Sinds de middelbare school zijn Michelle en Fiona twee handen op één buik. Ze fietsten samen naar school, leerden samen voor proefwerken en zaten uren op Michelles slaapkamer te praten over jongens, dromen en alles wat hen bezighield. “Fiona was altijd degene bij wie ik terechtkon,” vertelt Michelle. “Ik hoefde nooit stoer te doen of me anders voor te doen dan ik was.” Nu, ruim twintig jaar later, is hun band er nog steeds. Ze zien elkaar minder vaak dan vroeger – werk, relaties en verplichtingen slokken veel tijd op – maar het contact is gebleven. “We appen bijna dagelijks en bellen regelmatig,” zegt Michelle. “Ik dacht altijd dat dat vanzelfsprekend was. Dat het hoorde bij beste vriendinnen zijn.” Tot Fiona tijdens een etentje iets zei wat Michelle compleet uit het veld sloeg.
Mag ik eerlijk zijn?
Het was een gewone vrijdagavond. De twee hadden afgesproken in een restaurant waar ze al jaren komen. “We hadden wijn besteld, zaten lekker te kletsen. Ik voelde me ontspannen,” herinnert Michelle zich. Halverwege het hoofdgerecht veranderde de sfeer. “Fiona keek ineens serieus en zei: ‘Mag ik iets zeggen zonder dat je het me kwalijk neemt?’” Michelle lacht zuur. “Achteraf weet je dan al dat er iets pijnlijks gaat komen.” Fiona vertelde dat ze Michelles onzekerheid vermoeiend vond. Dat ze vaak het gevoel had dat ze voortdurend gerust moest stellen. “Ze zei dat ik voor bijna elke beslissing bevestiging zoek. Dat ze soms moe wordt van al die telefoontjes en berichtjes.” Michelle voelde haar wangen gloeien. “Ik schaamde me kapot.”
Mijn vaste aanspreekpunt
Wie Michelle kent, weet dat ze niet overdrijft. “Ik ben gewoon een twijfelaar,” zegt ze eerlijk. “Dat weet ik van mezelf. Ik kan tien keer nadenken over een simpel mailtje.” En bij die twijfels belt ze Fiona. “Zij is mijn vaste aanspreekpunt. Als ik een lastige dag heb op mijn werk, als ik ruzie heb met mijn partner, of als ik niet weet wat ik aan moet naar een feestje. Dan bel ik haar.” Volgens Michelle is dat nooit uit kwade wil geweest. “Ik dacht dat het normaal was. Dat vriendinnen elkaar helpen.”
Uit beleefdheid
Maar Fiona bleek het anders te ervaren. “Ze zei dat ze vaak antwoord geeft omdat ze me niet wil laten vallen. Uit beleefdheid. Niet omdat ze er altijd zin in heeft.” Dat woord – beleefdheid – bleef hangen. “Het voelde alsof ik een verplichting ben. Niet iemand die ze graag helpt, maar iemand die ze duldt.” Fiona gaf ook aan dat ze behoefte heeft aan luchtiger contact. Meer lachen, minder analyseren. “Ze zei letterlijk: ‘We zijn geen pubers meer. Je moet echt eens wat zekerder worden.’”
Alsof ik faal
Michelle knikt terwijl ze het vertelt. “En ergens snap ik het. Ik bén onzeker. Zelfs nu ik 35 ben, blijft dat mijn valkuil.” Maar de manier waarop het werd gebracht, deed pijn. “Alsof ik tekortschiet. Alsof ik niet volwassen genoeg ben.” Ze had liever gehad dat Fiona eerder iets had gezegd. “Dan hadden we kunnen kijken hoe we het anders konden doen. Nu lijkt het alsof ze al jaren met irritatie rondloopt.”
De nasleep
Sinds het etentje is niets meer vanzelfsprekend. “Ik denk bij elke app: is dit te veel? Kan ik dit wel vragen?” zegt Michelle. Laatst twijfelde ze over een conflict met haar leidinggevende. “Normaal pak ik meteen de telefoon. Nu heb ik het ingeslikt. Ik durfde niet.” Fiona merkt het verschil ook. “Ze vroeg laatst waarom ik zo stil ben. Maar ja… wat moet ik dan zeggen? Dat ik bang ben om haar te vermoeien?”
Minder jezelf
Wat Michelle misschien nog het moeilijkste vindt, is dat ze het gevoel heeft dat ze niet meer volledig zichzelf kan zijn. “Mijn onzekerheid hoort bij mij. Natuurlijk wil ik eraan werken, maar het is niet alsof ik het even uit kan zetten.” Bij Fiona voelde ze zich altijd veilig. “Juist omdat ze me kende. Ook mijn minder leuke kanten.” Nu is dat vertrouwen aangetast. “Ik voel me bekeken. Beoordeeld.”
Te veel gevraagd?
Tegelijkertijd vraagt Michelle zich af of ze inderdaad te veel heeft gevraagd. “Misschien leunde ik te zwaar op haar. Misschien was zij mijn enige uitlaatklep.” Ze begrijpt dat dat druk kan geven. “Niemand wil constant problemen van een ander dragen.” Maar wat haar steekt, is dat Fiona nooit eerder een grens heeft aangegeven. “Ze bleef luisteren, adviseren, me geruststellen. Dan denk je toch dat het goed zit?”
Nog onzekerder dan eerst
Het wrange is dat het hele voorval haar precies in haar zwakste punt raakt. “Ik ben bang om tot last te zijn. En nu blijkt dat dus ook zo te voelen voor haar.” Michelle merkt dat haar zelfvertrouwen nog verder is gedaald. “Ik twijfel nu zelfs aan onze vriendschap. Zou ze liever iemand anders als beste vriendin hebben?” Ze wil Fiona niet kwijt. “Ze betekent ontzettend veel voor me. We hebben een geschiedenis samen die je niet zomaar weggooit.” Maar Michelle weet ook niet hoe ze verder moeten. “Moet ik minder delen? Professionele hulp zoeken voor mijn onzekerheid? Doen alsof ik sterker ben dan ik me voel?”
