Ka over zwemmen in te strakke pakken, vaseline en moederliefde

Oke. Daar ga ik. Heb ik alles? Ja. Zwemsuit in mijn tas gedaan? Ja. Op het station tref ik mijn drie zwemmaatjes en een groep enthousiastelingen die ons door de grachten gaan schreeuwen. Zondag is het twee weken geleden dat ik in de Amsterdamse grachten sprong. Om vervolgens twee kilometer te zwemmen voor ALS. Ik denk er veel aan. Het was een ware happening.

Ik heb veel ALS-patiënten gezien. In rolstoel. Die gevoerd werden. Door bijvoorbeeld hun dochter met blauw haar. Ik schrok daarvan. Niet van het blauwe haar, maar van de totale verlamming. Bijna niets meer kunnen.
Ik denk daaraan als ik mijn zwemsuit aantrek. Ik kom er amper in, zo strak is dat ding. Waar mijn bollen blijven weet ik niet, maar ze zijn weg. Als ik mijn verplichte badmuts met een chip voor de tijdregistratie op mijn hoofd zet, zie ik eruit als een Teletubbie “Nog een keer, nog een keer”, dreunt gelijk in mijn hoofd. Dat roepen die gekleurde wezens op tv steevast als ze het filmpje weer willen zien. Normaal zou een hilarisch uiterlijk me raken, vandaag niet. Ik heb toch echt liever honderd keer een hysterisch uiterlijk dan dat ik word getroffen door ALS.

Josefien, die ook met me mee zwemt, duwt me een potje vaseline in mijn handen. “Je benen mee insmeren, kom”, wappert ze met haar hand, “en je gezicht.” Ik smeer me in en glibber de kleedkamer uit. Nog een kwartier en dan springen we erin. Het water is koud. Zo’n 16,4 graden. Ik ril. Met z’n vieren wachten we tot we op de startsteiger mogen staan. Ik kijk de donkere gracht in. De hinderlijk opgewekte speaker roept dat wij, zwemmers van Wave 12, mogen springen. Ik aarzel. Haal diep adem en spring. Even verstijf ik. Als mijn Teletubbiepak langzaam volloopt met water dat al snel de temperatuur van mijn lichaam aanneemt, ontspan ik. Daar gaan we.

Ka-ALS-in-de-gracht

Als ik ergens een hoek omzwem, zie ik een boot vol zwemmers die in een folietje zijn gewikkeld. “Onderkoeld”, weet Josefien. Daar had ik geen rekening meegehouden. Dapper zwemmen we door. Als we nog zo’n 500 meter te gaan hebben dank ik wie dan ook op mijn blote knieën dat ik niet onderkoeld ben geraakt. Kan ook eigenlijk niet met de vetrandjes waar ik voor heel even, voor slechts een uur eigenlijk, heel erg blij mee ben. “Willen jullie me helpen?”, piept ineens een stem naast me. Verbaasd kijk ik opzij. Josefien doet hetzelfde. “Oh nee he, niet onwel worden waar ik bij ben. Gewoon doorpeddelen naar zo’n reddingssurfboy op een waveboard”, denk ik paniekerig. “Wat is er dan?”, vraagt Josefien de vrouw met piepstem. Omslachtig legt Piepstem uit dat haar moeder daar, waar, nou daar op de brug staat en of we even willen helpen om haar te roepen. Ik kijk naar de brug. Zie een brij van mensen. Vraag Piepstem hoe haar moeder eruit ziet. “Ze heeft een beige regenjas aan.” Dit schiet niet op. “Ik wil best helpen je moeder te roepen, maar misschien is het dan handig als we weten hoe ze heet”, zeg ik kribbiger dan ik bedoel. “Ireen heet ze. Ireen.” Josefien en ik wisselen een blik van verstandhouding uit, halen diep adem en schreeuwen Ireen terwijl we ook nog met onze linkerarm driftig zwaaien. Dit herhalen we drie keer, tot Ireen in de gaten heeft dat ze wordt geroepen. Met betraande ogen kijkt ze naar haar dochter. De moedertrots spat van de brug af. Ze zwaait naar haar dochter, en laat Josefien en mij aan ons droeve lot over. Lucht om er wat van te zeggen hebben we niet, we moeten alle zeilen bijzetten om niet ook in zo’n folietje terecht te komen. “We hebben onze goede daad voor vandaag weer gedaan, sweetie”, grijns ik naar Josefien.

Dat is natuurlijk niet zo. De beste daad die we die dag hebben gedaan, is twee kilometer zwemmen en daarmee honderden euro’s ophalen voor ALS. En dat doen we volgend jaar gewoon nog een keer. Nog een keer! Nog een keer!

Karin van Leeuwen (42 jaar) schrijft vanuit uit haar eigen bedrijf De Gooise Pen en is drukker dan ooit. Heeft twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft blogs voor Damespraatjes. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee boenders Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool om een spinning-, pump-, of bodybalanceles te volgen. Sinds kort is ze regelmatig op het voetbalveld te vinden om het team van haar oudste te coachen.


1 reactie

Romy -

Wat een prestatie! Ik heb veel respect voor jou en de andere zwemmers. Het is een afschuwelijke ziekte en deze actie is misschien een druppel op de gloeiende plaat, maar het is tenminste iets positiefs!

Reageer ook