Ka boycot de moestuintjes

Natuurlijk wist ik dat me verzetten geen zin had. Ik kon op mijn klompen aanvoelen dat ik binnen de kortste keren een moestuin in, voorlopig, mijn huis zou hebben. Al was het alleen al omdat mijn moeder het leeuwendeel van haar boodschappen bij de Appie haalt en talloze moestuintjes van haar vaste caissière kreeg toegestopt.

Moestuintjes. Kom er maar op. Het eerste wat ik me voornam: ik bemoei me niet met die vrolijke scharrelgroentes. Al staat de bieslook te verkommeren, schreeuwen de bosaardbeitjes om meer ruimte, gilt de aubergine moord en brand: ik negeer die groentes. Heb wel wat beters te doen.

De moestuintjes werden dus Het Mannen-project. De Man zette zijn leesbril op, en samen met mijn oudste en jongste drukte hij de pietepeuterige zaadjes in de grond. De hele keuken lag onder de aarde. Zuchtend veegde ik het zand bij elkaar. Mijn oudste zocht een mooi, licht plekje voor de zaadjes en vond dat in de achterkamer op de poef. “Staat het niemand in de weg”, wreef hij in zijn handen. Ik dacht: “als die moestuintjes daar staan, worden het op zeker vergeten groenten’. Ik hield mijn mond. Het was immers niet mijn project. Mijn vader belde; of wij de bieslook dubbel hadden. Konden we mooi ruilen. Hemel. Ook hij was in de ban van de moestuintjes.

Ka-boycot-de-moestuintjes

Elke ochtend spraken mijn kleinste mannen in hun pyjama de moestuintjes toe. Keken de groene fiebeltjes uit de grond. Riepen mij als de kropsla zijn kiempje boven de aarde stak. En het liet me koud. Ik ben gek op tuinieren. Houd van mijn tuin. Maar dat gepriegel met die zaadjes, het doet me niks. Ze hebben niet voor niets groenteboeren uitgevonden, haalde ik mijn schouders op. Mijn mannen, groot en klein, waren er echter druk mee. Bespraken tijdens het eten de vorderingen. Mijn vader zette een post op Facebook: ‘Wat een gelazer die moestuintjes’. Ik grijnsde.

Terwijl ik tevreden mijn sperziebonen naar binnen schoof, legde De Man zijn bestek neer. “Ik denk wel dat we wat ruimte moeten maken in de tuin om die moestuintjes te zaaien.” Ik verslikte me in een sperzieboon. “Halen we gewoon de skimmia eruit. Dan hebben we daar een mooi lapje grond voor de groentes”, opperde hij. De skimmia eruit? De skimmia eruit? Mooi niet. De skimmia woont acht jaar in mijn tuin en wij hebben in de loop der jaren een prima verstandhouding opgebouwd. Geen haar op mijn hoofd dacht er over na afscheid te nemen van deze olijke struik. En al helemaal niet voor groenten. Want hoewel ik het niet wil, hoewel ik mijn boenders stralende scharrelgroente gun, weet ik hoe dit Mannen-project eindigt; de kropsla wordt opgevreten door slakken, de aubergine groeit niet groter dan een augurk, de bosaardbeitjes gaan gierend woekeren in de rest van de tuin en de bieslook zal verdrogen. En voor die ellende moet ik mijn skimmia offeren?

Inmiddels hebben we alle moestuintjes in huis en groeit het tierig. Nog steeds bemoei ik me nergens mee. Sterker: ik hoop dat het hele zootje verdroogd. Dan kan het, hopsa, zo de groene kliko in. Het nummer van de Kindertelefoon heb ik paraat, voor het geval mijn boenders ontroostbaar zijn. Het doet misschien even pijn, maar daarna kunnen de skimmia en ik opgelucht adem halen en uitkijken naar het verzamelen van 40 oranje hamsters of 20 wuppies. Een stuk overzichtelijker.

Karin van Leeuwen (42 jaar) schrijft vanuit uit haar eigen bedrijf De Gooise Pen en is drukker dan ooit. Heeft twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft blogs voor Damespraatjes. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee boenders Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool om een spinning-, pump-, of bodybalanceles te volgen. Sinds kort is ze regelmatig op het voetbalveld te vinden om het team van haar oudste te coachen.


Reageer ook