Ka gaat een weekendje weg

h
Oh ja. Vlindertjes. En de voetbal. Oh, god niet vergeten. Wacht. Misschien moet ik het even opschrijven. Goed idee. Pen en papier. Eh. Ja daar. Wat moest ik nou ook al weer opschrijven? Handdoeken! Nee. Het was iets anders. Oh ja. Vlindertjes en de voetbal.

Het is zes uur ’s ochtends en het is chaos in mijn hoofd. Vanmiddag vertrekken we naar een natuurhuisje. Heerlijk er even tussen uit. Al weken kijk ik er naar uit. En al weken tref ik nauwelijks voorbereidingen. Omdat ik denk dat ik het wel in een ochtendje kan, dat inpakken. Mis! “Kind! Je gaat maar een weekendje weg, wat maak je je nou druk over wat je moet meenemen?”, vraagt mijn oude buuf zich tamelijk verbaast af. Ja. Makkelijk praten. Als zij een weekend weggaat, pakt ze een tasje, mikt ze er een schone onderbroek in en een tandenborstel en gaan. Die vlieger gaat voor mij niet op.

Mijn boenders zijn inmiddels ook wakker. En hebben zin in het natuurhuisje. Heel veel zin. Het is kwart over zes en mijn kleinste sleurt zijn rugzak van de trap. “Wat ga je doen?”, vraag ik enigszins op mijn hoede. “Mijn speelgoed inpakken. Kijken wat ik mee wil nemen.” En dat is veel. Heel veel. Een poppetje zonder hoofd verdwijnt in de rugzak, twee kleurpotloden, een autootje dat ie kreeg toen ie 1 jaar werd. Vervolgens worden alle prulspeeltjes uit  verrassingeneieren in het tasje gemikt. Niet veel later zakt mijn oudste de trap af. Hij heeft een formaat weekendtas onder zijn arm. Het zweet breekt me uit. We gaan maar een weekend. In de keuken staat al een dag of twee een kratje. Daar mik ik levensmiddelen in. Pannenkoekenmeel. Hebben ze in België namelijk niet. Ja, en dus ook stroop. Mijn ochtendthee. Pakken drinken. God. We gaan maar een weekendje! Ja, maar ja, maar ja, praat ik de krat vol levensmiddelen goed. En dan nog die tassen van die twee.

Ka-gaat-een-weekendje-weg-dp

Oké. Lunchpakketjes voor tussen de middag maken. We halen de boenders gelijk van school en gassen gelijk door naar België. Nee! Geen Schuddebuikjes op die bammetjes. Dan ligt de auto straks vol Schuddebuikjes. Pindakaas. Plakt lekker aan die gehemeltes, is het mooi rustig op de achterbank. Waar heb ik dat briefje nou gelaten waar opstond wat ik niet moest vergeten? Ik vlieg door het huis. Waar is dat rottige briefje nou!!! Even denken. Wat stond er nou ook al weer op. Handdoeken? Nee. Dat was het niet. Ah. Daar ligt het rottige briefje. Vlindertjes en de voetbal. Dat was het. Vlindertjes. Vlindertjes. Waar zijn die krengen gebleven?!

Terwijl mijn boenders een bammetje met plakkerige pindakaas naar binnen stampen, De Man de TomTom instelt, val ik subiet in een slaap. Droom een onrustige droom waarin ik van alles vergeet. God. Wat zal ik blij zijn als we weer thuis zijn.

Karin
Karin van Leeuwen (41) jaar is in between jobs, maar drukker dan ooit. Heeft twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft nog steeds veel. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee boenders Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool om een spinning-, pump-, of bodybalanceles te volgen. Sinds kort is ze regelmatig op het voetbalveld te vinden om het team van haar oudste te coachen.

De andere blogs van Karin op Damespraatjes vind je hier

Lees hier de persoonlijke blog van Karin: www.kaleeuw.blogspot.com


Reageer ook