Ka liegt tegen haar oude buuf

“Ik vind het knap hoe jij die columnpjes elke week weer verzint. Je moet wel een levendige fantasie hebben. En veel meemaken,” denkt mijn oude buuf hardop. Ze roert keihard met het zilveren hoofd van de koning door haar thee met melk. Ik zet mijn tanden in een mokka stick. Niks mis mee.  

De kruimels veeg ik van het Perzisch tafelkleed op het schoteltje. “Nou ja, eigenlijk snap ik het ook wel. Je bent een enthousiast bezig bijtje. Vliegt van hot naar her, ontmoet de hele dag mensen, hoort en ziet van alles. Misschien is het bij nader inzien een eitje voor je.” Dat ik uren als een kluizenaar één zit te worden met mijn laptop, mijn vingers over de toetsen laat razen terwijl ik naar het scherm kijk en alle bliepjes, piepjes en toeters en bellen van mijn telefoon heb uitgezet, zeg ik niet. Zou ze niet begrijpen. Dat opdrachtgevers ongeduldig met hun vingers op hun bureaublad tappen terwijl ik uit alle macht een deadline probeer te killen, dat ik moet onderhandelen met geïnterviewden die het niet eens zijn met -nota bene- hun eigen uitspraken, haal ik ook niet aan.

“Wist je dat de dochter van Ankie een boek heeft geschreven? Nou ja boek, boekje. Met daarin van die columns. Zoiets als wat jij elke week doet. Wil je het lezen?” Lezen. Naast mijn bed staat een stapel boeken gevaarlijk wiebelend al tijden mijn naam te roepen. Er komt een dag dat ik in plaats van mijn wekker die stapel uit sla. “Nou dan heb je gelijk weer een onderwerp voor je column.”  Er was een tijd dat ik mensen die ‘column’ zeiden, corrigeerde. Het is een blog. “En een boek. Wanneer komt dat nou eindelijk eens uit.” Ik neem een slokje thee, haal mijn schouders op. Vertel dat ik de laatste hoofdstukken aan het redigeren ben. Ze steekt haar wijsvinger in de lucht. “Schrijven is schrappen,” declameert ze. Ik schiet in de lach. Met haar hoofd scheef staat ze voor de boekenkast. “Hebbes.” Ze geeft me het boek van haar dochter. Ik bedank de buuf en zeg dat ik moet gaan. Snel schenkt ze mijn kopje vol en zegt: “Eerst je thee drinken.” De toegeschoven mokka stick dunk ik erin.

Vanaf de dag dat ik het boek heb, vraagt ze wat ik ervan vind. Geen idee, ik heb er nog geen letter in gelezen. Het ligt bij de koplopers, maar duurt nog wel even, vertel ik haar. “Ik ben gewoon heel benieuwd.” Terwijl ze ons tuinpad afloopt, steekt ze haar hand op. Om van het gedram af te zijn begin ik ’s avonds in bed aan het boek. Worstel mezelf met stijve kaken door het eerste verhaal. Het wemelt van de taalfouten en de clou ontgaat me. Bij het tweede verhaal is het niet anders. Ik blader snel door naar het laatste.

“Alsjeblieft. Uit.” Trots geef ik buuf het boek terug. “En?” vraagt ze gretig. Ik krab op mijn hoofd. “Enig boek.” Zeg dat die dochter leuk kan schrijven. Onderzoekend kijkt ze me aan. “Opmerkelijk. Ik vond er namelijk geen klap aan.”

Ik draai me om, loop weg en sis tussen m’n tanden. “Had dat dan meteen gezegd, oud vel.”

Karin van Leeuwen (45 jaar) is eigenaar van tekstbureau De Gooise Pen. Heeft meer dan twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft blogs voor Damespraatjes. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee mannen Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven (momenteel is ze druk met een boek!) is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool voor spinninglessen en krachttrainingen. Alledrie haar mannen atletieken en Bob en Tom doen daarnaast aan freerunning.


Reageer ook