Ka versiert niet graag

Kerst. Wat zou ik graag als een happy family rondom de kerstboom willen dansen terwijl we de boom met z’n vieren versieren. Dat we een prachtige boom hebben met volle takken en een rechte stam. Op de achtergrond spuugt Sky Radio de ene kersthit na de andere uit, maar dat irriteert ons niet, integendeel: vrolijk zingen we mee. Kaarsjes branden, De Man klopt slagroom voor de warme chocomelk, buiten dwarrelen sneeuwvlokjes naar beneden en mijn jongste en oudste vinden elkaar de liefste van de hele wereld.

Wat zou dat mooi zijn. De werkelijkheid ziet er iets anders uit.

Want: op donderdagochtend race ik naar de kerstbomenverkoper vergelijk twee bomen en kies daar de beste uit die ik achter in mijn auto prop. Hoofdschuddend kijkt de kerstbomenverkoper me na. Thuisgekomen zet ik de boom in de achtertuin. Zodat, elke keer als ik mijn fiets achterom zet, denk: ‘oh ja, de boom. Die moet worden opgetuigd.’ Daar blijft het bij. Want: het regent en ik wil geen natte boom naar binnen slepen. Of: ik moet er niet aan denken om al die kerstspullen tevoorschijn te toveren. Dus de boom staat buiten boom te zijn.

“Maham. Wanneer gaan we de boom versieren?”, vraagt mijn oudste ongeduldig. Ja. De boom. Wordt wel tijd nu, anders hoeft het niet meer. Op zaterdagmiddag sleep ik de boom naar binnen. Zet m neer. Kan ie mooi acclimatiseren en ik aan m wennen. “Gaan we de boom versieren? Gaan we de boom versieren?”, springt mijn kleinste op en neer. Nee. Eerst moet De Man de lampjes erin hangen. Dat is zijn taak. Ik heb daar geen geduld voor. Eén jaar gedaan en toen zowel de boom als het snoer lichtjes door de kamer vlogen, besloot De Man dat hij voortaan verantwoordelijk is voor het licht.

Als De Man de kelder afdaalt om de lichtjes te zoeken, stijgt de spanning. Dozen vol kerstversieringen komen omhoog. Mijn jongste en oudste springen tussen de dozen door. Trekken alles er vast uit. De Man hangt, hier en daar vloekend, de lampjes in de boom. Trekt aan de boom die scheef staat. De huiskamer ziet er uit alsof er zojuist een bom is ontploft. Het zweet breekt me uit. Dat moet ik straks ook allemaal opruimen.

De mannen slingeren kerstballen, die ik van mijn oma kreeg en waar ik altijd heel voorzichtig mee doe, de boom in. Op plekken in de boom waar ik dat antieke vogeltje zonder staart niet wil hebben. Kitscherige ballen die we cadeau kregen van een frisdrankenfabrikant geven mijn boomversierdertjes een prominente plaats: bovenin aan de voorkant. Nee! Daar hoort de bal die ik bij Harrods in Londen kocht, te hangen. Dat is traditie! Mijn traditie!

Ik besluit te koken. De Man die de stress aanvoelt, grijpt in. En versiert samen met de mannen de boom. Als ik het eten op tafel zet, zitten ze met z’n drieën op de bank. Uiterst voldaan. In de hoek staat een prachtig versierde boom.

Dat de huiskamer er nog steeds als oorlogsgebied uitziet, neem ik maar even op de koop toe. Met mijn rechtervoet schuif ik wat dozen opzij en plof naast mijn mannen op de bank. “Mooi he”, glundert mijn oudste. Ik knik. En denk even niet aan wat we dit jaar nu weer moeten eten met Kerst, de troep om mij heen en de stapel kerstkaarten die ik nog moet schrijven. Als ik zie dat de Harrods-bal op de enige juiste plek hangt, haal ik opgelucht adem. “De boom is prachtig, schat.” Kerst. Ik ben er klaar voor.

Lees ook: 

Karin van Leeuwen (43 jaar) schrijft vanuit uit haar eigen bedrijf De Gooise Pen en is drukker dan ooit. Heeft twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft blogs voor Damespraatjes. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee boenders Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool om een spinning-, pump-, of bodybalanceles te volgen. Sinds kort is ze regelmatig op het voetbalveld te vinden om het team van haar oudste te coachen.


Reageer ook