“Ik weet dat veel mensen me ouderwets zullen vinden. Dat hoor ik ook regelmatig. Maar is het nu echt zo vreemd om te verwachten dat je kleinkinderen je met ‘u’ aanspreken? Voor mij heeft dat niets met afstandelijkheid te maken. Het gaat over respect.”
Jeanne is 68 jaar en omschrijft zichzelf als “een vrouw van de oude stempel”. Ze groeide op in een gezin waar beleefdheid vanzelfsprekend was en heeft haar eigen kinderen op dezelfde manier opgevoed. “Bij ons zei je ‘u’ tegen volwassenen, je sprak met twee woorden en als je ouders je iets vroegen, dan deed je dat gewoon. Niet omdat we streng wilden zijn, maar omdat we vonden dat respect de basis is van een goede opvoeding.”
Niks tekortgekomen
Volgens Jeanne hebben haar zoon Rutger en dochter Marieke daar nooit onder geleden. Integendeel zelfs. “Ze hebben allebei gestudeerd, een mooie baan en worden door anderen omschreven als vriendelijke, sociale mensen. Ik heb nooit het idee gehad dat ze iets tekort zijn gekomen doordat wij duidelijke regels hadden.”
Juist daarom begrijpt ze niet waarom haar zoon zijn eigen kinderen zo anders opvoedt. “Rutger is inmiddels 42 en heeft een zoontje van zes en een dochtertje van drie. Het zijn heerlijke kinderen en ik ben dol op ze. Ze komen graag bij mij over de vloer en we hebben het altijd gezellig. Maar er is één ding waar ik me steeds meer aan begin te ergeren.”
Gewoon Jeanne?
Dat is de manier waarop haar kleinkinderen haar aanspreken. “Ze zeggen gewoon ‘jij’ en ‘je’. ‘Oma, wil jij een tekening zien?’ of ‘Heb je koekjes?’ Iedere keer denk ik weer: waarom zegt niemand daar iets van?”
Jeanne heeft het onderwerp al meerdere keren aangekaart bij haar zoon en schoondochter. “Ik heb rustig uitgelegd dat ik het prettig zou vinden als de kinderen ‘u’ tegen mij zouden zeggen. Niet omdat ik mezelf belangrijk vind, maar omdat dat voor mij hoort bij hoe je met oudere mensen omgaat.”
Niet van deze tijd
Tot haar frustratie kreeg ze weinig begrip. “Vooral mijn schoondochter vindt het onzin. Zij zei letterlijk dat ‘u’ zeggen afstandelijk en kil is. Ik viel bijna van mijn stoel. Kil? Voor mij is het juist een teken van beleefdheid.”
Volgens Jeanne lijkt haar schoondochter haar verzoek niet serieus te nemen. “Ze zegt dat kinderen tegenwoordig veel vrijer worden opgevoed en dat ze niet wil dat haar kinderen bang zijn voor volwassenen. Maar daar gaat het toch helemaal niet over? Respect tonen is iets heel anders dan bang zijn.”
Waar ligt de grens?
Wat Jeanne misschien nog wel het meest verbaast, is dat haar zoon haar niet steunt. “Hij is zelf ook opgevoed met ‘u’. Hij heeft jarenlang ‘u’ tegen mij gezegd. Pas toen hij volwassen was, werd dat wat losser. Dus hij weet precies waar ik vandaan kom.”
Toch haalt Rutger zijn schouders op. “Hij zegt dat het een andere tijd is en dat hij het belangrijker vindt dat de kinderen lief en spontaan zijn. Alsof beleefdheid en spontaniteit niet samen kunnen gaan.”
Steeds opnieuw
Jeanne heeft ook zelf geprobeerd het de oudste uit te leggen. “Mijn kleinzoon is zes. Oud genoeg om het verschil tussen ‘jij’ en ‘u’ te begrijpen. Af en toe zeg ik: ‘Oma vindt het fijn als je u zegt.’ Dan knikt hij braaf, zegt een paar minuten netjes ‘u’ en vervolgens is hij het weer vergeten.”
Ze neemt het hem niet kwalijk. “Hij doet gewoon wat hij thuis leert. Kinderen kunnen er niets aan doen als hun ouders iets niet belangrijk vinden.”
Respect verdwijnt
Volgens Jeanne gaat het eigenlijk om iets groters dan alleen een woordje. “Ik heb soms het gevoel dat respect steeds minder belangrijk wordt. Kinderen spreken iedereen met de voornaam aan, leraren worden tutoyeerd en ook ouderen lijken steeds minder vanzelfsprekend met respect behandeld te worden.”
Ze merkt dat leeftijd tegenwoordig anders wordt bekeken. “Vroeger keek je op tegen je opa en oma. Nu lijkt iedereen vooral gelijk te moeten zijn. Natuurlijk zijn we allemaal evenveel waard, maar dat betekent toch niet dat alle omgangsvormen moeten verdwijnen?”
Of ben ik echt ouderwets?
Toch vraagt Jeanne zich soms af of zij degene is die moet meebewegen. “Misschien ben ik inderdaad ouderwets. Dat hoor ik vaak genoeg. Maar ik ken ook genoeg gezinnen waar kinderen nog gewoon ‘u’ zeggen tegen opa, oma of oudere buren.”
Ze merkt dat ze steeds vaker aan zichzelf gaat twijfelen. “Ik wil geen zeurende oma zijn die overal een probleem van maakt. Tegelijkertijd vind ik het moeilijk om iets los te laten dat voor mij mijn hele leven zo vanzelfsprekend is geweest.”
De sfeer niet verpesten
Juist omdat ze haar kleinkinderen zo graag ziet, wil Jeanne voorkomen dat dit een terugkerende discussie wordt. “Ik wil niet dat de kinderen straks denken dat oma altijd boos is. Daar gaat het me helemaal niet om. Ik geniet enorm van ze.”
Maar iedere keer als ze weer “jij” hoort, voelt ze toch een kleine teleurstelling. “Dan denk ik: is het nou echt zo’n grote moeite om rekening te houden met iets wat voor mij belangrijk is?”
Vasthouden of loslaten?
Jeanne weet daarom niet goed wat verstandig is. “Moet ik blijven aangeven dat ik graag met ‘u’ word aangesproken? Of moet ik accepteren dat de wereld veranderd is en dit er nu eenmaal bij hoort?”
Ze is benieuwd hoe anderen hierover denken. “Is ‘u’ zeggen tegen je opa of oma echt zo ouderwets geworden? Of is het juist een mooie manier om respect te tonen? En als jouw ouders of schoonouders zo’n duidelijke wens zouden hebben, zou je die dan respecteren? Of vind je dat zij zich moeten aanpassen aan deze tijd?”
Afbeelding: Unsplash+

Willemijn -
Je kunt je poot stijf houden en uit principe je kleinkinderen buiten de deur houden totdat ze ‘u’ leren zeggen, maar je begrijpt zelf ook al dat het een verloren zaak is. Zo zijn ze opgevoed en je… ach pardon, u, kunt op uw kop gaan staan maar dat zal niet meer veranderen. Het kind van zes zal het ook niet meer gaan doen. Ik zou als ik u was maar accepteren dat dit een gestreden strijd is en de ergernis achter me laten. Is het echt de strijd waard? Ga iets leuks doen met de kids voordat ze pubers worden en geen zin hebben om een ‘ouderwetse’ oma meer te bezoeken.