Lotje en Hilda zijn collega’s én vriendinnen. Ze werken samen op de administratie van een groot kantoor waar vooral veel mannen werken. “Toen ik hier begon, vond ik het eerlijk gezegd behoorlijk saai,” vertelt Lotje. “Het werk was prima, maar de sfeer was vlak.” Dat veranderde drie jaar geleden, toen Hilda erbij kwam. Vanaf het begin klikte het. Ze zaten naast elkaar, dronken samen koffie, klaagden over dezelfde dingen en lachten om dezelfde kantoorhumor. Al snel werden de pauzewandelingen vaste prik en op donderdagmiddag bleven ze vaak hangen voor een borrel na werk. “Hilda maakte het werk leuker,” zegt Lotje. “Het voelde alsof ik eindelijk iemand had met wie ik echt mezelf kon zijn.”
Een opvallende verandering
Het afgelopen jaar is Hilda enorm veranderd. Ze viel ruim twintig kilo af. “In het begin dacht ik: wat goed voor haar,” zegt Lotje. “Ze leek energieker, droeg andere kleding en straalde meer zelfvertrouwen uit.” Collega’s maakten complimenten en vroegen hoe ze dat had gedaan. Hilda antwoordde altijd hetzelfde: gezonder eten, meer bewegen, discipline. “Ze vertelde enthousiast over recepten, over hoe ze haar porties aanpakte en over wandelingen en workouts,” vertelt Lotje. Maar ergens begon het te wringen. “Het klopte gewoon niet helemaal.” Lotje hoorde via via dat Hilda gebruikmaakte van speciale spuitjes waar de laatste tijd veel over wordt gesproken. “Ik hoorde het van iemand buiten werk, iemand die haar kent,” zegt ze. “En ineens vielen puzzelstukjes op hun plek.”
Het ongemak van weten
Sindsdien luistert Lotje anders naar Hilda. “Als ze weer begon over haar ‘gezonde leefstijl’, voelde ik irritatie opkomen,” zegt ze eerlijk. “Niet omdat ze is afgevallen, maar omdat ze doet alsof het alleen door haar eigen inzet komt.” Lotje probeert zelf ook gezonder te leven. Ze let op wat ze eet, probeert meer te bewegen, maar merkt hoe lastig dat is. “En dan zit ik tegenover iemand die mij tips geeft, terwijl ik weet dat zij hulp heeft gehad die ze niet benoemt. Dat voelt gewoon niet eerlijk.” Ze heeft Hilda meerdere keren voorzichtig een opening gegeven. “Ik heb wel eens gezegd: die spuitjes zijn tegenwoordig overal, ken jij mensen die dat gebruiken?” Of: “Sommige mensen krijgen echt een steuntje in de rug, hè?” Maar Hilda gaat er telkens soepel omheen. “Ze lacht het weg of begint weer over haar discipline.”
Frustratie en twijfel
Het begint Lotje steeds meer te frustreren. “Ik voel me bijna dom,” zegt ze. “Alsof ik me laat voorliegen, terwijl ik beter weet.” Tegelijkertijd wil ze Hilda niet in een hoek drukken. “Misschien schaamt ze zich. Of vindt ze dat ze het niemand hoeft te vertellen.” Lotje vraagt zich af waarom het haar zo raakt. “Waarom kan ik het niet gewoon laten?” Ze denkt dat het te maken heeft met eerlijkheid. “Onze vriendschap is gebouwd op openheid. We delen veel. En dit voelt als een groot stuk dat ze bewust achterhoudt.” Daarnaast voelt het voor Lotje soms alsof haar eigen inspanningen worden gebagatelliseerd. “Als zij zegt: ‘je moet gewoon dit recept proberen’ of ‘even doorzetten’, terwijl ik weet dat haar situatie anders is, voelt dat bijna neerbuigend.”
Vriendschap onder druk
Wat het lastig maakt, is dat Hilda verder een fijne vriendin is. “We hebben het leuk samen,” zegt Lotje. “Ik wil dit niet kapotmaken.” Maar het knaagt. “Elke keer als ze erover begint, trek ik me een beetje terug.” Lotje merkt dat ze minder zin krijgt in die gesprekken. “Ik verander het onderwerp of knik maar wat.” Dat voelt niet goed. “Ik wil niet dat er iets tussen ons in komt te staan, maar ik voel dat dat nu wel gebeurt.” Ze vraagt zich af of ze het recht heeft om duidelijkheid te eisen. “Is het mijn plek om haar hierop aan te spreken? Of moet ik accepteren dat iedereen zijn eigen verhaal mag vertellen?”
De behoefte aan eerlijkheid
Voor Lotje gaat het niet eens meer om de spuitjes zelf. “Het gaat me om de eerlijkheid,” zegt ze. “Ik zou het zoveel fijner vinden als ze gewoon zou zeggen: dit heeft me geholpen.” Dan zou het onderwerp ontspannen kunnen worden, zonder onderliggende spanning. Ze fantaseert soms over een gesprek waarin Hilda het gewoon toegeeft. “Dan kan ik zeggen: dank je dat je eerlijk bent.” Maar de vraag is hoe ze dat punt bereikt, zonder beschuldigend over te komen. Lotje is bang dat als ze het rechtstreeks zegt, Hilda zich aangevallen voelt. “Dat ze denkt dat ik haar iets verwijt, of jaloers ben.” Dat is niet wat ze wil. “Ik wil haar niet veroordelen, ik wil haar begrijpen.”
Afbeelding: Freepik

Joris -
En 4e reactie om de 3e te kunnen zien.