fb
Damespraatjes Damespraatjes

Willemijn: “Kan ik het maken om zijn favo trui ‘per ongeluk’ te heet te wassen?”

Jackson is zestien en valt op. Niet omdat hij hard praat of zich graag met anderen meet, maar omdat hij eruitziet alsof hij elke ochtend bewust een statement maakt. “Hij denkt echt na over wat hij aantrekt,” zegt zijn moeder Willemijn. “Alsof kleding voor hem een vorm van taal is.” Ze glimlacht als ze het zegt. Ze is trots op hem. Op zijn lef, zijn creativiteit, zijn zelfverzekerdheid. Jackson combineert kleuren en stoffen waar Willemijn zelf nooit op zou komen. Wijde broeken met een strak jasje, vintage shirts met zelfgemaakte accessoires. “Hij is een beetje zoals Yari uit Gooische Vrouwen,” zegt ze. “Altijd net anders, altijd eigen.” Op school staat hij erom bekend. Thuis ook. Jackson is nooit te beroerd om zijn mening te geven over de outfits van zijn ouders en zussen. “Die broek kan echt niet met die trui, mam,” zegt hij dan bloedserieus. Willemijn kan er meestal om lachen.

Trots, maar met een grens

Ze vindt het oprecht leuk dat haar zoon zo expressief is. Dat hij zich nergens voor schaamt. “In een wereld waarin zoveel jongeren onzeker zijn, vind ik het bewonderenswaardig,” zegt ze. “Hij is wie hij is, zonder excuses.” Ze ziet hoe hij zich vrij beweegt, hoe hij niet bezig is met wat ‘hoort’ of ‘normaal’ is. Dat waardeert ze. Tot op zekere hoogte. Want er is één kledingstuk waar Willemijn moeite mee heeft. Een camouflage trui. Grof gebreid, legergroen met bruine vlekken. Jackson scoorde hem in een dumpstore en was er op slag verliefd op. “Hij zei dat hij ‘rauw’ was,” vertelt Willemijn. “Een ‘statement’.” Sindsdien draagt hij de trui regelmatig, meestal gecombineerd met zwarte kisten. Die kisten kan Willemijn nog wel hebben. “Die zijn stoer, maar neutraler.” De trui niet.

Waarom juist deze trui schuurt

“Die camouflage, dat militaire… het voelt gewoon niet goed,” zegt Willemijn. “Zeker niet in de wereld van nu.” Ze doelt op oorlogen, geweld, polarisatie. Voor haar roept de trui associaties op waar ze zich ongemakkelijk bij voelt. “Het is niet zomaar een print,” zegt ze. “Het staat voor iets.” Ze heeft dat ook tegen Jackson gezegd. Meerdere keren. Maar Jackson haalt zijn schouders op. “Het is gewoon mode,” zegt hij dan. “Het betekent niks.” Volgens hem ziet zijn moeder er te veel in. “Hij zegt dat ik het problematiseer,” vertelt Willemijn. “Dat ik spoken zie.” De gesprekken lopen steeds op hetzelfde uit. Zij probeert uit te leggen waarom ze het ongepast vindt. Hij luistert half, knikt soms, maar verandert niets. De volgende dag staat hij weer in die trui.

Plaatsvervangende schaamte

Wat Willemijn het lastigst vindt, is hoe ze zich voelt als ze samen over straat lopen. “Ik schaam me,” zegt ze eerlijk. “En ik haat dat gevoel.” Ze voelt zich bekeken, beoordeeld. Alsof mensen denken dat zij die keuze goedkeurt. “Ik weet rationeel dat dat niet zo hoeft te zijn,” zegt ze. “Maar dat gevoel is er wel.” Het is plaatsvervangende schaamte, en die knaagt. Ze vraagt zich af waar haar grens ligt. Ze wil haar zoon niet inperken, niet klein maken. Ook wil ze geen moeder zijn die zijn expressie afkeurt. “Maar mag ik het ook gewoon lelijk en ongepast vinden?” vraagt ze zich af. “Of moet ik alles slikken omdat het ‘zijn stijl’ is?”

De gedachte die steeds terugkomt

En dan is er die gedachte. De gedachte waar ze zich bijna voor schaamt. “Wat als ik die trui gewoon per ongeluk te heet was?” zegt ze. “Of als hij ineens verdwijnt?” Ze lacht er ongemakkelijk bij. “Ik weet dat het fout klinkt.” Maar het idee laat haar niet los. Het zou zo makkelijk zijn. Een wasje op negentig graden. Een trui die krimpt, vervormt, onbruikbaar wordt. Probleem opgelost. Ze weet ook dat Jackson het meteen zou merken. “Dat is zijn lievelingstrui,” zegt ze. “Hij zou kapot zijn.” En dat houdt haar tegen. Want ze wil hem geen pijn doen. Ze wil geen vertrouwensbreuk. “Als hij erachter komt dat ik dat expres heb gedaan…”

Opvoeden of controleren

Willemijn vraagt zich af wat hier haar rol is. Is dit opvoeden? Grenzen stellen? Of is het controleren, haar eigen ongemak op hem projecteren? “Hij doet niets verkeerd,” zegt ze. “Hij schaadt niemand.” Het probleem zit bij haar. Bij haar associaties, haar schaamte, haar behoefte aan controle. Dat weet ze. En toch blijft het wringen. Haar man Geert is nuchterder. “Laat hem lekker,” zegt hij. “Het is maar een trui.” Maar voor Willemijn voelt het niet als ‘maar’. Het raakt aan waarden, aan hoe zij de wereld ziet. Aan wat ze wil uitstralen als gezin. “En ik weet dat dat misschien ouderwets klinkt,” zegt ze. “Maar het is wel hoe ik het voel.”

Afbeelding: Freepik

Volg jij ons al?

Facebook Instagram Threads Twitter Pinterest TikTok Newsletter

2 reacties

Joris -

Als je eruit ziet als Yari uit Gooische Vrouwen, heb je geen recht om commentaar te geven op outfits van wie dan ook. Als je het dan ook nog bloedserieus zegt én meent, heb je dringend professionele hulp nodig. Een te heet gewassen trui is onvoldoende als interventie. Los daarvan denk ik niet dat iemand jouw zoontje in z’n wollen trui (wat duidelijk geen officiële leger-outfit is) aanziet voor iemand uit het leger.

Petra van Dorp -

Eén trui in camouflagekleuren raakt waarden aan, hoe je de wereld ziet en wat je wil uitstralen als gezin. Eén fucking trui in camouflagekleuren. Je bent gestoord. Wat jouw taak hierin is? Bek hierover houden en die trui normaal wassen. Gedraag je als een volwassen vrouw ipv een kleinzielig kreng die erover denkt om een trui ‘stiekem te heet te wassen, hi hi’. Moet je vooral doen als je zin hebt in drama met je zoon, die overigens meteen een nieuwe, soortgelijke trui kan (en zal) kopen. Maar dat idee komt in je bekrompen hoofd niet op. Hoe bestaat het. Ik weet niet wat ik lees.

Reageer ook