Ka wordt straatarm

“Ja joh, zij is dood. Eerst overleed haar man en vlak daarna is zij gaan hemelen. Ze heeft het zelf gedaan.” Zelfmoord? Ik hap naar adem. Pak ‘m beet elf huizen verderop heeft zich een drama voltrokken en ik weet van niks? Ik hoor mijn oude buuf zuchten aan de andere kant van de lijn.

“Je weet toch wel over wie ik het heb?” Hoewel ze het niet kan zien, knik ik. Geloof ik. Hij was vergroeid met zijn zwarte baseballpet en liep achter een rollator, schetst mijn buurvrouw. Er begint me iets te dagen. “En zij had kort rood haar en keek niet op of om. Ze liep altijd naast hem.” En zij heeft… ik kan het nauwelijks bevatten. “Dat je dat niet weet, normaal gesproken vertel jij mij de laatste nieuwtjes.” Ze heeft gelijk. Mijn kennis van de straat neemt af. Sinds ik mijn letterfabriek naar zolder heb verhuisd, ben ik een zonderlinge schrijfster aan het worden. Eentje die haar vingers blauw tikt. Interviews uitwerkt voor de krant. Blogt voor Damespraatjes. Schrijft aan haar eigen boek. Maar die niet meer weet wat er voor het raam gebeurt.

Dat was jarenlang wel anders.

Werkend aan de eetkamertafel staarde ik minutenlang naar buiten. Veerde op bij alles wat bewoog. Vreemde auto voor de deur? Ik checkte wie er uitstapte. Noteerde in m’n hoofd aankomst- en vertrektijd. Verdraaide mijn nek. Kijken waar de vreemdeling heenging. Ambulance in de straat? Al kreeg ik kramp in mijn kuiten, ik wachtte tot ik gezien had wie er op het brancard lag. Informeerde schaamteloos bij andere bewoners wat er aan de hand was. Ik wist welke buurman overdag werd bedrogen door zijn vrouw, en hoe vaak. Alle informatie die een mens nodig heeft om de juiste buurgesprekken te kunnen voeren, had ik paraat. Maar dat was toen.

“Dan weet je ook vast niet dat er schuin aan de overkant is ingebroken?” gaat de buurvrouw verder. “Het hele huis overhoop gehaald. Alle kasten leeg getrokken en midden op de keukentafel een grote bolus achtergelaten. Schijnt vaker voor te komen, zijn die gasten zo zenuwachtig dat ze moeten poepen.” Ik schiet in de lach. Ik zie voor me hoe zo’n inbreker het niet meer houdt en op het plastic tafelkleedje hurkt.

“Nou, ik ben blij dat jij ons huis in de gaten houdt als we er niet zijn. Dat is een hele geruststelling,” complimenteer ik mijn buuf. Sinds we naast elkaar wonen, nu veertien jaar, letten we op elkaars woning. Halen post van de mat, zetten de kliko aan de weg, sproeien de tuin. Het wordt stil aan de andere kant van de lijn. Ze heeft nog een nieuwtje voor me. “Ik ga verhuizen.” Ze kan naar een seniorenwoning.

Opnieuw hap ik naar adem. Ik ben de controle over mijn straat kwijt. Gauw twee trappen op naar m’n letterfabriek.

Karin van Leeuwen (45 jaar) is eigenaar van tekstbureau De Gooise Pen. Heeft meer dan twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft blogs voor Damespraatjes. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee mannen Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven (momenteel is ze druk met een boek!) is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool voor spinninglessen en krachttrainingen. Alledrie haar mannen atletieken en Bob en Tom doen daarnaast aan freerunning.


Reageer ook