Eline heeft, zoals ze zelf zegt, “alles waar ze als kind van droomde”. Een mooie baan, een fijn huis met een tuin en genoeg geld om haar kinderen te geven wat ze nodig hebben. “Nieuwe schoenen als ze die willen, zwemles, muziekles, vakanties. Het kan allemaal. Dat voelt als pure rijkdom.” Dat dat niet vanzelf kwam, weet ze als geen ander. “Ik ben opgegroeid in een achterstandswijk. Mijn vader liet het vaak afweten en mijn moeder had zware periodes van somberheid. Soms kwam ze weken haar bed niet uit. Dan zorgde ik voor mezelf. Ik maakte mijn eigen brood, bracht mezelf naar school. Als klein meisje wist ik al: later ga ik het anders doen.”
Alles op alles
Eline bleek gezegend met een goed stel hersens en een enorme dosis doorzettingsvermogen. Ze werkte zich door de middelbare school, rondde een universitaire opleiding af en schopte het uiteindelijk tot financieel directeur bij een middelgroot bedrijf. “Ik ben trots op wat ik heb bereikt. Echt. Niemand kan dat van me afpakken.” Maar haar succes heeft ook een prijs. Eline werkt zo’n zestig uur per week. Vaak begint ze vroeg en ’s avonds klapt ze na het eten nog even haar laptop open. “Het voelt niet eens als moeten,” zegt ze. “Ik vind mijn werk leuk. Ik ben er goed in. Het geeft me zekerheid.”
De combinatie
Wat ingewikkeld is, is de combinatie met haar gezin. Zeker sinds zij en de vader van haar kinderen, Ruud, een jaar geleden uit elkaar gingen. Tijdens hun huwelijk nam hij een groot deel van de zorg op zich. “Hij bracht ze naar sport, ging mee naar doktersafspraken, hielp met huiswerk. Dat viel ineens weg.” In de weken dat de kinderen bij haar zijn, moet Eline het allemaal zelf regelen. Met hulp van een vaste oppas, die kookt en veel opvangt, maar alsnog. “Het is plannen, rennen, schuiven. Soms weet ik ’s avonds niet meer hoe ik het heb gered.” Ze heeft vaak het gevoel achter de feiten aan te lopen. Tegelijkertijd denkt ze: het lukt nét. “De broodtrommels zijn gevuld, ze zijn op tijd, ze krijgen aandacht. Ik laat toch niks vallen?”
Ruud ziet het anders
Ruud kijkt daar heel anders naar. Hij vindt dat Eline veel te veel met haar werk bezig is en in haar weken te weinig echt aanwezig is voor de kinderen. “Hij zegt dat ik er wel ben, maar er niet bén,” vertelt Eline. “Dat komt hard aan.” Volgens hem zijn de kinderen vaker bij de oppas dan bij hun moeder, en voelt alles gehaast. “Hij vraagt dan: voor wie doe je dit nou eigenlijk?” Eline zucht diep. “Dat vind ik zo makkelijk praten. Hij weet precies waar ik vandaan kom. Juist daarom werk ik zo hard.”
Altijd discussie
Het verwijt is niet nieuw. Ook tijdens hun huwelijk botste het al geregeld over haar carrière. “Ruud vond vaak dat ik minder moest werken. Maar minder werken betekent minder verdienen, minder zekerheid. Dat idee jaagt me gewoon angst aan.” Wat haar misschien nog het meest steekt, is dat hij volgens haar niet ziet wat haar baan óók mogelijk maakt. “Met dit werk kan ik hem alimentatie betalen. Dat lijkt hij soms gemakshalve te vergeten.”
Bang om te falen
Onder haar boosheid zit ook iets anders: angst. “Ik ben zó bang dat mijn kinderen ooit hetzelfde gevoel krijgen als ik vroeger. Dat er geen stabiele basis is. Dat ze tekortkomen.” Voor Eline staat hard werken gelijk aan veiligheid. “Als ik mijn baan goed doe, kan ik ze alles bieden. Dan hoeven zij zich nooit zorgen te maken.” Maar ondertussen knaagt er iets. Want als Ruud weer eens zegt dat ze te weinig tijd heeft, vraagt ze zich in stille momenten af: heeft hij misschien een punt?
Wanneer is het genoeg?
“Laatst had mijn dochter een optreden op school,” vertelt Eline. “Ik was er, maar ik nam vlak ervoor nog een telefoontje aan. Toen ik ophing, was zij al begonnen. Ik zag haar blik. Dat vergeet ik niet meer.” Ze voelt zich voortdurend verscheurd. Aan de ene kant de drang om te presteren, aan de andere kant het verlangen om een goede moeder te zijn. “Ik wil ze later laten zien dat je met hard werken ver komt. Maar ik wil ook dat ze zich herinneren dat ik er was.”
Wat moet ze doen?
Eline vindt dat Ruud overdrijft, maar merkt dat zijn woorden blijven hangen. “Ben ik echt te veel met mijn werk bezig?” vraagt ze zich steeds vaker af. “Of kan hij gewoon niet accepteren dat ik ambitieus ben?” Ze weet dat ze niet zomaar minder kan werken. Haar functie vraagt veel en bovendien wil ze haar positie niet op het spel zetten. “Ik heb hier zo hard voor gevochten.”
Afbeelding: Freepik
