Ka zoekt Muis

Muis-Karin-van-Leeuwen-dp
“Misschien is het beter als we Muis thuis laten”, probeer ik mijn kleinste aan zijn kleine verstand te brengen. “Straks raken we ‘m kwijt en dan zijn de rapen gaar.” “De rapen gaar? Wat is dat?” bemoeit mijn oudste zich ermee. Ik zucht diep. We moeten nu echt weg, anders komen we te laat voor de voorstelling in de bibliotheek. “Laat maar”, snauw ik terwijl ik twee kleuterjassen dichtrits, “kom nou maar.”

Op naar de bibliotheek waar Lot Lohr en Renée Menschaar, twee acteurs uit Sesamstraat, vertellen over Brammetje Boterhammetje. Met zijn kleine priemende vingertje wijst mijn kleinste op een opa in de zaal. “Is dat die rare meneer Aart?”, vraagt hij. Ik schud mijn hoofd. “Maar hij heeft wel net zo’n stomme bril op”, zuigt mijn kleinste door. Mijn wangen worden rood. Ik knik vriendelijk naar de man die, ik moet mijn kleinste gelijk geven, een heel stomme bril draagt. Ik haal opgelucht adem als de voorstelling begint. Het is een hilarisch leuk verhaal. Ik zit er helemaal in, ondanks dat ik niet de doelgroep ben.

Karin-van-Leeuwen-Sesamstraat-in-de-bieb-dp
Na een uurtje is het verhaal verteld, en staat er limonade klaar. Ik slenter naar de koffiecorner, pak een tijdschrift en bestel een kop koffie. Mijn boenders proberen slidings op het tapijt te maken. Als dat niet lukt, doen ze iets anders onbeduidends waarbij ze veel lawaai maken. Ik schiet in de negeer-stand. “Mam. Mahaaaam. Dat jongetje met dat ronde hoofd doet heel vervelend”, schreeuwt mijn kleinste vanachter een boekenkast. Ik vind het mooi geweest. We gaan.

’s Avonds als het eindelijk bedtijd is, begint mijn kleinste te piepen. “Waar is grote Muis?” Ik schrik. Ik weet het zeker: grote muis is niet mee naar huis gekomen. Razendsnel draai ik de film van die middag terug. Toen ik mijn kleinste van de fiets afsjorde, had ie Muis nog. Daarna heb ik ‘m niet meer gezien. De bibliotheek is dicht. Hm. Ik mail een kennis die in de bibliotheek werkt om te vragen of er op zondag iemand aanwezig is. “Nee. Ik vrees dat Muis in de bibliotheek moet slapen tot maandag 10.00 uur”, stelt ze me vooral niet gerust. Mijn kleinste wordt daar niet vrolijk van. Twee lange nachten staan ‘m te wachten. Ik kan op tijd “ik zei het nog zo: laat Muis thuis!” inslikken.

“Zou het goed gaan met Muis?”, vraagt hij aan niemand in het bijzonder. Ik knik. Hoewel ik het ook niet weet. Maandagochtend staan we om één minuut voor tien voor de deuren van de bibliotheek. Ik hoop dat Muis op de balie staat. Helaas. En nee, niemand heeft een Muis gevonden. Dat wordt zoeken. Tussen alle knuffels op de kinderafdeling. In het theatertje van de bibliotheek. Tussen de boeken. Tot ik een helder moment krijg. Ik loop naar de koffiecorner en mijn hart maakt een sprongetje. Naast de koffiekopjes, tussen de melk en de suiker, zit een uiterst tevreden Muis. “Tom! Tom!”, roep ik. Mijn kleinste komt hard aangelopen en doet wat de omstanders van hem verwachten: hij ziet zijn knuffel, roept hard “Muis!”, en rent met uitgestrekte armpjes naar de plank waarop Muis zit. “Het hele weekend heeft ie hier op jou gewacht”, lacht de koffiedame, terwijl ze een traantje wegpinkt. Mijn kleinste pakt Muis en knuffelt hem plat. Gadegeslagen door zo’n zes bibliotheekleden die nog net niet applaudisseren, breekt mijn moederhart tergend langzaam.

Karin
Karin van Leeuwen (41) jaar is in between jobs, maar drukker dan ooit. Heeft twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft nog steeds veel. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee boenders Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool om een spinning-, pump-, of bodybalanceles te volgen. Sinds kort is ze regelmatig op het voetbalveld te vinden om het team van haar oudste te coachen.

Lees hier de persoonlijke blog van Karin: www.kaleeuw.blogspot.com


Reageer ook