Twee maanden geleden werd Hannah veertig, en dat vierde ze groots. “Ik wilde er een echt gezellig feest van maken,” vertelt ze. “Voor vrienden, familie en buren.” Samen met haar moeder zette ze een groot buffet neer. “We hebben alles zelf gekookt en iedereen vond het heerlijk. Het voelde meteen warm en persoonlijk.” Rond negen uur ’s avonds werden de lichten gedimd en kwam er een playlist vol meezingers aan. “Iedereen zong mee, er werd gedanst, het was echt een avond om niet te vergeten.”
Speciaal cadeau
Alles leek perfect, maar sinds het feest knaagt er iets bij Hannah. Het gaat om een cadeau dat ze van haar schoonouders kreeg: een vaas. “Volgens hen was hij heel speciaal,” zegt ze. “Mijn schoonmoeder liet er ook nog even bij vallen dat hij ontzettend duur was.” Maar voor Hannah is het eerlijk gezegd de lelijkste vaas die ze ooit heeft gezien. “Het is een soort kitscherig, glimmend exemplaar, helemaal niet mijn stijl. Ik kan er gewoon niet blij van worden.” Op een of andere manier voelt het cadeau nu als een ongemakkelijk punt in huis. “De vaas staat in een hoek van mijn werkkamer,” vertelt Hannah. “Het is het enige plekje waar hij niet constant in het zicht staat, maar dat voelt ook alsof ik hem wegstop.” Haar man IJsbrand merkt dat op. “Hij vraagt steeds waarom ik de vaas niet op een prominenter plekje zet. Voor hem is het immers een speciaal cadeau van zijn ouders, iets waar hij trots op is.”
Schuldgevoel en loyaliteit
Hannah voelt zich rot. “Ik hou ontzettend veel van mijn schoonouders. Ze hebben altijd zoveel aandacht voor ons, en ik wil hen niet kwetsen.” Het idee dat ze hun cadeau eigenlijk lelijk vindt, voelt bijna als verraad. “Ik voel me schuldig dat ik het niet mooi vind, terwijl zij dit zo speciaal vonden.” Ze wil de vaas niet gewoon in het zicht zetten omwille van de schijn. “Dat voelt oneerlijk en ongemakkelijk. Bovendien vindt ze hem zo opvallend en lelijk dat ze er ook niet de hele dag tegenaan wil staren. Maar ik wil ook niemand voor het hoofd stoten.” De vaas is inmiddels een constante herinnering geworden aan het dilemma. “Elke keer dat ik hem zie, voel ik een mengeling van dankbaarheid en irritatie,” zegt Hannah. “Dankbaarheid omdat ze hebben nagedacht over een cadeau en moeite hebben gedaan, irritatie omdat het mij bijna dwingt hem op een mooie plek neer te zetten.” Ze vraagt zich af hoe ze hier tactisch mee om kan gaan. “Kan ik eerlijk zijn, zonder dat iemand zich gekwetst voelt?”
Eerlijk zijn
Hannah weet dat het belangrijk is om eerst met haar man te praten. “Hij kent zijn ouders goed en weet hoe gevoelig dit kan liggen.” Ze wil hem uitleggen dat haar gevoelens over het cadeau niets te maken hebben met hen, maar puur met haar persoonlijke smaak. “Ik wil hem laten begrijpen dat ik de vaas waardeer als gebaar, maar dat hij echt niet bij onze inrichting past.” Voor Hannah voelt dat als een delicate balans. “Ik wil dat hij begrijpt dat het niets met hun intenties te maken heeft, maar dat ik er ook eerlijk over wil zijn.”
Tactische aanpak
Ze overweegt een tactvolle aanpak. “Misschien kan ik iets zeggen als: ‘Wat een ontzettend lief gebaar, ik waardeer dit echt enorm. Voor onze inrichting past hij alleen niet helemaal, dus ik heb hem hier even gezet.’” Het idee is om te laten zien dat ze dankbaar is, zonder dat ze de vaas prominent moet tentoonstellen. “Het draait erom dat ik eerlijk ben over mijn smaak, maar niemand zich gekwetst voelt.”
Grenzen aangeven
Hannah beseft ook dat het een les is in grenzen aangeven. “Het is oké om je eigen stijl te hebben en te laten zien wat bij je past,” zegt ze. “Ik hoef geen dingen in huis te zetten die ik echt niet mooi vind, ook al zijn ze van iemand anders.” Het voelt als een klein, maar belangrijk moment van zelfbewustzijn. “Je kunt respect hebben voor iemand en tegelijkertijd eerlijk zijn over wat je prettig vindt in je eigen huis.” Voor Hannah zou het bespreken van haar gevoelens een opluchting zijn. “Dan hoef ik niet meer constant na te denken over hoe ik de vaas moet plaatsen of doen alsof ik hem mooi vind,” zegt ze. Het zou de situatie luchtiger maken, zonder dat iemand zich afgewezen voelt. “Ik wil gewoon dat de vaas een plek krijgt waar hij oké is, maar waar ik er ook geen stress van krijg.“
Afbeelding: Freepik
