Als het niet anders kan, gaat Ada bij anderen naar de wc, maar echt vrolijk wordt ze daar niet van. “Ik weet niet wat het is, maar ik kan best heel vies zijn van wc’s. Zelf maak ik twee keer per dag ons toilet schoon; ’s ochtends als Norbert naar zijn werk is, en ’s avonds voordat ik naar bed ga, omdat de chloor dan zo lekker kan intrekken. Dan is de pot de volgende dag weer extra schoon, heerlijk vind ik dat.”
Hoe zijn de wc’s?
Op vakantie is naar de wc gaan voor Ada een ramp. “Vroeger toen ik met mijn ouders op vakantie ging, bespraken mijn ouders nooit een camping. We reden er op goed geluk heen en als er plek was, dan gingen we staan. Tenzij het toiletgebouw niet te doen was, dan niet. Dat controleerde mijn moeder. Ze sprong de auto uit en als eerste inspecteerde ze de wc’s. Als die in haar ogen schoon waren, mocht mijn vader informeren of er plek was. Zagen de toiletten er niet uit, dan moesten we naar de volgende camping, hoe leuk we de camping met smerige wc’s ook vonden.”
Ada en haar zusje vonden het vreselijk dat mijn moeder zo’n Pietje Precies was wat betreft de hygiëne op een camping. “Waren we na uren in de hete auto eindelijk op plek van bestemming, was er een camping, waren de wc’s weer niet schoon genoeg. Terwijl een lekker zwembad met een glijbaan het enige was wat mijn zusje en ik belangrijk vonden.”
Ogod, ik heb het ook!
Als Ada op zichzelf gaat wonen, ontdekt ze dat ze toch meer op haar moeder lijkt dan ze misschien zou willen. “De wc en badkamer moeten brandschoon zijn en ik houd dat in de gaten. Aan Norbert heb ik gevraagd of hij zittend wil plassen in plaats van staand. Als mannen staan, dan spetteren ze altijd zo en ik vind dat smerig. Dat mensen toiletkleedjes rond de pot leggen, snap ik ook echt niet. Hoe smerig is dat? Allemaal urinespetters in dat wolletje, ieuw. Echt ranzig.”
Zittend plassen?
Aanvankelijk wilde Norbert niet zittend plassen omdat hij het onzin vond. “Maar toen hij in de gaten had dat ik het echt heel smerig vind en er onpasselijk van word, gaat hij thuis zitten als hij moet plassen. Niet van harte, maar hij probeert zich voor te stellen hoe ik me voel als mannen de wc onder staan te sproeien.” Eigenlijk zit Ada om die reden ook niet te wachten op visite. “Elke keer als er iemand opstaat om naar de wc te gaan, krijg ik de zenuwen. Want niet alleen ben ik heel vies van spetters plas in de wc, als iemand voor een grote boodschap gaat dan val ik zo ongeveer flauw.” Ze vindt het zó smerig dat ze tijdens een verbouwing aan de wc en badkamer bij haar moeder is gaan logeren.
Effe lekker gassen
“Al die bouwvakkers die op vaste tijden naar de wc gaan om eens even lekker te gassen, zoals een stukadoor dat zo zei toen hij op weg was naar ons toilet. Eerst lekker zwarte koffie gedronken, shaggie erbij en daarna poepen. Ik trek dat niet, ik word er zo beroerd van. Het idee dat zo’n man op onze wc zijn behoeften doet, vind ik onverdraagbaar. Die lucht! En die remsporen in de pot, echt vreselijk.” Nou vertrekken die bouwvakkers als de klus is geklaard, maar er zijn mensen die vaker bij Ada en Norbert op bezoek komen. Zoals de schoonouders van het stel.
Hij laat de boel de boel
Vooropgesteld: Ada is dol op haar schoonvader. “Echt ik houd van die man. Maar van zijn toiletgang ben ik niet gecharmeerd. Na het eten, als hij zijn koffie op heeft, staat hij op en gaat naar de wc. Hij neemt een krantje mee en gaat uitgebreid zitten. Al die tijd zie ik groen van ellende en stel ik me voor hoe het tafereeltje op de wc eruit ziet. Moet ik niet doen, want van dat beeld word ik alleen maar beroerder.” Als schoonpapa klaar is, laat hij de boel de boel. Nog nét trekt hij zijn grote boodschap door, maar een borstel door de pot halen, de bril met een doekje afnemen en de krant opruimen, daar doet hij niet aan. Tot groot verdriet van Ada, die, als de schoonouders weer op huis aan gaan, met de rotzooi zit.
Mens, je overdrijft
Gewapend met handschoenen gaat ze de wc ter lijf en poetst alles schoon. “Norbert vindt dat ik zwaar overdrijf en stuurt er steeds maar op aan dat ik naar een huisarts ga omdat hij denkt dat er een onderliggend probleem is. Er is helemaal niks mis met mij, er is iets mis met mensen, vooral mannen, die een zootje maken van de wc.” Haar schoonvader erop aanspreken, durft Ada niet zo goed. “Hij is een fijne en lieve man en ik vind het zo rottig om hem te vragen of hij de wc netjes wil achterlaten. Ik heb Norbert gevraagd of hij het probleem wil bespreken met zijn vader, maar dat weigert Norbert. Hij heeft geen probleem.”
Ada zit in een spagaat. Ze wil haar schoonvader, die zo zachtaardig en vriendelijk voor haar is, niet voor het hoofd stoten. Maar zin om zijn ‘shit’ op te ruimen, heeft ze ook niet. “Hoe kan ik hem netjes vragen om als hij naar de wc is geweest, de boel netjes achter te laten zonder dat ik hem beledig? Norbert wil er niets van weten en vind dat ik me aanstel. Maar dat doe ik niet, ik ben er echt heel vies van….
Wat kan Ada volgens jou het beste doen? Handschoenen aan, mondkapje op en met een emmer sop de wc zwijgend schoonmaken? Of kan ze beter er met haar schoonvader over praten en hem een emmertje sop meegeven als hij naar de wc gaat? Hoe zou jij dat doen? Praat mee in de comments onder dit bericht. Vinden we leuk!
Afbeelding: Freepik



Joris -
Jij hebt ogenschijnlijk inderdaad een probleem, maar ik deel wat Manon zegt: je mag van al je bezoek heus verwachten dat ze het netjes achterlaten. Zelf plas ik ook zittend; ik heb namelijk geen zin om erna de bril schoon te maken en al helemaal geen zin in urinedruppels op broek, sokken of schoenen. Ik snap niet dat er mannen zijn die staand plassen (anders dan bij een urinoir).