Ka viert Pasen

Pasen. Ik weet nooit zo goed wat ik daarvan moet vinden. Religieus ben ik niet. Van de kleur geel houd ik niet. De zakken paaseitjes daarentegen wel. Een paar dagen terug haalde ik alvast een zak ‘verstopeieren’ voor mijn boenders. Mijn moeder verstopte vroeger ook altijd eieren. Toen mijn broer en ik uit huis gingen, stopte ze daarmee. We waren beiden dik in de twintig. De verstoptraditie zet ik vrolijk voort en mijn boenders vinden dat geweldig leuk. En lekker.

De eerste zak verstopeieren heeft Pasen helaas niet gehaald. Ik had die smakelijke zak, die telkens weer mijn naam riep, echt uit het zicht gelegd. Maar als een magneet werd ik er steeds naar toe getrokken. Ik was dat zo zat, die roepende zak verstopeieren, dat ik al die eitjes, hopla, gewoon naar binnen heb gestampt. Heerlijk. Nu wacht ik even met de volgende zak kopen. Doe ik vlak voor Pasen. Anders is het zo zielig voor mijn boenders.

Dat brunchen vind ik dan ook nog wel te doen, hoewel ik elk jaar weer met hetzelfde probleem moet dealen: honger. Ik heb ’s ochtends namelijk serieus honger. En als ik dan pas om elf uur, een acceptabele tijd voor een brunch dacht ik zo, mag eten ben ik niet te stoppen. Ik drapeer mezelf over de zorgvuldig gedekte paastafel en val aan. Eieren, ham, warme broodjes, jam alles eet ik op. Met huid en haar. Is niet zo gezellig voor mijn paastafelgenoten. Ik moet daar nog iets op verzinnen. Zo hebben mijn boenders op school ook een paasontbijt. In de nieuwsbrief van school werd dat vrolijk aangekondigd. “En denkt u eraan: de kinderen hoeven niet thuis te ontbijten!” Ik las de zin hardop. Mijn jongste trok zijn wenkbrauw op, mijn oudste begon te hyperen. “Niet eten? Niet eten?”, riep hij in redelijk overspannen toestand. Mijn oudste heeft mijn eetgenen en dus ’s ochtends honger. Ik stelde hem gerust en zei dat ie echt wel wat te eten van me kreeg. Zichtbaar opgelucht keek hij weer naar Sesamstraat.

unnamed-1

Pasen. Vroeger, toen ik nog klein was, hadden we elke jaar op de zaterdag voor Pasen een korfbaltoernooi bij Blauw Wit in Amsterdam. Werden al die korfballertjes in een grote bus gepropt, sporttasje mee, brood en drinken en mijn moeder maar vrolijk zwaaien. Als een speer ging ze naar huis als de bus de hoek om was. Eindelijk. Rust. Kon zij mooi Pasen voorbereiden zonder dat mijn broer en ik haar voor de voeten liepen en alvast bezig waren met het zoeken van eieren of haar ideeën voor goede verstopplekken aandroegen. “Heerlijk was dat. Had ik de hele dag voor mezelf”, verzuchtte mijn moeder laatst. Nu snap ik dat wel. Toen niet. Vaak was het hartstikke koud de dag voor Pasen, en daar stond ik dan in mijn korfbalrokje te bibberen. En het was een hele dag. Soms waren we zeiknat geregend hadden het koud en wilden naar huis. Enige lichtpuntje was dat we aan het eind van de dag een aandenken aan het toernooi kregen. De keer dat we een allemaal een chocolade-ei, was de leukste. Het jaar daarop verheugden we ons enorm op het aandenken. Het water liep ons, korfballertjes, al in de mond. God. Wat een tegenvaller toen we een vaantje kregen uitgereikt.

Pasen. Toch lijkt het alsof het vroeger gezelliger was. En misschien is het een idee mijn boenders op korfbal te doen. Al was het alleen maar voor één dag in het jaar: de zaterdag voor Pasen.

Karin van Leeuwen (42 jaar) schrijft vanuit uit haar eigen bedrijf De Gooise Pen en is drukker dan ooit. Heeft twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft blogs voor Damespraatjes. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee boenders Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool om een spinning-, pump-, of bodybalanceles te volgen. Sinds kort is ze regelmatig op het voetbalveld te vinden om het team van haar oudste te coachen.


1 reactie

Coby -

“Ik was dat zo zat, die roepende zak verstopeieren” ….. geweldig!

Karin ik kan niet wachten op je volgende blog.

Groet,

Coby

Reageer ook