Ka zorgt voor een lelijke vis

Wij hebben geen dieren in huis. Dat komt omdat ik allergisch ben voor veel dat zich op vier poten voortbeweegt en een vacht heeft. Vroeger hadden wij thuis een poes. Poes kwam uit het asiel en is bij ons over de twintig geworden. Mijn broer en ik niesten dagelijks onze longen uit onze lijven. Toen Poes doodging en wij huilden om een nieuwe, zei mijn moeder: ‘Als jullie nu nog net zo veel niezen als toen Poes er was, komt er een nieuwe. Anders niet.’ Mijn broer en ik deden onze uiterste best, maar het niezen bleef uit.

Ik kreeg toen een parkietje die een stille dood stierf toen ie een noodlanding in een enorme pot met gel maakte. Vanaf dat moment is er geen huisdier meer in mijn leven gekomen.

Tot vorige week. Mijn kleinste zwom bere-nerveus doch dapper zijn A-diploma binnen. En wat had ik ‘m voorgehouden? Precies: een goudvis. Gelukkig zijn er van die dagen dat het universum meewerkt. De dag voor het afzwemmen was zo’n dag. Juf Lisa appte mij dat ik haar goudvis, inclusief kom en voedsel, mocht hebben. “Toen mijn ene vis scheurbuik kreeg en mijn andere van ellende een eind aan zijn vissenleventje maakte, vond ik het mooi geweest. Voor mij geen vissen meer”, vertrouwde juf Lisa mij toe. Maar daar dacht Willem, de aanstaande van juf Lisa, heel anders over. En plop: voor juf Lisa het in de gaten had, zwommen er weer twee nieuwe vissen in de kom. Zuchtend zorgde ze voor het zwemmende span.

Ik was een en al oor. Ik zat helemaal niet op een goudvis te wachten, maar nu het me zo in de schoot werd geworpen, kon ik mij verheugen op die blije hoofdjes van mijn boenders. Juf Lisa waarschuwde mij: de vis is lelijk. “Hij heet Lee, afkorting van lelijk”, knipoogde ze. Hoe erg kon het zijn, dacht ik.

’s Avonds, terwijl mijn kleinste en grootste, dierenplaatjes van Freek in het Wild in een album plakten, sneakte ik uit huis. Juf Julia en Willem liepen me tegemoet met een enorme vissenkom. Willem grijnsde. “Schrik niet, hij is echt heel lelijk”, riep hij van afstand. Ik kwam dichterbij, en schrok me wild. Lee heeft twee heel bolle ogen aan de zijkant van zijn hoofd. Van die telescoopogen. Ik zette Lee even op zolder zodat mijn kleinste ‘m nog niet zou zien.

Toen we opgetogen inclusief A-diploma thuiskwamen, zei ik tegen mijn oudste: “We gaan voor Lee zorgen.” Hij trok zijn wenkbrauw op. “Maar, maar dat is de vis van juf Lisa”, glunderde hij. Ik knikte. Toen ik de kom onthulde juichten mijn oudste en kleinste. Lee zwom met zijn bolle ogen naar het glas. Ik probeerde in zijn ogen te kijken, maar faalde jammerlijk.

We zijn een week verder en Lee en ik zijn dikke vrienden. Als ik ochtends uit bed kom, zeg ik m gedag, kijk scheel naar hem en verdenk Lee ervan dat ie erom moet lachen. Maar dat weet ik niet heel zeker.

Nooit gedacht dat ik ooit voor de vis van de juf zou zorgen. De wonderen zijn de wereld nog niet uit.

Karin van Leeuwen (42 jaar) schrijft vanuit uit haar eigen bedrijf De Gooise Pen en is drukker dan ooit. Heeft twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft blogs voor Damespraatjes. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee boenders Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool om een spinning-, pump-, of bodybalanceles te volgen. Sinds kort is ze regelmatig op het voetbalveld te vinden om het team van haar oudste te coachen.


Reageer ook