Ka d’r jongens moeten nieuwe patta’s

“Moet je kijken, mam. Ik denk dat ik nieuwe patta’s moet hebben.” Verstoord kijk ik op van mijn laptop. Naast me staat Bob. Hij trekt de zool van zijn rechterschoen naar het midden. Ik zie gaten bij de neus. Het arme kind loopt als Donald Duck met die flappers. Ik zeg dat hij gelijk heeft en denk er zo vanaf te zijn. “Wanneer gaan we nieuwe kopen?” Als ik in een enorm goede flow zit, als ik uitgerust en vrolijk ben en als ik tijd heb, denk ik. “We zien wel.” Bob rolt met zijn ogen.

Met de roltrap gaan we naar boven. Het zweet staat nog op mijn rug. Een plekje voor de auto vinden op een regenachtige zaterdagmiddag nabij een winkelcentrum is topsport. Als we de winkel in zoeven, krijg ik het benauwd. Het is een outlet. Rekken vol sportkleding. Stellingen vol schoenen. Alle maten door elkaar. Ik rol mijn schouders. Word een beetje blij als ik de afprijsstickers op de schoenendozen zie, maar moedeloos word ik van de chaos. Alles staat door elkaar. Kooplustige moeders met een missie graaien in de dozen. Schreeuwen de naam van hun kind. Binnen no time ben ik de mijne kwijt. Alle twee. “Deze vind ik leuk,” laat mijn kleinste uit het niets zien. Hij houdt een sneaker omhoog. Wit met roze. Maat 39. Als ik zeg dat die iets te groot is, trekt ie een pruillip. Zoeken naar een passend paar is onbegonnen werk. Ik moet hier weg voordat ik iemand iets aan doe. Dit is teveel.

Voordat ik ontplof zit ik in de auto. Op de achterbank wordt zowel links als rechts boos uit het raam gekeken. “We gaan gewoon naar het dorp en kijken of ze daar ook die Nikes hebben.” Ze zwijgen. Hebben er geen fiducie in.

Hinderlijk opgewekt loop ik voorop. Achter mij twee jongetjes met afhangende schouders. Ze weten het zeker: in die winkel gaan ze het niet vinden. Ineens zie ik hun hoofden recht op hun romp staan. Stralende ogen. Er worden exemplaren ontdekt die echt wel aan hun eisen voldoen. Juiste kleur ook. “Nee, sorry. Deze heb ik niet in 38,5 half. Ik kan ze wel bestellen…” Drie schoenwinkels doorzoeken we. Talloze sneakers in onze handen. Bob is voorzien. Heeft de schoenen gevonden die hij in zijn hoofd had. Goede maat ook.

Tom is nog op jacht. In de laatste winkel, een kwartier voor sluitingstijd, valt zijn oog op een paar goudkleurige gympen. Zijn blik is gretig. Ik doe een schietgebedje. De ramp is niet te overzien als hij nu geen passende schoenen vindt.

“Ik kom er niet in.” Toms tong hangt uit zijn mond als hij zijn linkervoet in de coole Huarchi wringt. Ik sla mijn ogen ten hemel. De kauwgom kauwende verkoopster in sportoutfit trekt haar getatoeëerde wenkbrauw op. Ze had toch echt maat 36 meegenomen. “Ik snap er niks van. Deze moet gewoon passen hoor.” Ik wil van leer trekken. Ik ben moe, ik ben het zat, ik kan geen sportwinkel meer zien.

Ze pakt de schoen van Tom en trekt er een prop papier uit. Bingo!

Karin van Leeuwen (44 jaar) is eigenaar van tekstbureau De Gooise Pen. Heeft meer dan twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft blogs voor Damespraatjes. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee mannen Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven (momenteel is ze druk met een boek!) is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool voor spinninglessen en krachttrainingen. Alledrie haar mannen atletieken en Bob en Tom doen daarnaast aan freerunning.


Reageer ook