Ka koopt een nieuwe laptop

Het is tijd dat ik een nieuwe laptop moet. Vond De Man een half jaar terug. Ik vond dat niet. Ik kon nog prima verhalen schrijven op dat oude, veel te zware, zwarte bakbeest. Toen ik een dagje op de redactie werkte, en mijn verhalenmachine uit mijn tas takelde, keek Esther mij verschrikt aan. “Wat is dat?”, wees ze op mijn laptop, terwijl ze een vies gezicht trok. 

Dit was het teken. Ik moest een nieuwe laptop, vond ik nu ook. Ik begreep van Esther dat ik me niet meer kon vertonen met de mijne uit de Batavieren-tijd. Een beetje gelijk had ze wel. Ik sjouwde me een breuk met dat ding.

Daar stonden we in de elektronicawinkel. Mijn oudste en jongste hadden de iPad-hoek gevonden en swipten fanatiek op de tablets. Ik liep achter De Man aan, die op een briefje had geschreven wat ik nodig had. Ik heb namelijk niets met apparatuur. Wil me er vooral niet in verdiepen. Het ding moet doen wat ik wil en verder vind ik het gesneden.

Al snel stond er een te dikke verkoper in een te geel shirt om ons heen te hijgen. Het verschil tussen notebook 1 en 2 kon hij ons niet vertellen. Ik zuchtte diep en stortte me op de vrolijk gekleurde laptophoesjes. Zou ik een roze nemen of een kobaltblauwe? Zwart was zo saai. De Man trok me aan mijn elleboog mee naar de laptops. De te dikke verkoper in het te gele shirt had ie van zich afgeschud. “Dit is een goede en deze ook”, wees hij aan. Ik wilde een witte. Maar die zilveren, die was toch ook mooi? Ik knikte. Maar wilde een witte. Ik had mijn keuze gemaakt, De Man zich erbij neergelegd.

We zochten de te dikke verkoper in zijn te gele shirt, maar die was in velden of wegen te bekennen. Wanhopig kamden we de elektronicawinkel uit op zoek naar een geel geval dat ons zou kunnen helpen. Uiteindelijk vonden we er een, verstopt in de koffiehoek. We somden op wat we wilden hebben. De verkoper die als een eend liep, klaarde op en verdween naar het magazijn. Mijn oudste startte zijn imitatie verkoper in te geel shirt. Mijn kleinste rolde over de grond van het lachen. Ik siste dat ze normaal moesten doen.

Met een stapel dozen en zweet op zijn voorhoofd, verscheen hij. En nu, zo wist ik, ging De Man onderhandelen. Korting. Korting? De te dikke verkoper in een te geel shirt, bulderde. Nee, als we nou een wasmachine zouden kopen, dan kon ie wel twee procent korting regelen. “Kerel”, sloeg ik de bulderbuil op zijn schouder, “doe er dan ook maar een wasmachine bij.” De Man gaf me een por en siste dat ik normaal moest doen.

Ik weet niet wat dat is. In kledingzaken gedraag ik me altijd zo keurig en geïnteresseerd. Iets wat ik in zo’n elektronicazaak kennelijk niet kan opbrengen.

Karin van Leeuwen (42 jaar) schrijft vanuit uit haar eigen bedrijf De Gooise Pen en is drukker dan ooit. Heeft twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft blogs voor Damespraatjes. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee boenders Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool om een spinning-, pump-, of bodybalanceles te volgen. Sinds kort is ze regelmatig op het voetbalveld te vinden om het team van haar oudste te coachen.


Reageer ook