Olivia had nooit gedacht dat ze bang zou worden van een hond, laat staan van de hond van haar schoonmoeder. “Ik ben opgegroeid met dieren,” vertelt ze. “Bij ons thuis liepen altijd honden rond. Grote, kleine, drukke, rustige… ik kon er prima mee omgaan. Maar sinds die beet van Max, de hond van mijn schoonmoeder, kijk ik heel anders naar hem.” Max is een middelgrote kruising, iets te veel energie, iets te weinig opvoeding. “Lief, volgens mijn schoonmoeder. ‘Een echte knuffelbeer’, zegt ze altijd. Maar eerlijk? Ik zie vooral een hond die niet goed luistert, gromt als hem iets niet zint en veel te snel overprikkeld raakt. Mijn schoonmoeder vindt dat allemaal charme. ‘Hij is gewoon enthousiast.’ Nou, met dat enthousiasme heeft hij zijn tanden dus in mijn hand gezet.”
Split second
Het voorval speelde zich enkele weken geleden af tijdens een familie-etentje. “Iedereen was er: de broers van mijn vriend, de kinderen, en dus wij. Max liep zoals altijd los door het huis. Hij komt overal tussen, snuffelt aan iedereen, springt op schoot als hij daar zin in heeft.” Olivia stond in de keuken toen het gebeurde. “Ik wilde Max gewoon even opzij duwen omdat hij in de weg stond. Niet hard, niet boos, gewoon een lichte beweging zodat ik langs hem kon. En ineens – hap. Niet diep, geen vlees eruit, maar het was wel degelijk een beet.” Ze schrok zo dat ze haar glas liet vallen. “Het was alsof mijn lichaam pas later registreerde wat er gebeurde. Mijn hand tintelde, en er zat echt een rij tandafdrukjes. Niks dramatisch, maar zeker geen speels knabbeltje.”
Alleen als hij schrikt
Ze liet haar hand zien aan haar schoonmoeder, die op dat moment naar de oven liep. “Ze keek ernaar, trok één wenkbrauw op en zei: ‘Ach joh, dat doet hij alleen als hij schrikt. Max is mijn maatje, die doet niemand kwaad.’” En daarmee was het klaar. Geen excuus. Geen ‘gaat het wel?’ Geen ‘sorry dat dit is gebeurd’. Ze aaide Max even over zijn kop en liep door. Olivia keek naar haar vriend, die het zichtbaar ongemakkelijk vond. “Hij mompelde iets als: ‘Hij bedoelde het niet zo’, maar hij wist ook dat dit eigenlijk niet oké was.”
De beet zelf was het probleem niet eens
“Het was niet dat het zo’n erge wond was,” benadrukt Olivia. “Een pleister erop en klaar. Het gaat om het principe. Een hond die bijt, hoe klein of hard ook, geeft een grens aan. Iets in hem zegt: dit wil ik niet, en ik gebruik mijn tanden.” En wat haar nog meer dwarszit: “Mijn schoonmoeder doet helemaal niets. Geen training, geen opvoeding, geen grenzen. Max mag alles. Op de bank, op schoot, aan tafel, in tassen neuzen… En als hij een keer gromt, zegt ze dat hij ‘gewoon duidelijk communiceert’. Maar wat als dat communiceren straks weer met zijn tanden gebeurt?”
Wat als die hond wél een keer doorbijt?
Olivia denkt de laatste tijd veel verder dan die ene beet. “Ik heb twee kleine nichtjes, van vier en zes. Die lopen daar rond, spelen op de vloer, aaien Max zonder te kijken. Iedereen gaat ervan uit dat hij lief is. Maar als hij mij al bijt omdat hij ‘geschrokken’ is… wat doet hij dan als een kind aan zijn staart zit?” Ze heeft het scenario al duizend keer in haar hoofd afgespeeld. “Kinderen zijn onvoorspelbaar. Honden kunnen dat niet altijd handelen. En Max al helemaal niet.” Olivia vindt het lastig om erover te beginnen bij haar schoonmoeder. “Ze is zó verknocht aan die hond. Ze zegt altijd dat Max haar houvast is sinds haar man is overleden. En dat begrijp ik. Echt. Hij is haar gezelschap, haar steun. Maar dat betekent niet dat ze zijn gedrag moet goedpraten.”
Het bespreekbaar maken
Thuis heeft Olivia er wel met haar vriend over gesproken. “Hij begrijpt me, gelukkig. Hij weet dat zijn moeder een blinde vlek heeft voor Max. Maar hij vindt het moeilijk om het aan te kaarten. ‘Mam wordt boos als we kritiek hebben op de hond,’ zei hij. En dat geloof ik ook.” Ze wil geen ruzie veroorzaken. “Ik heb een goede band met haar. We lachen veel, ik voel me welkom bij haar. Maar nu merk ik dat ik op mijn hoede ben. Ik ontwijk Max. Ik ga niet meer als eerste naar binnen, ik wacht tot iemand hem vastpakt of wegstuurt. En dat voelt zo onnatuurlijk. Dit is familie. Dit zou veilig moeten zijn.”
Waar ligt de grens?
Olivia weet dat ze een grens moet stellen. “Niet alleen voor mezelf, maar ook uit voorzorg voor anderen. Die hond gaat niet spontaan één keer bijten en daarna nooit meer. Gedrag dat je niet corrigeert, wordt gewoonte. En dat kan verkeerd aflopen.” Toch blijft de twijfel. “Ben ik te dramatisch? Overdrijf ik? Hij heeft me tenslotte niet kapotgebeten. Maar dan denk ik weer: wat als het de volgende keer wél serieus is, en ik heb nu niets gezegd? Kan ik dat mezelf dan vergeven?”
Afstand bewaren
Voorlopig zet Olivia het onderwerp nog niet op scherp. Ze kiest ervoor om voorzichtig te zijn, niet te dichtbij te komen en Max niet uit te dagen. “Maar eerlijk? Dat is geen oplossing. Het schuurt. En vroeg of laat moet er iets gezegd worden. Het voelt alsof ik op een tikkende bom zit.”
Afbeelding: Freepik

Joris -
Het verschil tussen speels happen en bijten lijkt me relevant. Als ‘ie bijt, zou ik niet meer gaan. Andermans kinderen zijn niet jouw verantwoordelijkheid.