Hannah en haar man Errol zijn dit jaar tien jaar getrouwd. Een mijlpaal waar ze vroeger enorm naar uitkeek. “Ik dacht altijd dat we dan zo’n stel zouden zijn dat elkaar maar hoeft aan te kijken,” vertelt ze. “Dat je alles oplost met een knuffel of een zoen.” De werkelijkheid voelt op dit moment heel anders. “Echt gelukkig kan ik niet zeggen dat ik ben,” zegt Hannah eerlijk. “Ik mis onze verbinding. Het gevoel dat we samen zijn in plaats van tegenover elkaar staan.”
Van vanzelf naar vechten
In het begin van hun relatie ging alles moeiteloos. Ze praatten uren, lachten veel en als er iets was, kwamen ze er altijd uit. “We waren een team,” zegt Hannah. “Errol was mijn beste vriend.” Nu lijkt bijna ieder gesprek uit te lopen op gedoe. Kleine dingen worden groot, opmerkingen voelen als kritiek en voordat ze het weet, hebben ze ruzie. “Soms denk ik: hoe zijn we hier beland?” Laatst stelden de kinderen een vraag die bij Hannah recht in haar hart landde. “Ze vroegen of we gaan scheiden. Ik moest me groot houden, maar van binnen brak ik.”
Hij reageert gewoon niet
Als ze heel eerlijk is, verwijt Hannah de situatie vooral aan Errol. “Hij negeert me de helft van de tijd. Ik kan iets vragen en dan komt er gewoon niets terug. Geen ja, geen nee. Alsof ik lucht ben.” Ze merkt dat ze steeds vaker moet herhalen wat ze zegt. Of dat ze na een paar minuten maar opgeeft. “Hij reageert vaker niet dan wel.” Ook telefonisch is het lastig. Errol neemt zelden op als ze belt en haar appjes blijven vaak onbeantwoord. “Dan zit ik bijvoorbeeld met een praktische vraag over de kinderen. Dan wil ik gewoon even snel schakelen.” Volgens Errol is dat onzin. “Hij zegt: dat kunnen we vanavond thuis ook bespreken. Maar tegen die tijd is het moment allang voorbij.”
Terugtrekken
Eenmaal thuis hoopt Hannah soms alsnog op aandacht, maar daar loopt ze opnieuw tegen een muur aan. “Hij trekt zich steeds meer terug. Telefoon, televisie, laptop. Alles is interessanter dan ik.” Wat haar het meest frustreert, is dat Errol pas lijkt te luisteren als ze boos wordt. Als ze haar stem verheft, als de irritatie eruit knalt. “Dan kijkt hij opeens op. Dan hoort hij me ineens wél.” Hannah vindt het vreselijk. “Ik wil helemaal niet schreeuwen. Ik herken mezelf dan niet meer. Maar blijkbaar is dat de enige manier om tot hem door te dringen.”
Een klein kind
Soms voelt het voor haar alsof ze met een puber praat in plaats van met haar partner. “Hij reageert pas als ik ontplof. Dat is toch niet normaal? Ik wil een volwassen gesprek.” Ze verlangt naar rust, naar gehoord worden zonder dat er eerst vuurwerk nodig is. “Gewoon dat hij zegt: ik hoor je, wat vervelend, laten we kijken.”
Hulp van buitenaf
Omdat ze merkt dat ze er samen niet uitkomen, heeft Hannah voorgesteld om in relatietherapie te gaan. Niet eens omdat ze denkt dat alles verloren is, maar juist om elkaar terug te vinden. “Ik wil zo graag dat iemand hem kan uitleggen wat dit met mij doet.” Maar ook daar vangt ze bot. Errol ziet het nut er niet van in. Volgens hem valt het allemaal wel mee en hoort ruzie erbij. “Hij zegt dat we geen vreemden nodig hebben die zich met ons huwelijk bemoeien.” Dat steekt Hannah enorm. “Voor mijn gevoel zeg ik: help ons. En hij zegt: laat maar.”
Twijfel slaat toe
De afwijzing maakt dat Hannah steeds vaker twijfelt. Als hij niet wil praten, niet wil luisteren en ook geen hulp wil, wat blijft er dan over? “Hoe lang kan ik dit nog volhouden?” Ze merkt dat ze afstand begint te nemen om zichzelf te beschermen. Minder vertellen, minder vragen, minder hopen. “En dat vind ik misschien nog wel het engst. Dat ik hem langzaam loslaat.”
Is dit genoeg?
Hannah houdt nog steeds van Errol. Dat maakt het ingewikkeld. “Als het goed is tussen ons, is het ook echt goed. Dan zie ik weer even die man van vroeger.” Maar die momenten worden zeldzamer. En de frustratie groeit. “Mijn man luistert pas als ik boos word,” zegt ze. “Dat kan toch niet de basis zijn van een huwelijk?” Ze vraagt zich af of ze moet blijven trekken aan iemand die stil blijft staan. Of dat ze moet accepteren dat dit is wie hij is. “Misschien verwacht ik te veel. Misschien ben ik degene die altijd meer wil praten.”
Wat nu?
Toch blijft één gedachte terugkomen: ze wil niet dat haar kinderen denken dat dit normaal is. Dat liefde betekent dat je moet schreeuwen om gehoord te worden. “Dat idee breekt mijn hart.” Hannah weet het simpelweg niet meer. Moet ze blijven vechten voor hun relatie, ook als ze dat gevoel alleen lijkt te hebben? Of moet ze de conclusie trekken dat je met z’n tweeën moet willen werken aan een huwelijk? “Ik verlang zo naar die blik van vroeger,” zegt ze zacht. “Maar ik weet niet of hij nog terugkomt.”
Afbeeding: Freepik

Petra van Dorp -
Joh, die gast staat al met één been buiten de deur. Hier valt niet voor te ‘vechten’, als hij je constant negeert en alleen reageert als je boos wordt. Zelfs je kinderen weten het al beter. Ga scheiden, bouw een nieuw leven op en leer je kinderen dat je niet aan een dood paard moet trekken. Beter gelukkig in je eentje,(met de kinderen), dan ongelukkig met z’n tweeën. Dit is toch geen huwelijk?