Toen Kim en Daniël net samen waren, voelde alles nieuw en spannend. Ze konden niet van elkaar afblijven, en dat stukje intimiteit dat ze alleen samen hadden, gaf Kim een gevoel van verbinding en zelfvertrouwen. “Het ging vanzelf,” zegt ze. “Ik voelde me gewenst, aantrekkelijk en helemaal mezelf bij hem.” Nu zijn ze drie jaar samen en wonen sinds vorige zomer ook samen. In het begin was dat heerlijk. “Het voelde als een nieuwe fase, samen opbouwen, ons eigen plekje,” vertelt Kim. Maar inmiddels merkt ze dat er iets verandert. De routine sluipt langzaam binnen.
De sleur die komt
Na een lange werkdag ploffen ze samen op de bank. “We praten even, kijken wat televisie, en voor we het weten is het alweer bedtijd,” zegt Kim. De spontaniteit van vroeger is er steeds minder. Het gevoel dat ze elkaar actief opzoeken, dat kleine vonkje van aandacht voor elkaar, lijkt te verdwijnen. Kim probeert soms zelf toenadering te zoeken, een hand op zijn arm, een kus, een klein gebaar om de verbinding te voelen. Vaak reageert Daniël echter met vermoeidheid of geeft hij aan dat hij geen zin heeft. “In het begin vonden we altijd wel een moment, hoe druk of moe we ook waren. Nu lijkt het alsof er geen ruimte meer voor is,” zegt ze.
De verandering van frequentie
Wat vroeger bijna dagelijks gebeurde, komt nu nog maar eens per week voor. “Het is niet dat ik verwacht dat het altijd hetzelfde blijft,” zegt Kim, “maar het verschil is zo groot dat ik me soms afvraag of hij nog wel dezelfde behoefte voelt als vroeger.” Ze merkt dat het haar onzeker maakt. “Ik begin mezelf te vergelijken met toen we net samen waren, en ik vraag me af of ik niet veranderd ben, of dat hij iets mist.” De afwijzing raakt haar diep, ook al is ze logisch genoeg om te weten dat vermoeidheid en stress een rol spelen. “Het is niet dat hij me niet liefheeft of dat hij iets tegen me heeft, dat weet ik wel,” zegt ze. “Maar toch voelt het als een klein ‘nee’ dat elke keer binnenkomt.”
Het effect op zelfvertrouwen
Kim merkt dat ze zich steeds bewuster wordt van zichzelf. “Ik denk vaker: doe ik iets verkeerd? Ben ik niet aantrekkelijk genoeg? Of verwacht ik te veel?” Het zijn vragen die ze vroeger niet zo had. “Ik was zeker van mezelf, zeker van onze connectie. Nu twijfel ik vaker.” Ze probeert het niet te laten merken, maar soms knaagt het gevoel van afwijzing toch. Ook merkt ze dat het invloed heeft op hoe ze de relatie beleeft. “Ik voel me minder spontaan, minder durvend. Ik durf minder initiatief te nemen omdat ik bang ben dat hij toch afwijst. Het voelt als een cirkel: hoe meer ik twijfel, hoe minder ik probeer, en daardoor voelen we ons beide verder van elkaar verwijderd.”
De angst voor de toekomst
Het maakt Kim ook bang voor de langere termijn. “Als het nu, na drie jaar, al zo vaak gebeurt, hoe gaat het dan over vijf of tien jaar? Gaan we helemaal in een patroon van afstand belanden?” Ze ziet zichzelf worstelen met scenario’s die misschien nog ver weg zijn, maar toch al invloed hebben op hoe ze nu leeft. “Ik wil niet dat dit onze relatie wordt: comfortabel samenwonen, maar zonder die vonk die ons ooit zo dicht bij elkaar bracht.” Ze bespreekt het af en toe met Daniël, maar het gesprek komt vaak niet verder dan een korte uitleg over vermoeidheid of drukte. “Hij zegt: ik ben moe, ik heb even geen energie. Dat snap ik ook. Maar het voelt alsof hij nooit echt luistert naar hoe het voor mij voelt. Alsof mijn onzekerheid niet telt.”
Kleine stappen en hoop
Toch probeert Kim positief te blijven. “Ik probeer kleine dingen te doen om ons contact te behouden: een avondwandeling, een grappig berichtje, een onverwacht compliment.” Het is een manier om de afstand die is ontstaan te overbruggen, ook al voelt het soms als druppels in een emmer. Ze weet dat relaties niet altijd hetzelfde blijven en dat periodes van vermoeidheid of stress normaal zijn. “Ik probeer mezelf eraan te herinneren dat dit niet betekent dat de liefde weg is, alleen dat we even een hobbel hebben.”
Afbeelding: Freepik

Petra van Dorp -
Ik zou die gast maar eerst eens naar de huisarts schoppen. Ik lees niets over fysiek inspannende banen, kinderen, huishouden, hobbies, mantelzorg voor ouders of andere familieleden… waar is hij dan zo moe van? Inderdaad al zijn kruit verschoten bij een ander? En jij maar met kleine stapjes braaf achter deze vermoeide man (ach wat is hij zielig, ach wat hebben we weer een begrip) aanlopen? Laat hem zijn bloed prikken, misschien is er een hele simpele aanleiding voor de vermoeidheid. En dat misschien de spanning er wat af is nu jullie eindelijk samenwonen, begrijp ik ook nog wel. Maar helemaal niets, geen aanraking, geen affectie…? Vreemd, heel vreemd…