Ciska twijfelt zichtbaar wanneer ze haar verhaal vertelt. “Misschien maak ik het groter dan het is,” zegt ze, “maar het zit me niet lekker.” Haar familie is hecht, betrokken en gewend om er voor elkaar te zijn. Juist daarom vindt ze het zo lastig om haar gevoel onder woorden te brengen. “Ik wil niemand beschuldigen, maar ik vraag me steeds vaker af: is dit nog normaal?”
Terug naar het ouderlijk huis
Na een heftige scheiding woont Ciska’s zus Isa weer bij hun ouders. Samen met haar jonge dochtertje trok ze tijdelijk in haar oude slaapkamer. “Het was geen makkelijke periode,” vertelt Ciska. “De scheiding kwam hard aan en Isa was emotioneel uitgeput.” Hun ouders vingen haar liefdevol op en ook de rest van de familie stond klaar. Isa’s ex is nauwelijks in beeld. “Hij ziet zijn dochter onregelmatig en laat veel aan Isa over,” legt Ciska uit. Dat zorgde ervoor dat Isa ineens alles alleen moest doen: werken, zorgen, opvoeden, verwerken. “Logisch dat ze hulp nodig had.”
Een betrokken oom
Die hulp kwam al snel uit onverwachte hoek: Remco, de broer van Ciska en Isa. Hij woont in de buurt en kwam in het begin vooral langs om Isa te steunen. “Dat vond ik heel mooi,” zegt Ciska. “Hij nam boodschappen mee, bleef eten, was gewoon aanwezig.” Maar gaandeweg veranderde zijn rol. “Hij begon steeds meer dingen over te nemen die normaal gesproken door een ouder worden gedaan.” Remco ging mee naar zwemles, haalde zijn nichtje van school, bracht haar naar bed en was bij oudergesprekken. “Iedereen vond het fijn, want het ontlastte Isa.” Toch begon het bij Ciska te wringen. “Het voelt soms alsof hij zich opstelt als de vader van mijn nichtje.” Ze benadrukt dat Remco altijd liefdevol en respectvol is. “Het gaat me niet om verkeerde intenties. Maar de rolverdeling voelt… vaag.”
Waar ligt de grens?
Wat Ciska vooral bezighoudt, is de vraag waar de grens ligt tussen betrokken zijn en een rol innemen die niet van jou is. “Een oom die helpt is fantastisch. Maar hij beslist soms ook dingen.” Zo schreef Remco zijn nichtje in voor een sport, zonder dat Isa daar echt over had nagedacht. “Isa ging erin mee, maar ik zag haar twijfelen.” Ciska vraagt zich af of Isa wel de ruimte voelt om ‘nee’ te zeggen. “Ze zit in een kwetsbare positie. Ze is afhankelijk van haar ouders en blij met alle hulp.” Misschien durft ze Remco niet af te remmen. “En Remco lijkt het vanzelfsprekend te vinden.”
De dynamiek in de familie
Binnen de familie wordt er nauwelijks over gesproken. “Mijn ouders zijn vooral blij dat Remco zo betrokken is.” Ze noemen hem een fantastische oom. “En dat is hij ook.” Juist daarom voelt Ciska zich bezwaard om haar zorgen te delen. “Straks denken ze dat ik achterdochtig ben of drama maak.” Toch merkt ze dat het haar steeds meer bezighoudt. “Ik vraag me af wat dit betekent voor mijn nichtje.” Went zij eraan dat haar oom de vaderrol vervult? En wat gebeurt er als Isa straks weer op eigen benen staat? “Of als de echte vader zich meer gaat bemoeien?”
Goede bedoelingen, lastige gevolgen
Ciska benadrukt steeds dat ze niemand iets kwalijk neemt. “Ik geloof echt dat Remco dit doet uit liefde.” Misschien voelt hij zich verantwoordelijk. Misschien wil hij het gat vullen dat de afwezige vader laat. “Maar goede bedoelingen kunnen ook ingewikkelde gevolgen hebben.” Ze vraagt zich af of Remco zichzelf niet voorbijloopt. “Hij heeft geen eigen kinderen, maar leeft nu wel alsof hij die verantwoordelijkheid heeft.” Dat kan op den duur zwaar worden. “En wat als hij grenzen overgaat zonder het zelf door te hebben?”
Moet ik er iets van zeggen?
De grote vraag voor Ciska is of ze haar gevoel moet uitspreken. “Tegen wie zeg je zoiets?” Tegen Remco voelt ongemakkelijk. “Dan lijkt het alsof ik zijn betrokkenheid afkeur.” Tegen Isa is ook lastig. “Zij heeft het al zwaar genoeg.” Ciska wil geen onrust veroorzaken, maar ook niet haar intuïtie negeren. “Ik geloof dat gevoelens niet voor niets opkomen.” Tegelijk wil ze zichzelf afvragen of dit haar plek is. “Is dit mijn zorg, of moet ik het loslaten?”
Twijfel en zorg
Wat het extra ingewikkeld maakt, is dat niemand er zichtbaar last van lijkt te hebben. “Mijn nichtje is gek op Remco. Isa is dankbaar. Mijn ouders vinden het prachtig.” Alleen Ciska voelt die knoop in haar maag. “En dan ga je automatisch aan jezelf twijfelen.” Ze vraagt zich af of dit gewoon een fase is. “Misschien trekt het vanzelf recht.” Maar ze is ook bang dat patronen zich vastzetten. “Dat rollen te vast worden.”
Een open vraag
Ciska hoopt vooral op perspectief. “Ik wil weten: is dit nog gezond familiegedrag, of wordt hier ongemerkt een grens overschreden?” Ze wil niet veroordelen, maar begrijpen. “En misschien ook leren vertrouwen dat liefde soms gewoon een andere vorm aanneemt.” Toch blijft de vraag hangen. “Wanneer is helpen nog helpen, en wanneer neem je een plek in die niet van jou is?” Het is een vraag waar Ciska zelf het antwoord nog niet op heeft.
Afbeelding: Freepik

Joris -
Doet je broer het ook met je zus? Zo nee, dan zie ik geen probleem. Als je zus er last van heeft, is het aan haar om er iets van te zeggen.