Ka wordt kleurenblind

Ik zat in de tweede klas toen twee Turkse jongens de trappen op sjokten. De broertjes waren een bezienswaardigheid want: de eerste buitenlanders in onze school. Hun vader had jarenlang keihard gewerkt en gespaard zodat zijn vrouw en kinderen ook naar Nederland konden komen. Op een geadopteerd schattig Chinees meisje van de snackbar na, waren zij de enige exoten in mijn omgeving.

Mijn oma moest niets hebben van het almaar toenemende aantal Turken en Marokkanen die in ons land rondscharrelden. Wat opmerkelijk was omdat ze zelf uit Duitsland hier naar toe was gekomen om een deftig gezin bij te staan in het huishouden. Ze waren niet te vertrouwen, die gasten. Dat meisje met die schuine oogjes gedoogde ze, maar die blaken met dat zwarte haar en donkere ogen hield ze nauwlettend in de gaten. Ik schaamde me dood voor de uitspraken die ze deed over niet-Nederlanders. Onbekend maakt onbemind weet ik nu.

Toen Bob een jaar was, moesten we al nadenken over een basisschool. Ik vond het niet zo ingewikkeld: het gebouw moest in de buurt en openbaar zijn. Ik vertelde collega-moeders over onze keuze. Verschrikt keek een aantal mij aan. Of ik wel wist dat ‘daar alleen maar buitenlanders op zitten’ Dat op het schoolplein louter hoofddoekjes stonden? Ik keek naar de roze, blozende baby in de Maxi-Cosi naast me. Begon te twijfelen aan onze beslissing.

“Zo, dus u heeft gehoord dat hier alleen maar zwarte kinderen in de banken zitten?” tuitte de directeur zijn lippen toen ik mijn inschrijving ongedaan wilde maken. “Prima als u een andere school prefereert, maar ik wil eigenlijk dat u eerst zelf komt kijken en dan een beslissing neemt.” In de klassen zaten schattige blonde meisjes met staartjes. Stoere binken met donker haar die accentloos Nederlands spraken. “Wat dacht u dan? Ze zijn hier geboren,” verklaarde de directeur. Alweer schaamde ik me diep.

Zes jaar geleden schuifelden mijn oudste groep 1 binnen. Onmiddellijk werd hij op zijn gemak gesteld door een prachtig bruin jongetje dat nog steeds zijn beste vriend is. In groep 2 kwam hij thuis met de Marokkaanse ‘Z’. Hij zei zzzzzuiker in plaats van sssssuiker. Die ‘z’ drukte ik snel de kop in. Hij maakte kennis met baklava, raakte verslaafd aan roti en vond de groene Indische cake die de juf van groep 3 maakte onweerstaanbaar. Hij vroeg zich paniekerig af of de traktaties die ik voor zijn verjaardag maakte halal waren. “Mam, nee, geen marshmellows. Daar zit varken in.” Varken? “De gelatine die ervoor wordt gebruikt is afkomstig van varkensbotten,” legde hij me uit. Ik was met stomheid geslagen.

De laatste jaren is er een aantal vluchtelingen in de schoolbanken geschoven. Kinderen met trauma’s. Die taferelen hebben gezien die ongeschikt voor kinderogen zijn. Hun levensrugzak is nu al tot ver over de helft gevuld. Verbazingwekkend snel spreken ze Nederlands. Vertellen over hun land. Spelen na schooltijd een potje voetbal, hebben pret, stralen.

Bob en Tom kijken niet op een tintje lichter of donkerder. Vinden iemand aardig of niet. Weten het verschil tussen een Turk en Marokkaan maar boeien doet het ze niet.

Wel boeiend vond Bob de broek die ik laatst voor hem had gekocht. “Mam, heb je het bonnetje nog? Kun je ‘m terugbrengen?” Niet-begrijpend keek ik hem aan. Wat was er mis met de camouflagebroek? Pijpen te wijd? Verkeerde knoop? Mijn oudste rolde met zijn ogen. “Hoe zou jij het vinden als je net ontsnapt bent uit een oorlogsgebied en je vriend trekt een legerbroek aan?”

Ik schaamde me, opnieuw.

Karin van Leeuwen (45 jaar) is eigenaar van tekstbureau De Gooise Pen. Heeft meer dan twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft blogs voor Damespraatjes. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee mannen Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven (momenteel is ze druk met een boek!) is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool voor spinninglessen en krachttrainingen. Alledrie haar mannen atletieken en Bob en Tom doen daarnaast aan freerunning.

 

 


Reageer ook