Voor Merel voelt het steeds vaker wrang. Terwijl zij haar best doet om er voor haar ouders te zijn, ziet ze hoe anders haar man Eelco met zijn ouders omgaat. Het verschil tussen die twee werelden wordt met de jaren alleen maar groter. “Ik snap gewoon niet dat hij het zo makkelijk laat versloffen.”
Merel heeft zelf nog allebei haar ouders en probeert hen minimaal één keer per week te zien. Niet alleen voor de gezelligheid, maar ook omdat ze merken dat ze ouder worden en steeds wat meer hulp kunnen gebruiken. “Het is voor mij heel vanzelfsprekend om er voor ze te zijn.” Ze doet boodschappen, helpt in huis en neemt de tijd om echt even bij te praten.
Twee totaal verschillende aanpakken
Bij Eelco gaat dat heel anders. Hij ziet zijn ouders soms maar één keer per maand — en zelfs dat gebeurt vaak pas als zij er zelf om vragen. Voor Merel is dat moeilijk te begrijpen. “Het voelt alsof ze moeten bedelen om aandacht.” Zijn ouders zijn rond de zeventig en nog redelijk zelfstandig. Ze gaan er nog op uit, hebben hun eigen sociale leven en redden zich prima. Toch merkt Merel dat ze het contact met hun zoon missen. “Ze willen hem gewoon vaker zien, dat is toch niet zo gek?”
Altijd druk, altijd iets anders
Eelco heeft het druk, dat is duidelijk. Een veeleisende baan, een actief sociaal leven, sporten en daarnaast ook nog coach van het handbalteam van hun dochter. Hun drie kinderen — Noor (10), Fem (13) en Lotte (16) — sporten ook allemaal en hebben volle agenda’s. Volgens Merel is er altijd wel iets wat voorgaat. “Er is altijd een training, een wedstrijd of een afspraak met vrienden.” Daardoor schuiven zijn ouders automatisch naar de achtergrond. Ze begrijpt dat het leven druk is, maar vindt het geen excuus. Zeker niet als het structureel gebeurt.
Pijnlijke momenten
Wat het voor Merel extra moeilijk maakt, zijn de momenten waarop het echt zichtbaar wordt. Zoals verjaardagen die half worden gemist, of een trouwdag die simpelweg wordt vergeten. “Soms zie ik gewoon de teleurstelling op hun gezicht.” Ook komt het voor dat zijn ouders graag langs willen komen, maar dat Eelco dat afhoudt omdat het “niet uitkomt”. Voor Merel voelt dat ongemakkelijk. “Ik zou ze met open armen ontvangen, maar hij houdt de boot af.” Het zijn kleine dingen misschien, maar bij elkaar opgeteld doen ze pijn.
De rol van zijn zus
Gelukkig is er nog Eelco’s zus, die wel regelmatig langskomt en haar ouders ondersteunt. Dat verzacht de situatie enigszins, maar neemt Merels gevoel niet weg. “Fijn dat zij er is, maar dat ontslaat hem toch niet van zijn verantwoordelijkheid.” Ze ziet hoe de band tussen zijn zus en hun ouders sterk blijft, terwijl die met Eelco langzaam lijkt te verwateren.
Moet zij het overnemen?
Steeds vaker vraagt Merel zich af of zij hierin iets moet doen. Moet zij het initiatief nemen, afspraken plannen, haar schoonouders vaker uitnodigen? “Maar het voelt niet als mijn taak om dat allemaal te regelen.” Daar komt bij dat haar eigen agenda al overvol is. Haar ouders hebben hulp nodig en daarnaast zorgt ze ook nog voor een vriendin die ziek is. Mantelzorg die veel van haar vraagt, zowel praktisch als emotioneel. “Soms weet ik echt niet meer waar ik de tijd vandaan moet halen.” Nog meer op haar schouders nemen, voelt niet eerlijk.
Terugkerende discussies
Het onderwerp komt regelmatig terug in hun gesprekken. Merel geeft aan dat ze vindt dat Eelco vaker naar zijn ouders moet gaan. Maar die reageert steevast dat het zijn eigen verantwoordelijkheid is. “Hij zegt dan dat ik me er niet mee moet bemoeien.” Voor Merel voelt dat als een muur waar ze niet doorheen komt. Ze wil hem niet pushen, maar het knaagt wel.
Een veranderende familieband
Vroeger gingen hun kinderen regelmatig naar opa en oma. Logeerpartijtjes, middagen samen — het hoorde er allemaal bij. Maar nu ze ouder worden, hebben ze steeds meer hun eigen leven. “Ze hebben hun eigen vrienden en activiteiten, dat snap ik ook wel.” Toch merkt Merel dat daarmee ook een stukje verbinding verdwijnt. En juist daarom vindt ze het belangrijk dat Eelco die band blijft onderhouden.
Angst voor de toekomst
Wat Merel misschien nog wel het meest bezighoudt, is de toekomst. Want wat zegt dit gedrag over later? Over hoe Eelco omgaat met mensen die hem nodig hebben? Ze vraagt zich af wat er gebeurt als zij ouder worden. Als zij misschien meer zorg of aandacht nodig heeft. “Soms denk ik: gaat hij mij dan ook zo behandelen?” Het is een gedachte die ze moeilijk los kan laten.
Liefde en frustratie
Merel houdt van haar man en ziet ook alles wat hij wél doet. Voor hun gezin, voor de kinderen, voor zijn werk. Maar juist daarom begrijpt ze niet waarom zijn ouders zo’n lage prioriteit lijken te hebben. “Hij kan zoveel geven, maar niet aan hen.” Het is een onderwerp dat blijft schuren. Geen groot conflict, maar een terugkerende frustratie die steeds een beetje zwaarder weegt. Voor nu probeert Merel het los te laten, al lukt dat niet altijd. Want diep van binnen hoopt ze dat hij op een dag zelf inziet wat er op het spel staat. “Ik hoop gewoon dat het niet te laat is.”
Foto door Simon Schlee via Pexels

Joris -
“…maar dat ontslaat hem toch niet van zijn verantwoordelijkheid”. Zijn ouders hebben gekozen voor een kind, hij niet voor zijn ouders. Er bestaat geen enkele verplichting voor hem om zijn ouders (frequenter dan nu) te zien. Hij heeft kennelijk andere prioriteiten en het druk genoeg. Je geeft nota bene zelf aan het óók te druk te hebben om intensiever contact met hen te onderhouden…