Ka vangt vrouwen

‘Zonder donker kan het licht zichzelf niet kennen’ rapt Typhoon zachtjes in mijn oor. Ik haal mijn neus op en zet extra aan als ik het vals plat nader. Als ik bij het witte huis op nummer 6 ben heb ik het zwaarste punt gehad en kan ik de afdaling inzetten. Ontspannen vouw ik mezelf dubbel over het stuur, voel de wind in mijn haar en suis naar beneden.  

Zonder donkere nacht geen heldere sterren. Zonder diepe dalen geen hoge pieken. Ik rem, draai mijn rechtervoet van het pedaal en wacht tot het licht op groen springt. Een mens moet wat doen om rust in d’r hoofd te krijgen. Ontspannen op bed liggen en luisteren naar een Belg die zegt dat ik me moet uitstrekken als een meer is een stuk makkelijker dan veertig kilometer fietsen. Nadeel van die manier om mijn hoofd stil te krijgen is dat ik in slaap val en mijn ogen open als ik de meditatiegong twee keer hoor slaan. Twintig minuten ben ik van de wereld geweest, heb geen woord verstaan maar stond wel even lekker uit. Als ik beweeg kan ik nadenken. Het liefst bij het krieken van de dag. Op de weerapp houd ik in de gaten wanneer de zon wakker wordt. Net voor haar ontwaken zorg ik dat ik op de fiets zit. Zodat ik kan zien hoe ze ’t doet. Het moment is kort doch magisch.

“Mam, als je wat moois ziet, maak je dan een foto en app je die naar me?” Hij heeft zijn handen diep weggestopt in zijn pandabadjas. Zijn haar staat alle kanten op waardoor zijn oranje kuif nog beter uitkomt. Ik knik. Zodra ik iets zie dat de moeite waard is, stuur ik het naar hem. Tommie omhelst me en zegt dat ik voorzichtig moet doen.

Ik ben dol op het pad dat langs de plassen voert. Ik hoor het getimmer van een specht, het lied van een merel en het gezoem van kleine muggen. Ik kijk over mijn schouder en stop. Uit het zakje op mijn rug vis ik mijn telefoon. Mijn fiets zet ik tegen een boom en ik zoek naar de ideale plek om het licht te vangen. De lucht is roodgekleurd en vol belofte. Als ik naar beneden kijk, zie ik in een boomstam een Mariabeeldje. Het licht valt precies door een gat in de stronk over haar schouder. Ik maak een foto en weet zeker dat Tommie daarvan blij wordt.

Maar niet iedereen snapt de schoonheid van een beeldje in de eerste zonnestraal van de dag, dat wordt al snel duidelijk. ‘Kijk wat mama naar me ept’. Mijn kleinste stuurt de foto door naar zijn vriendinnetje Charlie. ‘Huh? Waarom staat die pop erop?’ Tommie tikt met rollende ogen zijn antwoord terug. ‘Weet je dan niet wie dat is? Dat is de vrouw van sjesus’.

De volgende keer laat ik mevrouw Christus links liggen en maak ik het makkelijk voor Tommie en zijn aanstaande. Een foto van koeien in de wei.

Allemaal ongehuwd.

Karin van Leeuwen (45 jaar) is eigenaar van tekstbureau De Gooise Pen. Heeft meer dan twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft blogs voor Damespraatjes. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee mannen Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven (momenteel is ze druk met een boek!) is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool voor spinninglessen en krachttrainingen. Alledrie haar mannen atletieken en Bob en Tom doen daarnaast aan freerunning.


Reageer ook