Sinds haar man Bert is weggevallen, woont Jannie in een flat met vooral alleenstaanden. “De meesten zijn tussen de 60 en 80 jaar oud,” vertelt ze. “We wonen allemaal zelfstandig, hebben geen grote zorg nodig en letten een beetje op elkaar. Dat is eigenlijk heel prettig. Als je ouder wordt, ben je nu eenmaal kwetsbaarder.” Toch knaagt er iets. “Ik weet zeker dat mijn buurvrouw mij afluistert. En dat gevoel raak ik maar niet kwijt.”
Een flat waar iedereen elkaar kent
De flat waar Jannie woont, heeft een hechte gemeenschap. “Als iemand een paar dagen niet op de galerij is gezien, belt er altijd wel iemand even aan. Of als we merken dat iemand achteruitgaat, wordt er voorzichtig een praatje gemaakt om te kijken hoe het gaat.” Jannie waardeert die betrokkenheid. “Het geeft een veilig gevoel. Je weet dat er mensen zijn die opletten en dat je er niet helemaal alleen voor staat.” Toch heeft dat ‘opletten’ ook een keerzijde. “Soms vind ik dat het te ver gaat. Dat mensen meer weten dan ik ooit met hen gedeeld heb.” Vooral haar buurvrouw Nette houdt haar bezig. “Ze woont naast me en ik heb steeds vaker het idee dat ze stiekem meeluistert.”
Stiekem meeluisteren
Het begon met kleine dingen. “Als ik op mijn balkon sta te praten met een vriendin of op de galerij een gesprek heb, zie ik Nette soms ineens snel verdwijnen achter haar voordeur. Of ik zie het vitrage bewegen.” In eerste instantie wuift Jannie het weg. “Ik dacht: ach, toeval. We wonen dicht op elkaar, je hoort nu eenmaal dingen.” Maar dat gevoel van toeval verdween langzaam. “Het viel me op dat Nette tijdens onze gesprekjes dingen zei of vroeg die ze eigenlijk niet kon weten.” Zo begon ze ineens over de moeizame geboorte van Jannies jongste kleinzoon. “Daar heb ik nooit met haar over gesproken. Wel met andere buren, of met vriendinnen, maar niet met haar.” Ook sprak Nette haar aan over de laatste dagen van Bert. “Dat is zoiets persoonlijks. Ik weet zeker dat ik dat nooit met haar gedeeld heb.” Het maakte Jannie onrustig. “Dan denk ik: hoe weet ze dit? Waar heeft ze dat vandaan?”
Een gek en ongemakkelijk gevoel
Het idee dat iemand meeluistert, voelt voor Jannie heel ongemakkelijk. “Ik voel me soms bekeken in mijn eigen huis. Alsof ik niet vrijuit kan praten.” Tegelijkertijd worstelt ze met haar gevoel. “Aan de ene kant vind ik het fijn dat Nette oog heeft voor anderen. Ze bedoelt het vast goed en wil waarschijnlijk gewoon betrokken zijn.” Maar aan de andere kant knaagt het. “Het voelt niet goed als iemand dingen over mij weet die ik niet zelf heb verteld. Dat is een grens.” Jannie merkt dat ze daardoor voorzichtiger wordt. “Ik bel minder vaak op de galerij en als ik op het balkon sta, let ik erop wat ik zeg. Dat vind ik eigenlijk heel triest.”
Twijfel aan zichzelf
Wat het extra lastig maakt, is de twijfel. “Ik vraag me soms af: stel ik me aan? Zie ik dingen die er niet zijn?” Ze weet dat een flat gehorig kan zijn en de muren zijn dun. “Je hoort deuren, stemmen, telefoongesprekken. Dat snap ik.” Toch voelt het voor haar anders. “Het is niet alleen horen, het is het combineren van informatie. Alsof puzzelstukjes bij elkaar worden gelegd.” Jannie praat erover met een vriendin. “Die zei: misschien vangt ze gewoon dingen op en onthoudt ze dat goed. Sommige mensen zijn daar heel scherp in.” Maar dat stelt Jannie niet gerust. “Het gaat niet om onthouden, het gaat om meeluisteren. En dat voelt als een inbreuk.”
De balans tussen zorg en bemoeienis
In de flat is ‘op elkaar letten’ de norm, maar waar ligt de grens? “Ik vind het mooi dat we naar elkaar omkijken. Zeker op deze leeftijd is dat belangrijk.” Toch merkt Jannie dat ze steeds vaker denkt: dit is geen zorg meer, dit is bemoeienis. “Ik wil zelf bepalen wat ik deel en met wie.” Ze overweegt om Nette erop aan te spreken. “Maar dat vind ik spannend. Wat als ze het ontkent? Of zegt dat ik me aanstel?” Jannie is bang voor ongemakkelijke situaties. “We wonen naast elkaar. Je komt elkaar elke dag tegen.” Voorlopig houdt ze haar gevoelens voor zich. “Ik ben wat afstandelijker geworden. Ik deel minder en probeer mijn gesprekken kort te houden.” Dat voelt voor haar als een verlies. “Juist die openheid maakte het wonen hier zo fijn.”
Afbeelding: Freepik
