Bloedrode nagels van Karine Jekel

Ik schud het flesje, waardoor er een egaal mengsel ontstaat, en draai de aangekoekte nagellakresten los. Terwijl ik het kwastje naar de pink van mijn linkerhand breng, probeer ik helder te krijgen wanneer het begonnen is.

Lang voordat ik het zelf in de gaten had, sijpelde de tragiek mijn goedgeorganiseerde leven binnen. Nooit eerder had ik zo veel van een man gehouden. Hij dacht met me mee, zorgde goed voor me, en mijn zoontje accepteerde hij als een kind van zichzelf. Elke andere man die naar me keek, kon een vuile blik van Theo verwachten. ‘Je bent míjn schatje’, zei hij dan met een speelse tik op mijn neus.

Na een paar maanden samenwonen, was ik ineens mijn make-up kwijt. In zijn nachtkastje vond ik alles terug. Ik verplaatste de boel naar de oorspronkelijke plek in de badkamer, maakte mezelf op en liep naar beneden, waar ik tegenover Theo plaatsnam aan de ontbijttafel. Rodin liet zijn auto’s met broem-broem-geluidjes rondjes rijden om de tafelpoten.

‘Goedemorgen.’ Ik stak mijn hand uit naar het brood.
Theo greep mijn pols beet. ‘Haal dat spul van je gezicht.’
‘Pardon?’ Voordat ik in de lach kon schieten, verstevigde de klem om mijn arm.
Dwingend seinden zijn ogen richting de trap. Om geen ruzie te maken met Rodin erbij, schoof ik mijn stoel naar achteren. De knijpende vingers rond mijn pols verslapten, zodat ik me los kon wurmen. Voor de spiegel verdwenen mijn mascara, oogschaduw en lipgloss op een wattenschijfje. Ik spoelde mijn gezicht schoon met een grote plens water. Onzeker ging ik weer naar beneden, me afvragend wat ik aan zou treffen.
‘Goedemorgen, schat. Lekker geslapen? Broodje?’ Hij legde een boterham op mijn bord en schoof de boter mijn kant uit. ‘Wat wil je erop?’
Zijn lieve gedrag beschouwde ik als een excuus. Ik glimlachte naar hem. ‘Doe maar vruchtenhagel.’

De felle rode kleur op mijn pinknagel glanst. Heerlijk om weer eens de bijtende nagellakgeur te inhaleren. Ik duw de nagelriem van mijn ringvinger wat naar beneden, en lak verder.

Na die ochtend heb ik nog één keer wat mascara opgedaan, waarop Theo behoorlijk door het lint ging.
‘Heb je aan mij niet genoeg? Moet je per se meer mannen verleiden met die donkere wimpers van je? Slet!’ De spuugdruppels vlogen in mijn gezicht. Hij hief zijn hand. In een reflex deinsde ik achteruit en beschermde mijn gezicht met mijn beide armen. Er gebeurde niets en toen ik mijn armen liet zakken, stond er een verslagen man voor me.
‘Sorry, lieverd. Ik zou je nooit slaan, dat weet je toch wel?’ Ik drukte mezelf tegen hem aan. De warmte van zijn gespierde lijf nam de twijfel bij me weg.
Ik knikte. ‘Natuurlijk weet ik dat.’
‘Ik wil je gewoon niet kwijt. Je bent zo’n mooie vrouw. Met dat goedje op je wimpers valt nog veel meer op hoe prachtig je bent. Al die mannen die altijd naar je kijken…’ Hij schokschouderde hulpeloos. En ik was trots. Niet elke vrouw heeft tenslotte een man die zo veel van haar houdt.

Er steekt een los velletje uit, naast mijn middelvingernagel. Ik knaag het eraf, en doop het kwastje nog eens flink in het halfvolle flesje.

De eerste klap belandde in mijn gezicht. Vol op mijn rechterwang, nadat we samen uit geweest waren. We hadden heerlijk gegeten bij Theo’s favoriete pizzeria in het centrum, gevolgd door een cabaretvoorstelling in het stadstheater. Tijdens de wandeling terug naar huis was Theo niet erg spraakzaam. Vermoeidheid, dacht ik. Ik pakte zijn hand beet, en zo liepen we in stilte naar huis. Ik genoot van de rust en de vochtige mist die in de stad hing.
Thuis gooide ik mijn jas over de kapstok en trapte mijn knellende hakken uit.
‘Bedankt voor de gezellige avond.’ Ik ging op mijn tenen staan om hem een kus te geven, maar schrok van de woede in zijn ogen. Eerst had ik amper door wat er gebeurde. Ik liet me terugzakken op mijn voeten en wilde een stap achteruit zetten.
‘Dacht je dat ik het niet doorhad?’ Hij schreeuwde.

We stonden nog steeds in de hal. Ik draaide me om naar de spiegel achter me. Met mijn hand betastte ik de knalrode afdruk die Theo daar had achtergelaten. Via de spiegel keek ik hem ontsteld aan, verwachtend dat er een golf van excuses over me heen zou spoelen. In plaats daarvan tierde hij verder over een man waarmee ik in de pauze van de voorstelling had staan flirten.

‘Iedereen kon zien hoe mijn meisje een andere kerel aan het versieren was! Hoe durf je?’ Hij bracht zijn gezicht dicht bij het mijne en duwde met zijn wijsvinger mijn kin omhoog. ‘Nou? Hoe dúrf je?’
‘Sorry, Theo’, zei ik zacht. Ik zette grote ogen op, hoewel ik geen idee had over welke man dit ging.

De nagel van mijn wijsvinger is een beetje scheef. Altijd al geweest. Schattig, vond Theo. Ik vind het lelijk, maar met wat nagellak valt het een stuk minder op.

Ik kwam steeds minder vaak het huis uit. Zolang ik me niet in de buurt van andere mannen vertoonde, hield hij zich redelijk rustig. Maar ik kon niet elke situatie vermijden, en concurrentie zag Theo overal. Als ik in Theo’s bijzijn aan een mannelijke vakkenvuller vroeg waar ik het zout kon vinden, zweeg hij me dood tot hij zich thuis op me uit kon leven.
Voor zover ik weet had mijn zoontje al die tijd niets door. Over het algemeen hield Theo zich in als Rodin erbij was. Hooguit wat gemene opmerkingen, die te dubbelzinnig waren voor Rodin om te begrijpen.

Er zit een scheurtje in de nagel van mijn duim, maar ik heb geen vijl bij de hand. Geduldig bijt ik de nagel wat korter, voor ik verder lak.

Aan de klappen met zijn blote hand wende ik min of meer. Ik moest het doorstaan, daarna was hij ontzettend lief voor me. In eerste instantie was ik dan ook vooral verbaasd, toen Theo met de oplader van de laptop aan kwam zetten. Hij sloeg me met het snoer dat mijn rug open striemde.
‘Papa, wat doe je?’ Het met angst en verdriet doordrongen stemmetje van Rodin kwam harder aan dan de stekker die tegen mijn oorschelp knalde.

Rodin! Ik wilde hem beschermen, maar Theo was me voor. Met een harde duw kwam Rodin op de grond terecht. Zijn hoofd bonkte op de donkerbruine plavuizen. Op handen en knieën kroop ik naar hem toe. Theo was inmiddels naar boven gestampt. Rodin krijste moord en brand, en probeerde zich uit mijn armen los te worstelen toen ik de bloederig bult op zijn achterhoofd onderzoekend aanraakte.
‘Jongetje toch’, fluisterde ik met mijn lippen tegen zijn haar gedrukt. Ondertussen hamerde één gedachte non stop in mijn hoofd: hij is te ver gegaan. Veel te ver.
Langzaamaan kalmeerde Rodin, tot er alleen nog maar een droevig snikken overbleef.
‘Waarom deed papa dat? Dat mag toch niet?’
‘Nee, lieverd, dat mag niet.’ En waarom? Ik moest mijn zoon het antwoord schuldig blijven.
‘Gaat papa dat nog een keer doen?’
‘Nee, nooit meer.’ Ik bekrachtigde mijn belofte met een dikke zoen op zijn voorhoofd.
‘Echt niet?’
‘Echt niet.’

Samen bleven we op de grond zitten, dicht tegen elkaar aan. Boven was het stil geworden. Waarschijnlijk lag Theo al lang te slapen, uitgeput door zijn eigen agressie, om de volgende ochtend berouwvol wakker te worden.
Rodin snurkte zachtjes, met zijn hoofd op mijn borst. Mijn gehavende rug schreeuwde het uit van de pijn, terwijl ik opstond met zijn lijfje in mijn armen. Ik beet op mijn lip. Moeizaam zeulde ik ons tweeën de trap op en bracht hem naar zijn bedje. Na een laatste kus sloot ik de deur.

Hij is te ver gegaan, klonk het nog steeds in mijn hoofd. Veel te ver.
Zonder geluid te maken, opende ik de deur van onze slaapkamer. Theo sliep, met open mond. Op mijn helft van het bed nog wel. Het liefst zou ik hem verrot schelden om wat hij mijn kleine jongetje had laten doorstaan, maar ik beheerste me.
Ik vroeg me af hoelang ik het vol zou moeten houden, maar ik had geen idee. Voorzichtig tilde ik het kussen iets op en hield mijn hand onder zijn neus. Geen ademhaling.
Voor de zekerheid dan maar. Geduldig drukte ik het kussen opnieuw in zijn gezicht.

Boven hoor ik ze met elkaar praten, mensen van de ambulance en van de politie. Het zal niet lang duren tot ze mij willen verhoren. Gelukkig lieten ze me alleen, toen ik vroeg om een moment voor mezelf. Een moment om iets te doen wat Theo me jarenlang verboden heeft. Eindelijk. Tevreden bekijk ik de zonder te knoeien bloedrood gelakte nagels van mijn linkerhand. Ze glimmen. Nu rechts. Nog vijf te gaan.

Terug naar de andere verhalen.

Dames Image Banner 468 x 68

 


1 reactie

Reageer ook