fb
Damespraatjes Damespraatjes

Joyce: “Het opruimen van al die kerstlampjes laat hij aan mij over”

Het opruimen van al die kerstlampjes laat hij aan mij over”

Toen Willem in november zonder werk thuis zat tussen twee opdrachten door, kreeg hij zin om iets groots te doen. “Hij had ineens alle tijd,” vertelt Joyce (39). “En hij wilde iets doen wat gezelligheid bracht in de donkere dagen.” Het begon met een slinger lampjes langs de dakrand. “Maar zoals dat gaat met Willem, bleef het daar niet bij. De boom in de voortuin, de gevel, het tuinhek, zelfs de kozijnen binnen – alles ging in het licht.”

Voorbijgangers glimlachten, buurtgenoten complimenteerden hen om het sfeervolle huis en de kinderen vonden het magisch. “Ik moet toegeven, het zag er prachtig uit. Alsof we in een kerstfilm woonden. Elke avond gingen de lampjes aan en voelde het gezellig en warm.” Maar nu is het januari. “Kerst lijkt al maanden geleden,” zucht Joyce. “Iedereen heeft de versiering opgeruimd en bij ons knippert alles nog vrolijk verder.”

Een huis vol lampjes

Inmiddels werkt Willem weer fulltime en is hij druk met zijn nieuwe klus. Joyce merkt dat hij vooral niet meer aan de versiering wil denken. “Hij zegt steeds: komt goed, ik haal het dit weekend wel weg. Maar die weekenden komen en gaan, en de lampjes hangen er nog steeds.” Joyce kan de versiering zelf niet weghalen. “De boom is hoog, de gevel nog hoger, en het is glad. Ik durf dat echt niet. Bovendien is het best veel werk: verlengkabels, ladders, stekkerdozen, alles weer netjes opbergen.” Tot haar frustratie lijkt Willem niet te begrijpen hoe irritant het voor haar is. “Hij zegt: waar maak je je druk om? Het ziet er toch leuk uit? Maar ik ben er klaar mee. Het voelt rommelig, alsof we achterlopen. Ik wil het huis weer normaal zien.”

Al meerdere keren ruzie

De irritaties hebben inmiddels geleid tot woordenwisselingen. “Niet schreeuwen of zo, maar wel venijnige opmerkingen,” vertelt Joyce. “Ik vroeg hem laatst: wanneer denk je nou echt dat je het gaat opruimen? Hij zei: ja, weet ik veel, als ik tijd heb. Dat raakte me.” Het gaat Joyce niet alleen om de lampjes. “Het voelt alsof hij iets opstart maar vervolgens verwacht dat ik het afhandel. Dat patroon herken ik: enthousiasme bij het begin, geen zin in opruimwerk.” Ze geeft een voorbeeld: “Toen we een nieuwe barbecue kochten, bleek hij urenlang bezig met installeren en uitproberen. Maar toen alles vies was, kon ik de roosters schoonmaken en het vet wegpoetsen. Hij ziet dat niet als probleem, maar ik voel me dan alleen met die rompslomp.”

Het staat symbool voor meer

Joyce merkt dat de kerstlampjes-discussie eigenlijk gaat over iets diepers. “Het gaat over verantwoordelijkheid delen. Samen dingen afmaken. Afspreken dat hij zijn project ook afrondt.” Ze probeert begrip te hebben voor Willem. “Hij zit nu in een intensieve opdracht. Lange dagen, veel stress. Ik snap dat hij geen energie heeft om ’s avonds op de ladder te klimmen.” Toch voelt het voor Joyce alsof ze in een impasse zitten. “Ik wil niet blijven zeuren, maar ook niet stil blijven slikken.”

Laten hangen is geen optie

Steeds vaker betrapt Joyce zichzelf erop dat ze zich schaamt. “Als mensen langslopen denk ik: die zullen wel denken dat we te lui zijn om op te ruimen.” Daarnaast irriteert het Joyce visueel. “In het donker zie je constant die lichtjes fonkelen. Ik wil rust, eenvoud, niet kerst midden in januari.” De kinderen maken er grapjes over. “Onze jongste zegt: kunnen we ze laten hangen tot volgend jaar? Dan hoeven we niks te doen!” Maar Joyce voelt zich gevangen tussen humor en irritatie.

Een risico om te laten staan

Ook maakt ze zich zorgen over veiligheid. “Al die snoeren door de tuin, stekkerdozen buiten… stroom en regen vind ik een enge combinatie. Ik wil gewoon dat het weg is.” Toch blijft Willem erbij dat het probleem later wel wordt opgelost. “Elke keer schuift het op. Eerst was het na oud en nieuw. Toen na zijn eerste werkweek. Nu zegt hij: eind januari.” Joyce gelooft er weinig van.

Een herkenbaar dilemma

Veel stellen zullen zich herkennen in Joyce’ dilemma: wanneer doe je het zelf maar gewoon, en wanneer trek je de grens? Joyce denkt erover om hulp te vragen. “Misschien vraag ik mijn broer om te helpen, die klimt zo de ladder op. Maar dan weet ik zeker dat Willem zegt: dat had ik toch kunnen doen.”

Afbeelding: Freepik

Volg jij ons al?

Facebook Instagram Threads Twitter Pinterest TikTok Newsletter

4 reacties

Joris -

En, Joyce, zijn ze eraf?

Anna -

Laat iemand de lampjes weghalen en breng ze naar een kringloopwinkel.
En wat Willem dan zegt lijkt mij niet van belang.
De lampjes zijn weg en daar gaat het toch om.

Joris -

De weekenden (waarin Willem de boel zou opruimen) “komen en gaan”. Mens, het is 4 januari, het tweede weekend na kerst, maar volgens de geïnterviewde heeft iedereen de versiering al opgeruimd. Juist. Had hij dit direct derde kerstdag moeten fixen, volgens jou? Je weet dat de kerstboom traditiegetrouw hoort te blijven staan tot Driekoningen? Dat de kerstperiode niet op 27 december afgelopen is? Dat versiering in de vorm van lichtjes niet per se gebonden is aan kerst, maar aan de winter? En waarom is die stroom na kerst opeens een gevaarlijk iets, maar ervoor niet problematisch?

Sanderien van Mul -

Is dit verhaal uit de toekomst of zo? Er wordt gesproken over ‘midden januari’ en ‘de weekenden komen en gaan’ maar het is pas 3 januari…amper het tweede weekend na Kerst! Zal wel humor zijn… In elk geval, voor de dame in het verhaal, maak je niet zo druk en laat die lampjes gewoon hangen. Als je man nooit iets afmaakt en je weet dat, had je hem moeten tegenhouden toen hij met z’n lampjes begon. Vraag een buurman of huur een student in om de boel af te komen breken.

Reageer ook