,” zegt ze. “Ik wil alleen de poging zien om het op te lossen.” Voor het eerst voelt ze irritatie als Fons midden in de nacht opstaat. Geen medelijden meer, geen begrip. Maar boosheid. “Waarom moet ik hier ook onder lijden?” denkt ze dan.

Afbeelding: Freepik

Volg jij ons al?

Facebook Instagram Threads Twitter Pinterest TikTok Newsletter