Er gaat níets boven Groningen

kruiwagen_1.jpgDe spotlights gingen weer aan en de gordijnen schoven langzaam weer open. Alle spelers stonden hand in hand op het podium. Buigend namen ze hun welverdiende applaus in ontvangst. Ik zat achter in de zaal, tussen mijn dochter en moeder in.

Ondanks de tomtom was ik verkeerd gereden (hoe kreeg ik het klaar?!) en daardoor kwamen we nog maar nét op tijd de zaal binnengestormd. De enige lege stoelen die er nog waren, stonden ergens achterin, naast een man die duidelijk leefde volgens het motto ‘beter een buik van het bier dan een bult van het werken’. We hadden gekeken naar een voorstelling van de toneelvereniging De Plattelanders in Rosmalen. Mijn broer Michel speelde daarin mee. Zoals altijd was het een feest om hem te zien spelen. Al vroeg was duidelijk dat mijn broer was geboren voor een plekje op het podium. Terwijl andere tienerjongens voetbalden, vieze woorden met graffitibussen op muren spoten en halsbrekende toeren met hun brommer uithaalden, rende mijn broer op 10 centimeter hoge hakken als Tina Turner het podium over. Zijn kamer puilde uit van bekers en medailles van allerlei playback- en danswedstrijden. Wat mij betrof kreeg hij enkel al voor zijn enórme dosis lef de eerste prijs!

Na Michel snel nog even een dikke kus en een biertje te hebben gegeven, reden wij richting Rotterdam. Ik had besloten de toneelvoorstelling te combineren met een gezellig weekendje bij mijn moeder. Na een klein uurtje parkeerde ik de auto voor haar flat. Alle drie doken we direct ons bed in. Ik was moe, maar in slaap vallen lukte niet. Het licht van de lantaarnpalen scheen dwars door de gordijnen heen en het lawaai in de straat werd met de minuut irritanter: toeterende auto’s, voorbij scheurende scooters, stoppende en weer vertrekkende bussen en luidruchtige groepen jongeren die door de straten struinden. Ik draaide mij op mijn buik en trok met beide handen een kussen over mijn hoofd heen. Een zinloze actie. Het was moeilijk voor te stellen dat dit tot tien jaar terug ook míjn wereld was. En dat de viezige geur van de Botlek, het vele licht en het lawaai iets heel gewoons waren. Ik pakte mijn mobieltje van de grond. „Er gaat níets boven Groningen”, sms’te ik naar Wim. Ik verwachtte geen reactie. Het was inmiddels al 2.45 uur. Nog geen minuut later lichtte mijn mobieltje op en verscheen er een envelopje in het scherm. Glimlachend las ik Wims antwoord: „En zo is het maar net!”

Mariska ten Den is boerin en schrijft prachtige columns over haar leven op de boerderij. Onlangs is haar verhalenbundel Prins op de groene trekker  verschenen. Meer
over Mariska kun je lezen op haar website: www.mariskatenden.nl
 
Lees ook haar vorige columns op damespraatjes.nl

Reageer ook