Imke woont met haar gezin in het buitengebied, aan een lange landelijke weg waar auto’s soms harder rijden dan ze zouden moeten. Het dorp waar ze boodschappen doen, afspreken met vrienden en naar school gaan, ligt minstens vijf kilometer verderop. Voor vrijwel alles moeten ze op de fiets: de supermarkt, het centrum, de bioscoop, de sportclubs – alles is nét te ver om even te lopen. Voor kinderen in de buurt hoort fietsen er gewoon bij; het is de enige manier om een beetje zelfstandig te worden. Toch voelt dat voor Imke anders.
Gevaarlijke stukken
Ze is gewend om samen met haar dochter overal heen te fietsen. Naar school, naar de winkels en vooral naar de huizen van vriendinnen. Het is altijd een vast ritueel geweest: samen op de fiets, pratend over van alles en nog wat. Imke vindt het gezellig, maar eerlijk is eerlijk: ze vindt het ook gewoon een prettig idee om haar dochter in de gaten te kunnen houden. De route naar bijna alles is lang en kent een paar gevaarlijke stukken, waaronder een onverlichte landweg van drie kilometer waar ’s winters geen lantaarnpaal te zien is. Bovendien kan het in het centrum behoorlijk druk zijn met auto’s, bussen en fatbikes. Juist die combinatie – donker en verlaten aan de ene kant, druk en chaotisch aan de andere – maakt haar nerveus.
Kan het zelf wel
De laatste maanden begint er iets te verschuiven. De vriendinnen van haar dochter worden belangrijker, ze willen afspreken na school, samen naar het dorp, en soms zelfs spontaan naar de bios. En terwijl Imke nog steeds automatisch haar jas pakt om mee te fietsen, merkt ze dat haar dochter steeds vaker zegt: “Mam, ik kan het zelf wel.” Op school lijkt het de normaalste zaak van de wereld dat kinderen dat doen. Alle vriendinnen van haar dochter fietsen al geregeld alleen door het dorp, sommigen zelfs dagelijks. Maar toch knaagt er iets bij Imke: haar eigen gevoel van veiligheid strookt niet met wat ‘normaal’ lijkt.
Iedereen doet het
Dat haar dochter inmiddels tien jaar is en naar groep 7 gaat, maakt het dilemma alleen maar groter. De leeftijd waarop kinderen zelfstandiger worden, grenzen opzoeken en zich losmaken. “Iedereen doet het, mam,” hoort ze regelmatig. En misschien is dat wel zo, maar voor Imke voelt het alsof hún situatie anders is. Ze wonen buitenaf. Om na het spelen bij een vriendin thuis te komen, moet haar dochter altijd die enorme weg afleggen. Fietst ze later in de namiddag terug, dan kan het al schemeren en voelt Imke de spanning in haar buik trekken zodra ze eraan denkt.
Jij weet wat ze aankan
Thuis probeert ze het gesprek erover op gang te houden. Soms begripvol, soms bezorgd, soms een beetje fel – afhankelijk van hoe gestrest ze al is door de drukte van werk en huishouden. Want loslaten… dat is nooit haar sterkste kant geweest. Haar partner Udo houdt zich opvallend op de achtergrond. Niet omdat hij het niet belangrijk vindt, maar omdat hij vindt dat Imke de beste inschatting kan maken. “Jij fietst het meest met haar, jij weet precies wat ze aankan,” zegt hij steeds. Best lief bedoeld, maar het heeft een averechts effect: de verantwoordelijkheid komt volledig op haar schouders te liggen. Als er iets gebeurt, voelt het alsof het direct haar schuld zou zijn. En dat idee reikt dieper dan ze misschien wil toegeven.
Helpt niet
Het helpt ook niet dat de andere ouders lijken te vinden dat kinderen van deze leeftijd prima zelf kunnen fietsen. “Ach joh, ze doen het toch al jaren?” hoort ze vaak genoeg. Maar niemand lijkt het stuk landweg te kennen zoals Imke het kent. In de winter pikzwart, zonder verlichting. In de herfst soms zó mistig dat je amper tien meter voor je uit kunt kijken. Ze vindt het geen route voor een kind dat nog maar net stevig genoeg op de fiets zit.
Knaagt en schuurt
Toch ziet ze uiteindelijk ook dat haar dochter groeit. Zelfstandiger wordt. Steeds meer haar eigen wereld vormgeeft. Het knaagt en schuurt, want diep vanbinnen wil Imke haar dochter beschermen tegen alles wat mogelijk mis kan gaan. Tegelijkertijd weet ze dat die beschermingsdrang haar in de weg kan zitten. Dat het haar dochter misschien belemmert in haar ontwikkeling. En ergens weet ze ook: er zal een moment komen waarop ze niet meer naast haar fietst.
Twijfel
Maar wanneer is dat moment precies? Wanneer is het veilig genoeg? Wanneer is haar dochter oud genoeg? Sterk genoeg? Oplettend genoeg? Dat zijn de vragen die Imke wakker houden. Vragen die geen ander lijkt te begrijpen, behalve misschien Udo – al laat hij het oordeel volledig aan haar. De twijfel maakt Imke soms verdrietig. Ze wil haar dochter vrijheid geven, maar ze vreest dat vrijheid gepaard gaat met risico’s waar ze nog niet klaar voor is. Als ze ziet hoe andere kinderen lachend voorbij zoeven, zelfstandig en vol vertrouwen, vraagt ze zich af: ben ik nu té voorzichtig? Of zijn zij het juist niet genoeg? Wat als één verkeerde beslissing alles verandert?
Afbeelding: Freepik

Joris -
Hoe is het afgelopen?