Toen de kinderen nog klein waren, stond de wintersportvakantie bij Gea en Paul elk jaar met dikke letters in de agenda. “Paul was er dol op, net als de kinderen. Skiën, vroeg op de piste, aan het eind van de middag samen warme chocolademelk. Voor hen was het genieten.” Voor Gea voelde het heel anders. “Ik ben nooit een wintersportmens geweest. Ik vond het eng, koud en allesbehalve ontspannend.”
Eenzame dagen
Omdat Gea niet skiede, bracht ze haar dagen anders door. “Terwijl Paul en de kinderen op de piste stonden, liep ik alleen door het dorp. Een beetje winkeltjes kijken, een koffie drinken, wandelen door besneeuwde straatjes.” Op papier klinkt het misschien idyllisch, maar zo voelde het niet. “Ik miste gezelschap. Ik was daar vooral omdat zij dat zo graag wilden. Het voelde vaak eenzaam.”
Altijd toegeven
Jaar in, jaar uit ging Gea mee. “Ik deed het voor het gezin. Ik wilde geen spelbreker zijn en gunde Paul en de kinderen hun plezier.” Ze probeerde er het beste van te maken. “Maar eerlijk is eerlijk: ik telde de dagen af tot we weer naar huis gingen.” Toch sprak ze haar ongenoegen zelden uit. “Ik slikte het in, omdat ik wist hoe blij zij ervan werden.”
Zomervakantie op de tweede plaats
Wat het extra wrang maakte, was dat de zomervakantie vaak soberder moest. “Wintersport is duur. Dat betekende dat we in de zomer minder budget hadden.” Terwijl juist dát Gea’s favoriete vakantie was. “Zon, zee, lange avonden, samen eten en lezen op een terras. Dat is voor mij pas echt ontspanning.” Ze legde zich erbij neer, met één gedachte als troost. “Later, als de kinderen groot zijn, dan is het mijn tijd.”
Een duidelijke afspraak
Die afspraak werd ook echt uitgesproken. “We zeiden altijd: als de kinderen niet meer mee willen, stoppen we met wintersport. Dan gaan we mooie, uitgebreide zomervakanties maken.” Voor Gea voelde dat als een belofte. “Ik hield me daaraan vast. Het idee dat het ooit zou kantelen, maakte het makkelijker om al die winters door te komen.”
Nieuwe levensfase
Nu zijn Gea en Paul bijna zestig en de kinderen al een tijdje uit huis. “Ze hebben hun eigen leven, eigen vakanties. De reden om te blijven skiën is eigenlijk verdwenen.” Gea dacht dat hiermee ook een nieuwe fase zou beginnen. “Meer tijd samen, reizen die we allebei leuk vinden, vooral in de zomer. Eindelijk.”
Een verrassing
Tot Paul onlangs vertelde dat hij toch weer een wintersport had geboekt. “Voor deze winter. Met vrienden.” Gea was met stomheid geslagen. “Ik dacht eerst dat hij een grapje maakte.” Toen hij uitlegde dat hij zo’n zin had om nog een keer te skiën, zakte de moed haar in de schoenen. “Dit was toch niet de afspraak?”
‘Ik ga alleen’
Paul probeerde het luchtig te brengen. “Hij zei: ‘Ik ga alleen hoor als jij niet wil, ik dring je niks op.’ Dat maakt het bijna nog lastiger.” Want aan de ene kant klopt het. “Hij dwingt me niet mee, hij houdt rekening met mij.” Maar aan de andere kant wringt het. “We hadden afgesproken dat we het niet meer zouden doen. Niet samen en eigenlijk helemaal niet.”
Het gevoel van verlies
Voor Gea voelt het alsof haar moment opnieuw wordt uitgesteld. “Alsof mijn wens weer opzij wordt geschoven.” Ze gunt Paul zijn plezier, echt waar. “Maar het steekt dat hij nu wél kiest voor iets wat altijd ten koste ging van wat ik graag wilde.” Het voelt niet als een grote ruzie, maar als een stille teleurstelling. “Een knagend gevoel.”
De zomervakantie blijft
Paul benadrukt dat de zomervakantie gewoon doorgaat. “Hij zegt: ‘We gaan toch ook lekker lang weg in de zomer?’ En dat is ook zo.” Gea weet dat ze daar dankbaar voor mag zijn. “Het is niet zo dat hij alles overboord gooit.” Maar dat neemt het gevoel niet weg. “Het gaat me niet om die ene week skiën, maar om het principe.”
Afspraak is afspraak
Wat Gea vooral dwarszit, is dat een duidelijke afspraak wordt losgelaten. “We hebben hier zo vaak over gepraat. Het was helder.” Dat Paul nu toch anders kiest, maakt haar onzeker. “Wat betekent onze afspraak dan nog? En waar schuift hij straks nog meer in?” Het zet haar aan het denken over hun balans als stel. “Over geven en nemen.”
Twijfels en gesprek
Gea weet dat ze dit niet kan blijven wegstoppen. “Ik wil er met Paul over praten, maar zonder verwijten.” Ze zoekt naar woorden die recht doen aan haar gevoel. “Ik wil niet zeggen dat hij egoïstisch is, maar wel dat dit mij pijn doet.” Of Paul dat begrijpt, weet ze nog niet. “Ik hoop het.”
Afbeelding: Freepik

Sanderien van Mul -
Ik snap echt helemaal niets van de volgende zin: ‘Hij dwingt me niet mee, hij houdt rekening met mij’. Hoezo? Hij gaat (zonder overleg!) met z’n vrinden op wintersportvakantie, tegen elke afspraak in die hij met jou heeft gemaakt en walst over jouw wens heen. Sterker nog: meneer gaat wel alleen hoor als de mevrouw in het verhaal niet wil. Dat is geen rekening houden met, dat is jou in de stront laten zakken. Sorry hoor, maar ik zou hier een flinke ruzie om maken. Lekker emotioneel manipuleren en het dan zo draaien dat het aan jou ligt, want ‘jij wil niet mee’. Top! Ik zou in die week dat Paul op z’n geliefde wintersport is, zelf ook de bloemetjes buiten zetten. Er zijn vast wel bestemmingen te vinden die zonnig zijn in deze tijd van het jaar. En zodra je merkt dat de door jou gewenste zomervakantie te lijden heeft onder zijn ski-capriolen, zou ik nog eens een flinke pot ruzie maken. Lekker hoor, getrouwd zijn met iemand die doet wat hij zelf wil en de wens(en) van zijn vrouw aan zijn laars lapt.