Op advies van de overheid besloot Jasmin een paar maanden geleden een noodpakket aan te leggen. “Er is zóveel onrust in de wereld,” vertelt ze. “Oorlogen, spanningen, stroomstoringen… Ik merkte dat het me onrust gaf. Toen ik hoorde dat het verstandig was om voorbereid te zijn, dacht ik: dit ga ik gewoon doen.” Ze sloeg flessen water in, potten eten, noten, gedroogd fruit en praktische spullen zoals kaarsen en een noodradio. Alles netjes opgeborgen in de gangkast. “Het is geen enorme voorraad, maar genoeg om een paar dagen vooruit te kunnen als het nodig is.”
Duidelijke afspraken
Vanaf het begin was Jasmin heel helder tegen haar gezin. “Ik heb letterlijk gezegd: hier blijven we van af. Dit is niet voor ‘handig’, niet voor ‘lekker’, maar écht alleen voor nood.” Haar partner en jongste kind houden zich keurig aan die afspraak. Maar haar oudste zoon Teun, 17 jaar, blijkt een ander verhaal. “Hij ziet die kast gewoon als een soort mini-supermarkt,” zucht Jasmin. “Een fles water hier, een zakje noten daar. Voor school, voor de sportschool, soms ‘gewoon omdat het uitkomt’.”
Handig meegenomen
Teun snapt het probleem niet zo goed. “Hij zegt: ‘Mam, er is toch genoeg?’ Of: ‘Dan koop je toch gewoon wat extra?’ Voor hem is het vooral praktisch. Die kast zit naast de voordeur. Hij pakt zijn jas, ziet het liggen en denkt: ideaal.” Voor Jasmin voelt het totaal anders. “Elke keer als ik de kast open, moet ik checken: wat is er nu weer aangebroken? Moet ik weer aanvullen? En het idee dat het noodpakket niet compleet is, maakt me juist onrustig. Dat was nou net niet de bedoeling.”
Geen ruimte voor een andere plek
Een voor de hand liggende oplossing lijkt misschien: zet het noodpakket ergens anders neer. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. “Ons huis is niet groot,” legt Jasmin uit. “De gangkast is eigenlijk de enige plek waar alles past. In de berging is het te vochtig, op zolder te warm. En ik ga ook geen dozen in de woonkamer zetten.” Ze voelt zich daardoor een beetje klemgezet. “Ik wil voorbereid zijn, maar ik wil ook geen politieagent in mijn eigen huis spelen.”
Waanzin
Wat haar misschien nog wel het meest frustreert, is dat zij degene is die ermee bezig blijft. “Niemand anders checkt of het compleet is. Niemand anders maakt een lijstje om het aan te vullen. Dat komt allemaal op mij neer.” Soms voelt het bijna symbolisch, merkt ze. “Alsof ik de enige ben die zich verantwoordelijk voelt voor ‘wat als’-scenario’s. En hij denkt alleen aan nu.” Het escaleert niet tot ruzies, maar het schuurt wel. “Ik merk dat ik steeds korter reageer als ik weer een lege plek zie. Dan denk ik: serieus, alweer?”
‘Koop gewoon meer’
Teun zelf ziet het probleem simpel. “Hij zegt letterlijk: ‘Koop gewoon meer eten en drinken, dan is het probleem opgelost.’ Maar zo werkt het niet. Het gaat niet om oneindig snacken, het gaat om voorbereid zijn.” Bovendien vindt Jasmin het principe belangrijk. “Het is ook een kwestie van afspraken nakomen. Als ik zeg: dit is niet voor dagelijks gebruik, dan verwacht ik dat dat gerespecteerd wordt.”
Tienerlogica
Toch twijfelt ze ook aan zichzelf. “Hij is 17. Hij denkt anders. Voor hem is eten gewoon eten. Hij voelt die dreiging niet, die verantwoordelijkheid. Misschien verwacht ik te veel volwassen gedrag.” Tegelijkertijd wil ze niet toegeven. “Als ik nu maar blijf aanvullen, leert hij dat het blijkbaar oké is om afspraken te negeren. En dat zit me dwars.”
Kleine strijd, groot gevoel
Wat het ingewikkeld maakt, is dat het om iets kleins lijkt te gaan. “Het gaat om water en noten,” zegt Jasmin. “Maar het gevoel erachter is groot. Het voelt alsof iets wat mij rust moet geven, juist stress oplevert.” Ze vraagt zich af of ze het moet loslaten of juist strenger moet zijn. “Moet ik alles labelen? Een slotje op de kast? Dat voelt ook weer overdreven.”
Wat moet ze doen?
Jasmin is vooral benieuwd hoe anderen hiermee omgaan. “Ben ik te controlerend? Of is het logisch dat ik hier grenzen aan wil stellen?” Ze wil geen strijd met haar zoon, maar ook niet steeds dat knagende gevoel dat het noodpakket langzaam verdwijnt. “Ik wil voorbereid zijn zonder er elke dag mee bezig te moeten zijn. En ik wil dat mijn zoon snapt dat ‘handig’ niet hetzelfde is als ‘nood’.” Ze besluit het dilemma voor te leggen aan anderen. “Wat is wijsheid? Moet ik het loslaten, een compromis sluiten of juist voet bij stuk houden? Want eerlijk: ik word hier langzaam een beetje gek van.”
Afbeelding: Freepik
